Tussenbeschikking. ES uitgesproken. Nevenvoorzieningen aangehouden
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25 June 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:4709
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
29-05-2026
Datum publicatie
25-06-2026
Zaaknummer
C/02/436162 FA RK 25-2877
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
ECLI:NL:RBZWB:2026:4709text/xmlpublic2026-06-25T11:58:452026-05-29Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-04-28C/02/436162 FA RK 25-2877UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4709text/htmlpublic2026-06-25T09:17:322026-06-25Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:4709 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 28-04-2026 / C/02/436162 FA RK 25-2877 Tussenbeschikking. ES uitgesproken. Nevenvoorzieningen aangehouden
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht locatie Breda Zaaknummer: C/02/436162 FA RK 25-2877 datum uitspraak: 28 april 2026 beschikking betreffende echtscheiding in de zaak van
[de man]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de man,
advocaat mr. R.A.H. Vullings, en
[de vrouw]
,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. B.P.A. van Beers.
1 Het procesverloop 1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 27 mei 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;
- het op 12 augustus 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;
- het op 4 september 2025 ontvangen verweerschrift op zelfstandig verzoek met bijlage;
- de brief van mr. Vullings van 8 september 2025;
- het op 18 november 2025 ontvangen gewijzigd verzoekschrift met als bijlagen het door partijen ondertekende convenant en addendum;
- de reactie van de man op het gewijzigd verzoekschrift, ontvangen op 27 november 2025;
- de brief van mr. Vullings van 24 maart 2026;
- de brief van mr. Van Beers van 9 april 2026. 2De feiten 2.1 Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- zij zijn op [datum] 1998 in de gemeente Etten-Leur met elkaar gehuwd in algehele gemeenschap van goederen;
- zij hebben de Nederlandse nationaliteit;
- hun huwelijk is duurzaam ontwricht. 3De verzoeken3.1 De man verzoekt, samengevat,
- echtscheiding;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking. 3.2 De vrouw verzoekt, samengevat,
- echtscheiding;
- vaststelling van een door de man aan haar te betalen onderhoudsbijdrage van € 1.586,= per maand;
- bepaling dat zij de huurster van de echtelijke woning zal zijn;
- opneming van de door partijen getroffen regelingen in de beschikking. 4De beoordeling4.1 Op uitdrukkelijk verzoek van de man zal de rechtbank bij voorrang beslissen op het verzoek tot echtscheiding. De vrouw heeft verklaard daartegen geen bezwaar te hebben. 4.2 Het verzoek tot echtscheiding ligt als op de wet gegrond en niet weersproken voor toewijzing gereed. 4.3 De beslissing over de nevenvoorzieningen zal worden aangehouden. Daarbij wordt opgemerkt dat de rechtbank op korte termijn de verhinderdata van partijen en advocaten zal opvragen. Op de te plannen zitting zal enkel het verzoek van de vrouw tot vaststellen van partneralimentatie worden behandeld. Over de overige nevenvoorzieningen, te weten het huurrecht en opneming van het convenant en addendum in de beschikking, blijkt uit de stukken dat partijen al overeenstemming hebben bereikt. 5De beslissing De rechtbank 5.1 spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 1998 in de gemeente Etten-Leur; 5.2 houdt de beslissing voor het overige aan. Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, en, in tegenwoordigheid van mr. Tillie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026. Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het