Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:4058

Proces-verbaal van een mondelinge uitspraak

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:4058 text/xml public 2026-06-02T09:00:41 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-04-30 25/5771 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Breda Bestuursrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4058 text/html public 2026-06-01T09:17:11 2026-06-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:4058 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 30-04-2026 / 25/5771
Proces-verbaal van een mondelinge uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/5771

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
en
de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het CBR.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit van 30 oktober 2025 (bestreden besluit) waarbij het CBR het bezwaar van eiseres ongegrond heeft verklaard.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op 30 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: [gemachtigde] namens het CBR. Eiseres is zonder bericht niet op de zitting verschenen.
1.2.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
2. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb wordt van de indiener van het beroepschrift een griffierecht geheven. Uit het zesde lid volgt dat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort op de rekening van de rechtbank, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat eiseres in verzuim is geweest.

3. Bij brieven van 13 november 2025 en 12 december 2025 is aan eiseres een nota toegestuurd voor het griffierecht. Bij brief van 19 december 2025 is aan eiseres gevraagd om het beroep op betalingsonmacht binnen twee weken te onderbouwen, omdat het beroep op betalingsonmacht anders wordt afgewezen. Met het e-mailbericht van 22 april 2026 is aan eiseres gevraagd om het griffierecht uiterlijk voor de zitting te voldoen en daar op zitting een betalingsbewijs van te overhandigen. Eiseres is niet ter zitting verschenen en heeft geen betalingsbewijs overhandigd.

4. De rechtbank stelt vast dat het griffierecht niet is betaald en dat niet is gebleken van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat eiseres niet in verzuim is geweest. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

5. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

6. Het CBR is gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 april 2026 door mr. K. de Weijze, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Artikel delen