Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBROT:2026:7247

ten onrechte geincasseerde tv-bijdrage

Rechtbank Rotterdam 6 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:7247 text/xml public 2026-07-06T09:04:13 2026-06-23 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Rotterdam 2026-06-19 12150418 CV EXPL 26-7713 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Rotterdam Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:7247 text/html public 2026-07-06T09:02:31 2026-07-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBROT:2026:7247 Rechtbank Rotterdam , 19-06-2026 / 12150418 CV EXPL 26-7713
ten onrechte geincasseerde tv-bijdrage
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam

zaaknummer: 12150418 CV EXPL 26-7713

datum uitspraak: 19 juni 2026

vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

[eiseres] , hierna: ‘[eiseres]’,

woonplaats: [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. Heijstek (Juridisch Advies Rotterdam),

tegen

STICHTING HUMANITAS, hierna: ‘Humanitas’,

vestigingsplaats: Rotterdam,

gedaagde,

vertegenwoordigd door [naam], bedrijfsjurist.
<nr>1</nr>De procedure
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:

de dagvaarding van 17 maart 2026, met bijlagen;

de schriftelijke reactie van Humanitas, met bijlagen;

de conclusie van repliek, met bijlagen;

de schriftelijke reactie van Humanitas.
<nr>2</nr>Het geschil 2.1.
[eiseres] eist samengevat:

Humanitas te veroordelen aan haar te betalen € 124,10, vermeerderd met de kosten van de aangetekende brieven,

Humanitas te veroordelen in de proceskosten, en

het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
2.2.
Ter toelichting heeft zij – kort en goed – gesteld dat Humanitas ten onrechte bedragen heeft geïncasseerd voor tv-diensten aan de inmiddels overleden echtgenoot van [eiseres], zowel voor als na zijn overlijden. Ondanks herhaald verzoek is Humanitas echter niet overgegaan tot terugbetaling van die bedragen, in totaal € 124,10.
2.3.
Humanitas heeft op de vordering gereageerd. Op haar reactie en op wat [eiseres] verder heeft aangevoerd, wordt hierna, voor zover van belang voor de uitkomst, teruggekomen.
<nr>3</nr>De beoordeling 3.1.
Humanitas heeft bij antwoord gesteld dat zij betreurt dat de (incasso van de) tv-diensten niet tijdig (is) zijn stopgezet, dat zij [eiseres] daarvoor haar excuses aanbiedt en dat zij het bedrag van € 124,10 inmiddels, op 19 maart 2026, aan [eiseres] heeft overgemaakt.
3.2.
[eiseres] heeft vervolgens niet betwist dit bedrag te hebben ontvangen zodat de kantonrechter ervan uitgaat dat de hoofdsom is betaald. Dit deel van de vordering hoeft daarom niet meer te worden beoordeeld.
3.3.
Verder heeft Humanitas bij antwoord verklaard de kosten van de aangetekende brieven, € 60,05 in totaal, te willen en zullen vergoeden maar daarvoor van de gemachtigde van [eiseres] nog geen bankrekeningnummer te hebben ontvangen. Nu uit de daarna gewisselde processtukken niet is gebleken dat Humanitas dit bedrag inmiddels heeft betaald, wordt zij daartoe hierna veroordeeld.
3.4.
Met betrekking tot de proceskosten wordt overwogen dat niet in geschil is dat Humanitas ten onrechte bedragen heeft geïncasseerd en dat zij ondanks herhaalde verzoeken heeft nagelaten die terug te betalen. Niet gezegd kan dan ook worden dat [eiseres] zonder recht of reden tot dagvaarding is overgegaan. Volgens de reactie van Humanitas heeft zij toen de gemachtigde van [eiseres] vergeefs om zijn bankrekeningnummer gevraagd om de geëiste bedragen en de explootkosten te kunnen betalen zodat de zaak zonder verdere proceskosten kon worden ingetrokken. Zij is niet bereid de door het niet reageren van die gemachtigde gevallen proceskosten te betalen. Daarmee miskent zij echter dat de gemachtigde van [eiseres] ook de dagvaarding heeft opgesteld, waarvoor hem, althans [eiseres], volgens de geldende forfaitaire tarieven € 43,- aan gemachtigdensalaris toekomt. Nu uit haar stellingen niet blijkt dat Humanitas zich voor de eerst dienende dag bereid heeft verklaard ook dit bedrag te betalen, kan niet gezegd worden dat [eiseres] de procedure ten onrechte heeft doorgezet.
3.5.
Dat alles betekent dat de proceskosten voor rekening van Humanitas komen, nu zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die zij aan [eiseres] moet betalen op € 155,67 aan dagvaardingskosten, € 93,- aan griffierecht, € 86,- aan salaris voor haar gemachtigde (twee punten á € 43,-) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 356,17. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
3.6.
Wat verder is aangevoerd, meer bepaald over de communicatie tussen Humanitas en de gemachtigde van [eiseres], kan tot geen andere uitkomst leiden en blijft daarom onbesproken.
3.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en Humanitas daartegen geen bezwaar heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als een van partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
<nr>4</nr>De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt Humanitas om aan [eiseres] te betalen € 60,05;
4.2.
veroordeelt Humanitas in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 356,17;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst al het andere af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.

654

Artikel delen