Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:4061

Toekenning WIA-uitkering. Deskundigen benoemd.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:4061 text/xml public 2026-06-02T09:00:42 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-13 BRE 24/1794 WIA Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Breda Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4061 text/html public 2026-06-01T09:53:18 2026-06-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:4061 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 13-05-2026 / BRE 24/1794 WIA
Toekenning WIA-uitkering. Deskundigen benoemd.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats: Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 24/1794 WIA
uitspraak van 13 mei 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
gemachtigde: [gemachtigde] ,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de toekenning van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
1.1.
Het UWV heeft met het besluit van 31 oktober 2022 (primair besluit) aan eiser een WIA-uitkering toegekend met ingang van 3 juli 2022 naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 79,46%. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt.

Met het bestreden besluit van 3 januari 2024 is het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
1.2.
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 27 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en mr. H.M. van Gent namens het UWV.
1.4.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, omdat de rechtbank het raadplegen van een deskundige aangewezen achtte. Op 15 januari 2026 hebben twee deskundigen, [neuroloog] en [verzekeringsarts 1] , een rapport uitgebracht. Eiser heeft hier met de brief van 23 februari 2026 op gereageerd. Het UWV heeft ook gereageerd, waarbij ook een rapportage van 25 februari 2026 van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) is overgelegd.
1.5.
De rechtbank heeft partijen gemeld een nadere zitting niet nodig te vinden. Eiser heeft vervolgens laten weten wel een nadere zitting te wensen. De nadere zitting heeft op 11 mei 2026 plaatsgevonden. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en mr. H.M. van Gent namens het UWV.
Beoordeling door de rechtbank
2. Aan het bestreden besluit heeft het UWV ten grondslag gelegd dat eiser per

3 juli 2022 voor 79,46% arbeidsongeschikt is. De rechtbank zal beoordelen of dit juist is. Zij doet dit aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.

Bij deze beoordeling is van belang of eiser medische beperkingen heeft en of hij daardoor geheel of gedeeltelijk niet meer in staat is met arbeid inkomsten te verwerven.

3. De rechtbank is van oordeel dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 3 juli 2022 heeft vastgesteld op 79,46%. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3.1.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
3.2.
Eiser is werkzaam geweest als operator voor 40 uur per week. Voor dat werk is hij op 5 juli 2020 uitgevallen vanwege rechterschouder- en nekklachten en vermoeidheid.

Zijn de beperkingen juist vastgesteld?

4. Het bestreden besluit, voor zover dit ziet op de medische beoordeling, is gebaseerd op rapporten van een verzekeringsarts en een verzekeringsarts b&b van het UWV.
4.1.
De verzekeringsarts heeft het dossier en de informatie van eisers behandelaars bestudeerd en eiser op het spreekuur medisch onderzocht. In 2011 en 2020 is eiser geopereerd vanwege een hernia. Tevens is er in 2021 een frozen schoulder geconstateerd. De door eiser gepresenteerde klachten en ervaren belemmeringen zijn plausibel en objectiveerbaar bij onderzoek. Eiser heeft met degeneratieve afwijkingen aan de nek en schouder rechts. De chronische pijnklachten kunnen een negatieve impact hebben op de aandacht en concentratie en belastbaarheid in algemene zin. Fysiek lichtere werkzaamheden zijn dus aangewezen met nek- en schoudersparend karakter en bij voorkeur in dagdienst. Beperkingen worden aangenomen ten aanzien van het vasthouden en verdelen van de aandacht, trillingsbelasting, reiken, buigen, duwen en trekken, tillen, dragen, hoofdbewegingen maken, lopen, traplopen, klimmen, staan, boven schouderhoogte actief zijn en het hoofd in een bepaalde stand houden. Daarnaast kan eiser niet in de avond en nacht werken en is hij aangewezen op regelmatige werktijden.

De beperkingen en de belastbaarheid van eiser zijn neergelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 20 oktober 2022.
4.2.
De verzekeringsarts b&b heeft het dossier en de informatie van eisers behandelaars bestudeerd en eiser gezien. De ingebrachte bezwaren leiden niet tot aanpassing van de FML. De verzekeringsarts b&b overweegt verder dat wanneer het hoofd grotendeels in de neutrale stand kan worden gehouden, zoals achter een beeldscherm, er geen beperking in het handhaven van de positie bestaat. Daarnaast ziet hij geen reden voor een urenbeperking. Een inhoudelijke aanpassing van de arbeid verdient de voorkeur boven een beperking van de arbeidsduur. Indien voldoende rekening gehouden wordt met de fysieke beperkingen, is er geen medische reden voor een verdergaande arbeidsduurbeperking. Eiser is door het aannemen van beperkingen in statische en dynamische belastbaarheid aangewezen op energetisch relatief licht belastende arbeid. Verder is geen sprake van een onderliggende zéér ernstige somatische of psychiatrische aandoening die een dusdanig sterk afgenomen energieniveau aannemelijk maakt dat een verdere arbeidsduurbeperking noodzakelijk is. Van een preventieve indicatie is geen sprake, omdat geen sprake is van een aandoening die gepaard gaat met een patroon van overschrijding van de eigen grenzen, zelfoverschatting of een beperkt ziektebesef.
4.3.
Eiser heeft tegen het medisch oordeel van het UWV aangevoerd dat zijn beperkingen op een aantal kritische punten onvoldoende gespecificeerd zijn en onvoldoende vertaald zijn in benutbare mogelijkheden en onmogelijkheden. Meer specifiek heeft eiser aangevoerd dat hij computer- en beeldschermwerk slechts beperkte tijd kan volhouden vanwege de stand van het hoofd en de hand-armproblematiek. Verder is eiser aangewezen op een afwisselend bewegingspatroon waarbij lopen, liggen, zitten en staan kunnen worden afgewisseld in een kort cyclisch patroon. In het dagelijks leven blijkt zijn nek bijzonder kwetsbaar. Een verkeerde beweging of overmatige belasting kan een ernstige pijnaanval veroorzaken die hem geruime tijd uit de roulatie haalt voordat het weer enigszins gaat. Voorts wordt eiser soms geplaagd door een aanhoudende harde irritante pieptoon in zijn oren, met name als zijn spanningsboog en stressniveau te hoog oplopen en hij aan het einde van zijn energie zit en overprikkeld raakt. Als dit optreedt ligt eiser er uit en is hij aangewezen op liggen, rust en stilte. Daarnaast pleit eiser voor een urenbeperking. Vanwege pijnproblematiek en de kwetsbaarheid van zijn nek slaapt hij bijzonder slecht en heeft hij een verstoord dag-nacht ritme. Zijn energiehuishouding is bovendien verstoord door een langdurig verhoogd, niet fysiologisch niveau van activatie zoals bij pijnsyndromen. Daarnaast is er ook vanuit preventief oogpunt iets te zeggen voor een urenbeperking. Gelet op de Standaard Duurbelasting in Arbeid is er naar de mening van eiser wel degelijk sprake van een stoornis in de energiehuishouding die aanleiding geeft tot het aannemen van een beperking in rubriek 6. Daarnaast volgt uit de overgelegde rapportage van eisers Werkfit-traject dat zijn beperkingen ernstig, chronisch van aard en duurzaam zijn, zonder uitzicht op verbetering en dat zijn feitelijke belastbaarheid en bemiddelbaarheid/inzetbaarheid in arbeid geringer is dan datgene wat door het UWV is vastgesteld.
4.4
Eiser heeft daarnaast een contra-expertise rapportage van [verzekeringsarts 2] van 22 oktober 2024 overgelegd. Zij kan zich niet vinden in eisers belastbaarheid op de datum in geding zoals omschreven door de verzekeringsartsen van het UWV. Zij ziet aanleiding om eiser meer beperkt te beschouwen. Deze verzekeringsarts heeft een kritische FML opgesteld waarin de beperkingen en belastbaarheid van eiser zijn neergelegd.

Op basis van het dagverhaal en het medisch arbeidsongeschiktheidscriterium, waarbij de klachten en beperkingen plausibel met elkaar samenhangen, is er volgens haar aanleiding om meer beperkingen aan te nemen met betrekking tot de werktijden. Het dagverhaal is niet eerder volledig uitgewerkt en er is verder geen gerichte navraag gedaan. Als dit wel gebeurt blijkt dat eiser per dag maximaal gedurende 4 uur belastbaar beschouwd kan worden. Die 4 uren zijn niet aaneengesloten beschikbaar omdat er tussendoor frequente pauzes vereist zijn waarin eiser kan liggen of hij op zijn minst het hoofd kan steunen. Dat betekent dat er tevens een urenbeperking tot maximaal 4 uur per dag aan de orde is. Daarbij dient in acht te worden genomen dat er regelmatig recuperatietijd is vereist en wel na elk half uur minimaal een kwartier tot een half uur. Hierbij is vereist te rusten door het hoofd neer te leggen zoals in liggende houding kan of met het hoofd tegen een hoge rugleuning te rusten.
4.5.
De verzekeringsarts b&b en de [verzekeringsarts 2] hebben vervolgens over en weer nog gereageerd dat zij geen aanleiding zien om hun standpunten te wijzigen.
4.6.
Omdat de verzekeringsarts b&b en de [verzekeringsarts 2] van mening verschillen over eisers belastbaarheid op de datum in geding, heeft de rechtbank deskundigen benoemd.
4.7
De deskundigen hebben een neurologisch-verzekeringsgeneeskundig onderzoek verricht. Zij hebben op 28 oktober 2025 eiser in persoon gesproken en onderzocht. Verder hebben zij het dossier bestudeerd en aanvullende informatie opgevraagd in de zin van een scan van de halswervelkolom van 15 december 2022.

Eiser is in de gelegenheid gesteld om de concept-rapportage in te zien en correcties aan te geven. De uitgebreide reactie van eiser bevat geen feitelijke correcties en de deskundigen hebben de opmerkingen bestudeerd en besproken. Eisers reactie heeft echter niet geleid tot aanpassingen van de rapportage.

De neuroloog-deskundige heeft overwogen dat bij revisie van deze MRI-scan geen vernauwing van het wervelkanaal, geen tekenen van myelopathie en geen tekenen van wortelcompressie op enig cervicaal niveau worden gezien. Het geheel overziend kan de neuroloog geen duidelijk neurologisch substraat voor de klachten verantwoordelijk stellen, noch klinisch neurologisch, noch bij revisie van de radiologische (MRI) status van de halswervelkolom op 15 december 2022.

De verzekeringsarts-deskundige heeft overwogen dat eiser verminderd belastbaar is als gevolg van ziekte, maar dat hij niet meer of zwaarder beperkt is dan door het UWV is aangenomen. Een aantal van de door het UWV aangenomen beperkingen kan niet worden gevolgd. Beperkingen ten aanzien van laagfrequente trillingen of schokken op de nek, en zware of intensieve belasting van de rechterarm waren noodzakelijk. Eiser was beperkt ten aanzien van boven schouderhoogte werken en frequent ver reiken. De aangenomen beperkingen ten aanzien van duwen en trekken en tillen en dragen houden in ruim voldoende mate rekening met de klachten. De beweeglijkheid van de nek blijkt bij huidig onderzoek licht beperkt. Dit vormt aanleiding om beperkingen in het maken van hoofdbewegingen aan te nemen, evenals in het langdurig in afwijkende stand houden van het hoofd. Een neutrale houding is niet beperkt. Er zijn geen medische redenen om lopen en traplopen beperkt te achten.

Tenslotte is er geen medische indicatie voor het aannemen van een beperking in de

duurbelastbaarheid of in werktijden, de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid (Standaard Duurbelastbaarheid) volgend. Hoewel eiser vermoeidheid ervaart, die wordt verklaard vanuit een chronisch pijnsyndroom met een sterke aandacht voor ervaren lichamelijke sensaties en ongemak, is er geen sprake van een ernstige aandoening van de vitale organen, die leidt tot energetische tekorten en noopt tot meerdere uren van recuperatietijd overdag. Het is medisch niet nodig om langere tijd of zeer frequent te liggen of het hoofd te rusten te leggen, dit bevestigt ten onrechte vermijding en pijngericht gedrag. Er is geen sprake van een risico tot zelfovervraging dat leidt tot preventieve beperkingen. Eiser is in de loop der jaren gewend geraakt aan een ander dagritme. Hij is hierdoor in conditie achteruitgegaan, maar dit is geen ziekte. Evenmin is eiser verminderd beschikbaar vanwege het volgen van een intensieve deeltijdbehandeling.

Verdergaande beperkingen zoals door de contra-expert, [verzekeringsarts 2] , gesuggereerd zijn volgens de verzekeringsarts-deskundige niet te volgen. Deze zijn uitsluitend gebaseerd op aangegeven subjectieve klachten, die bovendien sterk beïnvloed zijn door angst, vermijding en deconditionering.
4.8.
Eiser heeft aangevoerd dat hij zich niet met de conclusies van de deskundigen kan verenigen. Eiser vraagt zich af waarom de verzekeringsarts zich niet heeft gehouden aan de Standaard Duurbelastbaarheid. De deskundige heeft geconstateerd dat bij eiser sprake is van een chronisch pijnsyndroom. Blijkens de Standaard Duurbelastbaarheid kan bij een stoornis in de energiehuishouding onder meer gedacht worden aan pijnsyndromen.

Daarnaast heeft eiser een uitgebreide reactie op de concept-rapportage van de deskundigen overgelegd en heeft hij dit ter zitting nader toegelicht. Eiser vindt de conclusies van de deskundigen onbegrijpelijk en hij voelt zich niet serieus genomen.
4.9.
Voor de verzekeringsarts b&b geeft het deskundigenrapport geen aanleiding om meer beperkingen op te nemen in de FML. Uit het rapport blijkt veeleer dat sprake is van minder beperkingen dan is aangenomen door het UWV.

Het UWV heeft in de brief van 26 februari 2026 laten weten dat de FML niet zal worden aangepast naar aanleiding van de bevindingen van de deskundigen, omdat een mogelijk lager arbeidsongeschiktheidspercentage geen invloed zal hebben op de hoogte van eisers WIA-uitkering.
4.10.
Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige hem overtuigend voorkomt. Dit uitgangspunt volgt uit vaste rechtspraak. Naar het oordeel van de rechtbank doet deze situatie zich hier voor. De motivering van de deskundigen is overtuigend. Het uitgebrachte rapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De deskundigen hebben alle beschikbare medische informatie in de beoordeling betrokken en hebben eiser persoonlijk onderzocht. De deskundigen hebben inzichtelijk gemotiveerd op welke onderdelen eiser beperkt moet worden geacht. In wat eiser heeft aangevoerd ziet de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om het standpunt van de onafhankelijke deskundigen niet te volgen.
4.11
Naar het oordeel van de rechtbank hebben de deskundigen ook afdoende gemotiveerd waarom op basis van de Standaard Duurbelastbaarheid geen aanleiding bestaat om een urenbeperking aan te nemen. Uit de door eiser aangehaalde paragraaf blijkt dat aanleiding kan bestaan voor een urenbeperking als sprake is van een pijnsyndroom. Daaruit blijkt niet dat per definitie bij een pijnsyndroom een urenbeperking aangewezen is. De deskundigen hebben op basis van de persoonlijke situatie van eiser voldoende gemotiveerd waarom geen aanleiding wordt gezien om een urenbeperking aan te nemen. Dat de deskundigen zich niet zouden hebben gehouden aan de Standaard Duurbelastbaarheid, zoals eiser heeft gesteld, volgt de rechtbank dan ook niet.
4.12
Naar het oordeel van de rechtbank hebben de deskundigen in de reactie van eiser op de concept-rapportage geen aanleiding hoeven zien om tot een andere conclusie te komen. Er zijn geen aanwijzingen dat de reactie van eiser niet voldoende is meegewogen bij het opstellen van de definitieve rapportage. Zo is in de rapportage een aantal keren een aanvulling van eiser opgenomen. Eiser stelt dat hij zich niet gezien en gehoord voelt, zich niet herkent in de rapportage en dat er onvoldoende aandacht is voor de door hem ervaren klachten. De rechtbank heeft begrip voor eisers situatie en zijn ervaringen, maar er zijn onvoldoende objectieve gegevens om het oordeel van de deskundigen terzijde te schuiven. De subjectieve beleving van klachten is volgens vaste rechtspraak bovendien niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen in objectieve zin zijn vast te stellen.

Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?

5. Een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (arbeidsdeskundige b&b) van het UWV heeft, rekening houdend met de vastgestelde FML, de volgende functies ten grondslag gelegd aan de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid:

- Telefonist (centrale), medewerker callcenter (inbound) (Sbc-code 315174),

- Administratief medewerker (document scannen) (Sbc-code 315133) en

- Archiefmedewerker (Sbc-code 315132).
5.1.
Eiser heeft aangevoerd dat deze functies ten onrechte geschikt worden geacht. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat al deze functies voltijds zijn en daarom niet voldaan aan de belastbaarheid zoals de verzekeringsarts in de contra-rapportage heeft aangegeven. Verder is het zo dat er vereist is om langdurig in dezelfde houding te verblijven, dit is beduidend meer dan waartoe eiser in staat kan worden geacht conform de belastbaarheid zoals door haar weergegeven. De vereiste periodes van zitten en staan zijn verder voor eiser redelijkerwijs niet haalbaar op de datum in geding. Ook zijn er in de geduide functies geen mogelijkheden voor recuperatietijd zoals vereist.
5.2.
De beroepsgronden van eiser geven de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de medische geschiktheid van de geselecteerde functies. Eisers standpunt dat hij niet in staat is de geduide functies te verrichten, vloeit voort uit zijn opvattingen dat zijn medische beperkingen zijn onderschat en dat uit moet worden gegaan van de beperkingen zoals die vastgesteld door de contra-expert. Zoals de rechtbank in overwegingen 4.10. tot en met 4.12 heeft geconcludeerd worden die opvattingen niet gevolgd.

De hiervoor genoemde functies mochten dan ook worden gebruikt voor de berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid.

Is de mate van arbeidsongeschiktheid juist vastgesteld?

6. Op basis van de inkomsten die eiser met de geduide functies kan verdienen, heeft het UWV een berekening gemaakt die leidt tot een mate van arbeidsongeschiktheid van 79,46%. Omdat eiser tegen deze berekening geen gronden naar voren heeft gebracht, gaat de rechtbank uit van deze mate van arbeidsongeschiktheid.

Dit betekent dat het UWV terecht de mate van arbeidsongeschiktheid per 3 juli 2022 heeft vastgesteld op 79,46%.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiser geen proceskostenvergoeding en is er geen grond voor toekenning van de verzochte schadevergoeding. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed.
Beslissing
De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond;

wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 13 mei 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Bijlage wettelijk kader
In artikel 4, eerste lid, van de Wet WIA is bepaald dat volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur.

In het tweede lid is bepaald dat in het eerste lid onder duurzaam wordt verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie.

In het derde lid is bepaald dat onder duurzaam mede wordt verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.

Volgens artikel 5 van de Wet WIA is gedeeltelijk arbeidsgeschikt degene die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling slechts in staat is met arbeid ten hoogste 65% te verdienen van het maatmaninkomen per uur, maar die niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. Dit betekent dat pas recht op uitkering bestaat bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 35% of meer.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 21 december 2023 (ECLI:NL:CRVB:2023:2456).

Artikel delen