ECLI:NL:RBZWB:2026:4060text/xmlpublic2026-06-02T09:00:422026-05-13Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-05-13BRE 26/959 WSGUitspraakEerste aanleg - enkelvoudigNLBredaBestuursrechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4060text/htmlpublic2026-06-01T10:19:022026-06-02Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:4060 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-05-2026 / BRE 26/959 WSG Toekenning uitkering Schadefonds geweldsmisdrijven
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 26/959 WSG uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2026 in de zaak tussen
[eiser]
, uit [woonplaats] , eiser, wettelijk vertegenwoordigd door [persoon] ,
(gemachtigde: mr. P. van Baaren), en Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (de commissie), verweerder.Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een uitkering uit het Schadefonds geweldsmisdrijven (het Schadefonds) aan eiser. Eiser is het niet eens met de hoogte van de uitkering. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep. 1.1. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de uitkering op goede gronden is verstrekt voor een bedrag van € 2.500,- (letselcategorie 2). Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Namens eiser is een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds. De commissie heeft deze aanvraag met het besluit van 6 oktober 2025 (primair besluit) toegewezen en aan eiser een uitkering toegekend ter hoogte van € 2.500,-. Hiertegen is namens eiser bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 5 januari 2026 is het bezwaar ongegrond verklaard. 2.1. Namens eiser is beroep ingesteld tegen het bestreden besluit bij de rechtbank Rotterdam. 2.2. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep verwezen naar deze rechtbank, omdat onder andere een rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam als lid van de commissie betrokken is geweest bij het bestreden besluit. 2.3. De commissie heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.4. Bij berichten van 14 respectievelijk 17 april 2026 hebben de gemachtigde van eiser en de commissie aangegeven dat zij niet aanwezig zullen zijn ter zitting en dat de rechtbank uitspraak kan doen op basis van de stukken. De rechtbank heeft daarna op 11 mei 2026 het onderzoek gesloten. Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiser is minderjarig (geboren op [geboortedag] 2022). Hij wordt wettelijk vertegenwoordigd door zijn moeder. Met het besluit van 4 juni 2025 is aan eisers moeder een tegemoetkoming van € 2.500,- (letselcategorie 2) op grond van het Schadefonds toegekend, omdat zij slachtoffer is geworden van stelselmatig huiselijk geweld in de periode tussen 2020 en 2022 en in 2024. 3.1. Met het primaire besluit is eisers aanvraag voor een uitkering op grond van het Schadefonds toegewezen. Eiser is opgegroeid in een gezin waar jarenlang veel geweld was. Eiser is getuige geweest van voortdurend geweld en geruzie tussen zijn moeder en de beschuldigde. In de praktijk werd zijn moeder geslagen, geschopt en aan haar haren getrokken. Zij kreeg één tot twee keer per week klappen. Daarnaast werd zij één keer per maand in elkaar geslagen. Eiser was jonger dan 18 jaar toen hij dit geweld meemaakte. Daarom gaat de commissie ervan uit dat hij door dit geweld psychisch letsel heeft gekregen. Het letsel valt in categorie 2. Het bedrag dat daarbij hoort is € 2.500,-. Deze tegemoetkoming is bedoeld voor al het letsel. Hiertegen is namens eiser bezwaar gemaakt. Bestreden besluit
Met het bestreden besluit heeft de commissie het primaire besluit gehandhaafd en het bezwaar ongegrond verklaard. De commissie vindt nog steeds dat een tegemoetkoming uit letselcategorie 2 passend is. Om voor een tegemoetkoming uit het Schadefonds in aanmerking te kunnen komen, moet het geweldsmisdrijf ernstig fysiek of psychisch letsel hebben veroorzaakt (artikel 3 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven). De commissie heeft de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven (Letsellijst) ontwikkeld om het opgelopen letsel in een letselcategorie in te kunnen delen. Bij verschillende geweldsmisdrijven kan de commissie zonder beoordeling van medische informatie ernstig psychisch letsel vooronderstellen. Het gaat om geweldsmisdrijven, die op zichzelf zo ernstig zijn, dat ze vrijwel altijd een grote impact zullen hebben op het slachtoffer. Een voorbeeld hiervan is het waarnemen van stelselmatig huiselijk geweld. Als er sprake is van het waarnemen van stelselmatig huiselijk geweld door een minderjarige, kent de commissie een tegemoetkoming uit letselcategorie 2 toe. Eiser is opgegroeid in een gezin waar sprake was van stelselmatig huiselijk geweld. Eiser was hier getuige van. De commissie vooronderstelt ernstig psychisch letsel en kende eiser een tegemoetkoming uit letselcategorie 2 toe. Met de toegekende tegemoetkoming wordt ook voorzien in het daadwerkelijk opgelopen letsel van eiser. Uit het bezwaar blijkt dat eiser de toegekende tegemoetkoming onredelijk vindt. Eiser meent namelijk dat er sprake is van een rechtstreeks gepleegd geweldsmisdrijf tegen hem. De commissie volgt eiser niet. Met het vooronderstellen van ernstig psychisch letsel bij het waarnemen van stelselmatig huiselijk geweld, erkent de commissie het slachtofferschap van de waarnemer. Gelet op de aard van de tegemoetkoming en de systematiek van de Letsellijst is dit daarnaast ook geen reden voor een hogere tegemoetkoming. Dat eiser meent dat het
waarnemen van stelselmatig huiselijk geweld gelijk te stellen is aan het zelf slachtoffer zijn van stelselmatig huiselijk geweld, maakt dit niet anders. De tegemoetkoming voor het waarnemen van stelselmatig huiselijk geweld valt in dezelfde letselcategorie als het direct slachtofferschap van stelselmatig huiselijk geweld. De commissie telt verschillende letselcategorieën niet bij elkaar op. De commissie volgt eiser verder niet in zijn betoog dat het primaire besluit in strijd is met de beginselen van behoorlijk bestuur. De beslissing werd op zorgvuldige wijze genomen, behelst een beslissing die in vergelijkbare gevallen ook zou zijn genomen en werd voldoende gemotiveerd. Beroepsgronden 4. Namens eiser is aangevoerd dat het bestreden besluit in strijd is met de algemene
beginselen van behoorlijk bestuur en dat de gronden de beslissing niet kunnen dragen. Niet wordt ingezien waarom het laten waarnemen door een minderjarige van ernstig geweld, van geschreeuw, van geruzie, en dit voortdurend, niet gezien kan worden als een rechtstreeks tegen deze minderjarige gepleegd misdrijf. Immers, er is forse schade en opzet kan gevonden worden in voorwaardelijk opzet. Willens en wetens wordt namelijk de kans genomen dat de minderjarige alles ziet, waarneemt, en hiervan last heeft. Het gaat dan om een rechtstreeks tegen de minderjarige gepleegd misdrijf. Zo wordt aangenomen dat het om een rechtstreeks misdrijf gaat tegen de minderjarige,
zal er anders gedacht moeten worden over de mate van erkenning. Zo een minderjarige een misdrijf moet waarnemen is dit al naar voor de minderjarige, maar er vanuit gaande dat het gaat om rechtstreeks tegen een minderjarige gepleegd misdrijf, kan mogelijk de gedachte indalen dat we te maken hebben met een buitengewoon ernstig misdrijf, gepleegd tegen een minderjarige. De minderjarige heeft nota bene aantoonbare schade, mogelijk zijn leven lang. Het gaat dan niet om het optellen van verschillende misdrijven. Het gaat om het vaststellen dat datgene wat er gebeurd is een rechtstreeks misdrijf is, gepleegd tegen een kind dat nog geen vijf jaar oud is. Verweerschrift 5. De commissie is van mening dat in het bestreden besluit terecht is geconstateerd dat het bezwaar ongegrond is. De commissie wil in aanvulling op het bestreden besluit verwijzen naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 7 augustus 2024. Ook merkt de commissie op dat voor de beoordeling van het bezwaar de Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven (Beleidsbundel) van toepassing is. Bij het stelselmatig waarnemen van huiselijk geweld door een minderjarige vooronderstelt de commissie dat de minderjarige als slachtoffer ernstig psychisch letsel heeft. Daarbij past, volgens het beleid en de letsellijst, een tegemoetkoming uit letselcategorie 2. Uit de aangiftes die eisers moeder deed blijkt niet dat het geweld rechtstreeks gericht is geweest op eiser. Hierdoor kan datgene wat eiseres zoon is overkomen niet worden aangemerkt als stelselmatig huiselijk geweld dat is gepleegd ten aanzien van hem. Mocht wel van direct slachtofferschap van stelselmatig huiselijk geweld van eiser worden uitgegaan, merkt de commissie op dat bij stelselmatig gepleegd huiselijk geweld letselcategorie 2 past. Dit is namelijk geen hogere letselcategorie dan de letselcategorie die eiser reeds als waarnemer van het geweld ontving en dan blijft de passende letselcategorie 2. Eiser wordt niet gevolgd in zijn stelling dat sprake is van verzwarende omstandigheden bij
stelselmatig gepleegd huiselijk geweld behorend bij letselcategorie 3 van de letsellijst. Er is bovendien vooralsnog geen sprake van behandeling bij een psycholoog en/of psychotherapeut. Hierdoor kan de commissie de aard en ernst van het psychisch letsel van eiser niet beoordelen. Juridisch kader 6. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak. Beoordeling door de rechtbank 7. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser getuige is geweest van huiselijk geweld, dat hij op grond daarvan psychische schade heeft en hij dus wordt erkend als slachtoffer. De commissie heeft op grond hiervan een tegemoetkoming toegekend op grond van letselcategorie 2. Het geschil richt zich op de vraag of eiser in aanmerking komt voor een tegemoetkoming op grond van letselcategorie 3. 7.1. De commissie heeft bij het besluit over de hoogte van de uitkering beslissingsruimte. Dit betekent dat de rechtbank het bestreden besluit terughoudend moet toetsen. De rechtbank beoordeelt of het besluit van de commissie om een uitkering in letselcategorie 2 te verlenen, onredelijk zou zijn. De commissie maakt bij die beoordeling gebruik van de Beleidsbundel. Volgens vaste rechtspraak zijn deze beleidsregels niet onredelijk. 7.2. De uitgangspunten voor de hoogte van de toe te kennen uitkering zijn opgenomen in de Letsellijst. Daarin wordt onderscheid gemaakt tussen lichamelijk en psychisch letsel. Volgens de hier toepasselijke Letsellijst is bij stelselmatig huiselijk geweld letselcategorie 2 van toepassing als sprake is van stelselmatig fysiek geweld of bedreigingen met geweld. Daarbij wordt toegelicht dat stelselmatig een juridisch begrip is waarbij de duur, de frequentie en de indringendheid van het geweld in onderlinge samenhang worden bekeken. Letselcategorie 3 is pas van toepassing als de aard en de gevolgen van het huiselijk geweld ernstiger zijn dan bij letselcategorie 2. Hiervan is sprake bij bijvoorbeeld ernstig geweld, seksueel geweld of een zeer lange duur. In die gevallen kan de commissie zonder beoordeling van medische informatie ernstig psychisch letsel vooronderstellen. Voor de beoordeling van psychisch letsel in ‘overige gevallen’ heeft de commissie medische informatie nodig. 8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de commissie in redelijkheid kunnen stellen dat eiser niet aanmerking komt voor een uitkering op basis van letselcategorie 3. Het is aan eisers moeder om met voldoende objectieve aanwijzingen aannemelijk te maken dat eiser door waarneming van stelselmatig huiselijk geweld recht heeft op een uitkering passend bij letselcategorie 3. Namens eiser is geen medische informatie overgelegd. Daardoor heeft de commissie de psychische gevolgen van het waarnemen van stelselmatig huiselijk geweld niet kunnen vaststellen en daarom geen aanleiding hoeven zien voor een uitkering in een hogere letselcategorie. Namens eiser is evenmin aannemelijk gemaakt dat hij het eigenlijke slachtoffer is geworden van stelselmatig huiselijk geweld. Ook als eisers betoog zou moeten worden gevolgd dat het waarnemen van stelmatig huiselijk geweld moet worden aangemerkt als een rechtstreeks tegen hem gepleegd misdrijf, is niet aannemelijk gemaakt dat hij slachtoffer is geworden van stelselmatig huiselijk geweld dat naar aard en gevolgen ernstiger is dan categorie 2. De rechtbank ziet verder geen aanleiding voor het oordeel dat de commissie in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur heeft gehandeld. Conclusie en gevolgen 9. Gelet op het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de commissie op goede gronden een uitkering op grond van letselcategorie 2 heeft toegekend. De rechtbank zal het beroep daarom ongegrond verklaren. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.I. van Term, rechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier op 13 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving Wet schadefonds geweldsmisdrijven Artikel 3
1. Uitkering kan worden gedaan
a. aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf dan wel schuldverkrachting of schuldaanranding, ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.
(…) Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven Hoe wordt de uitkering voor slachtoffers bepaald?
Het Schadefonds gebruikt zes letselcategorieën, waaraan zes vaste bedragen zijn gekoppeld. De ernst van het opgelopen letsel en de omstandigheden waaronder het geweldsmisdrijf is gepleegd bepalen welke letselcategorie van toepassing is. Het vaste bedrag dat bij die letselcategorie hoort is dan de uitkering die het Schadefonds aan het slachtoffer verstrekt. Hierbij geldt: hoe ernstiger het letsel, hoe hoger de letselcategorie en de bijbehorende uitkering. De letselcategorieën en bijbehorende uitkeringen
Categorie 1 > € 1.000,-
Categorie 2 > € 2.500,-
(…) 2. Psychisch letsel 2A. Vooronderstellen van ernstig psychisch letsel op basis van het geweldsmisdrijf
De lijst hieronder geeft een indicatie bij welke geweldsmisdrijven het Schadefonds zonder beoordeling van medische informatie ernstig psychisch letsel kan vooronderstellen en welke letselcategorie daarbij past. Of ernstig psychisch letsel wordt voorondersteld en welke letselcategorie hierbij past, bepaalt het Schadefonds op basis van de omstandigheden van het geval.
(…)
Letselcategorie 2
(…)
• Stelselmatig huiselijk geweld, waarbij sprake is van stelselmatig fysiek geweld of bedreigingen met geweld.
(…)
Letselcategorie 3
Stelselmatig huiselijk geweld naar de aard en gevolgen ernstiger dan categorie 2. Bijvoorbeeld met ernstig geweld, seksueel geweld of zeer lange duur.
(…) 2B. Beoordeling van psychisch letsel op basis van medische informatie
Voor de beoordeling van psychisch letsel in alle overige gevallen heeft het Schadefonds medische informatie nodig.
(…) Beleidsbundel Schadefonds Geweldsmisdrijven 1.3 Psychisch letsel door getuige zijn 1.3.1 Algemeen
Het Schadefonds kent ook tegemoetkomingen toe voor psychisch letsel dat iemand oploopt door getuige te zijn van een gewelds- of zedenmisdrijf of direct geconfronteerd te zijn met de gevolgen van een gewelds- of zedenmisdrijf. Als iemand een gewelds- of zedenmisdrijf heeft waargenomen of een slachtoffer onverwachts op de plaats delict heeft aangetroffen wordt zo’n ‘waarnemer’ aangemerkt als een slachtoffer in de zin van artikel 3 lid 1 van de Wet.
Om als waarnemer in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming moet sprake zijn van ernstig psychisch letsel in de zin van de Wet als gevolg van het misdrijf. Hiervoor is een diagnose nodig, welke is gesteld door een behandelaar die voor het stellen van deze diagnose een BIG-registratie, NIP-dienstmerk met Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAPD) of NVO-registratie met Basisaantekening Diagnostiek (BAD) heeft.
Het Schadefonds kent geen tegemoetkomingen toe voor psychisch letsel dat iemand oploopt door getuige te zijn van een dood door schulddelict of door direct geconfronteerd te zijn met de gevolgen van een dood door schulddelict. In artikel 3 lid 1 sub c van de Wet is namelijk expliciet neergelegd dat een uitkering alleen mogelijk is voor de nabestaanden van slachtoffers van schulddelicten. Een ‘waarnemer’ van het overlijden van een slachtoffer door een schulddelict kan dus zelf niet worden aangemerkt als een slachtoffer zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 van de Wet. 1.3.2 Stelselmatig waarnemen van huiselijk geweld
Minderjarigen (tot 18 jaar) die huiselijk geweld stelselmatig waarnemen merkt het Schadefonds aan als slachtoffer in de zin van artikel 3 lid 1 van de Wet. Bij minderjarigen die huiselijk geweld stelselmatig waarnemen, vooronderstelt het Schadefonds altijd ernstig psychisch letsel. ECLI:NL:RVS:2024:3210. Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:568).