Aangehouden deel (overige zes maanden) verlenging machtiging uithuisplaatsing toegewezen. Terugplaatsing nog niet mogelijk. Hulpverleningstrajecten pas recent gestart.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 July 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2026:4984
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
07-06-2026
Datum publicatie
02-07-2026
Zaaknummer
C/02/440273 / JE RK 25-1744
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
ECLI:NL:RBZWB:2026:4984text/xmlpublic2026-07-02T15:03:462026-06-07Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-05-07C/02/440273 / JE RK 25-1744UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4984text/htmlpublic2026-07-01T12:31:182026-07-02Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:4984 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 07-05-2026 / C/02/440273 / JE RK 25-1744 Aangehouden deel (overige zes maanden) verlenging machtiging uithuisplaatsing toegewezen. Terugplaatsing nog niet mogelijk. Hulpverleningstrajecten pas recent gestart.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/440273 / JE RK 25-1744
Datum uitspraak: 7 mei 2026 Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie 's-Hertogenbosch,
hierna te noemen de GI, over
[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. N. van Vliet uit Breda,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. F. Pool uit Rotterdam. 1Het verdere verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de beschikking van 7 november 2025; de brief met bijlage van de GI van 8 april 2026; de berichten met bijlagen van mr. N. van Vliet van 4 mei 2026. 1.2. Op 7 mei 2026 heeft de kinderrechter de zitting met gesloten deuren voortgezet. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met waarnemend advocaat mr. M.S. Krol;
- de moeder met haar advocaat;
- twee vertegenwoordigers van de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2.
[minderjarige] heeft haar hoofdverblijfplaats bij de moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 november 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 15 november 2025 tot 15 november 2026. 2.4. Tevens heeft de kinderrechter bij diezelfde beschikking de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, met ingang van 15 november 2025 tot 15 mei 2026. Het overige deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is aangehouden. 2.5. Op basis van de voorgenoemde machtiging verblijft [minderjarige] bij de vader. 3Het overige verzoek3.1. Aan de orde is het resterende deel van het verzoek van de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, te verlengen voor de overige duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten4.1. De GI handhaaft het verzoek en legt daaraan het volgende ten grondslag. Inmiddels is er een tweede jeugdbeschermer betrokken en verloopt het contact tussen de tweede jeugdbeschermer en de moeder goed. Sindsdien verloopt ook de begeleide omgang tussen [minderjarige] en de moeder beter en wordt er gekeken of een uitbreiding mogelijk is. De GI acht het van belang dat de omgang door [hulpverlening 1] wordt begeleid, omdat de begeleider vanuit [hulpverlening 1] al lang betrokken is en [minderjarige] deze begeleider vertrouwt. De moeder belast [minderjarige] echter nog steeds regelmatig met volwassen kwesties of zaken waardoor [minderjarige] overvraagd wordt. De moeder lijkt zich niet bewust van wat wel of niet geschikte informatie is voor [minderjarige] en heeft hierin feedback nodig vanuit [hulpverlening 1] . Een voorbeeld hiervan is de situatie rondom [de kat] . [minderjarige] wist maandenlang niet waar [de kat] was, maar tijdens het videobellen tussen [minderjarige] en [persoon 1] zag [minderjarige] dat de kat bij de moeder verbleef. De moeder had de kat weggehaald bij de vader. Daarnaast durft [minderjarige] veel zaken niet met de moeder te bespreken. De omgang kan daarom nog niet onbegeleid plaatsvinden. Er is nog steeds sprake van fysieke en emotionele onveiligheid voor [minderjarige] bij de moeder en het is van belang dat er hulpverlening komt voor de moeder. Inmiddels heeft er een intake voor een therapeutisch psychologisch onderzoek plaatsgevonden bij de moeder. Behandeling moet nog volgen. Een thuisplaatsing bij de moeder is daarom nog niet in zicht. Verder is het van belang dat [minderjarige] verdere hulpverlening krijgt. Inmiddels heeft [minderjarige] meer de behoefte om haar stem te laten horen. Zij laat echter nog heel verschillende kanten van zichzelf zien bij de moeder, de vader en de GI. Ook zal zij haar verleden moeten verwerken. Zij heeft binnen het gezin veel grensoverschrijdend gedrag ervaren. Afgelopen maandag heeft er een intake plaatsgevonden bij Sterk Huis. [minderjarige] zal daar het traject Slapende Honden gaan volgen, gericht op trauma in combinatie met hulp bij seksueel misbruik. Vervolgens zal er nog behandeling plaats moeten vinden. Het is nodig dat [minderjarige] dit traject eerst doorloopt, voordat het contact tussen [minderjarige] en [persoon 1] kan worden uitgebreid. Verder is er sinds eind januari/begin februari 2026 een oudercommunicatietraject gestart bij [hulpverlening 2] . Het lukt de ouders momenteel nog niet om op een constructieve manier afspraken met elkaar te maken over [minderjarige] . Er is veel strijd en er zijn veel zaken die voor wrijving en conflicten zorgen. De GI acht het van belang dat [minderjarige] de komende periode bij de vader verblijft, omdat een terugplaatsing bij de moeder op dit moment niet in het belang is van [minderjarige] en zij het in verhouding goed doet bij de vader. Het lukt de moeder namelijk nog niet om haar eigen behoeftes aan de kant te zetten en die van [minderjarige] voorop te stellen. 4.2. Tijdens het gesprek met de kinderrechter heeft [minderjarige] verteld dat het prima gaat. Zij heeft het naar haar zin op school. Ook vindt zij het fijn om te videobellen met [persoon 1] , maar zij wil hem heel graag in het echt zien. Daarnaast wil zij graag naar [restaurant] met [persoon 2] . Verder vertelde [minderjarige] dat zij graag haar kat, [de kat] , terug wil, omdat [de kat] van de vader is. 4.3. Door en namens de vader is tijdens de zitting naar voren gebracht dat de vader instemt het verzoek. De vader wil graag het beste voor [minderjarige] en doet wat de GI van hem verwacht. Zo heeft hij een melding gedaan bij Veilig Thuis op advies van de GI. De vader sluit zich aan bij wat de GI naar voren heeft gebracht over [de kat] . De vader vindt het belangrijk dat er hulpverlening komt voor [minderjarige] . Zo heeft hij onder andere zorgen over [minderjarige] en [persoon 1] . Daarnaast zou de vader graag willen leren hoe hij om moet gaan met [minderjarige] , nadat er omgang is geweest tussen de moeder en [minderjarige] . [minderjarige] is dan namelijk onrustiger. De vader staat achter het traject bij [hulpverlening 2] en heeft daar volgende week een gesprek gepland staan. Vervolgens zal de vader de adviezen vanuit [hulpverlening 2] opvolgen. Verder is er op dit moment nog geen verhuizing aan de orde. Uiteindelijk wil de vader wel verhuizen, maar dit zal in overleg met de GI gebeuren. 4.4. Door en namens de moeder is tijdens de zitting naar voren gebracht dat de moeder zich niet verzet tegen het verzoek. Het liefst wil de moeder dat [minderjarige] weer bij haar komt wonen, maar dat is op dit moment nog niet mogelijk. Sinds de tweede jeugdbeschermer betrokken is, is er sprake van een constructieve samenwerking tussen de moeder en de GI. Wel vindt de moeder het van belang dat er grotere stappen worden gezet in de omgang. Een uur omgang is namelijk heel beperkt en in de afgelopen maanden is de omgang enkel uitgebreid met een half uur. Dit terwijl de feedback vanuit [hulpverlening 1] tot nu toe heel positief is en [minderjarige] en de moeder allebei willen dat de omgang wordt uitgebreid. Daarentegen vindt [hulpverlening 1] het wel zorgelijk dat [minderjarige] zich anders gedraagt bij de moeder dan bij de vader. Verder willen [minderjarige] en [persoon 1] graag fysiek contact met elkaar. De moeder wil graag dat de omgangsbegeleiding wordt meegenomen in het traject bij [hulpverlening 2] , omdat er nu te veel verschillende instanties betrokken zijn. De moeder heeft verder een intake gehad bij de Viersprong. Bij de Viersprong is echter wel sprake van een wachttijd van twaalf weken. In de tussentijd zal de hulpverlening voor [minderjarige] moeten starten en zal de oudercommunicatie opgestart moeten worden via [hulpverlening 2] . De strijd tussen de ouders blijft momenteel namelijk doorgaan en [minderjarige] heeft daar last van. Zo heeft de vader een melding gedaan bij Veilig Thuis. Een van de zorgen van de moeder is daarnaast dat de vader opnieuw zal gaan verhuizen met [minderjarige] . Verder geeft de moeder aan dat [de kat] zeker niet terug zal gaan naar de vader, omdat [de kat] van [persoon 3] is en [persoon 3] wil dat [de kat] bij de moeder blijft. [de kat] is namelijk chronisch ziek en zij zorgt voor hem. De moeder geeft aan dat [minderjarige] al sinds vorig jaar wist dat [de kat] bij de moeder was. 5De beoordeling Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing 5.1. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. 5.2. Op dit moment is het (nog) niet in het belang van [minderjarige] om terug bij de moeder te gaan wonen. Beide ouders zien dit zelf in en verzetten zich niet tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder is thans niet in staat om voldoende aan te sluiten bij [minderjarige] en het belang van [minderjarige] boven haar eigen belang te stellen. Het voorbeeld van de situatie over de kat, [de kat] , laat naar het oordeel van de kinderrechter duidelijk zien dat het de moeder onvoldoende lukt om zich te verplaatsen in [minderjarige] en inzicht te hebben in wat haar gedrag doet bij [minderjarige] . Momenteel is er sprake van begeleide omgang, waarbij de GI kijkt in hoeverre een uitbreiding mogelijk is in het belang van [minderjarige] . Tot nu toe is echter gebleken dat de omgang tussen [minderjarige] en de moeder niet onbegeleid kan plaatsvinden. De GI heeft de de regie over het contact tussen [minderjarige] en [persoon 1] . De GI is van mening dat [minderjarige] eerst behandeling dient te krijgen, voordat er sprake kan zijn van fysiek contact tussen [minderjarige] en [persoon 1] . De kinderrechter acht een voorzichtige aanpak hierbij in het belang van [minderjarige] . De hulpverleningstrajecten voor de moeder, [minderjarige] en voor de ouders onderling zijn recent gestart of moeten nog starten. De kinderrechter spreekt de hoop uit dat er door middel van deze trajecten een verbetering komt in de situatie. Er is echter nog een lange weg te gaan, voordat er sprake kan zijn van een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder. Aangezien het momenteel relatief goed gaat met [minderjarige] bij de vader, acht de kinderrechter het van belang om het resterende deel van het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing toe te wijzen en daarmee de plaatsing van [minderjarige] bij de vader de komende periode te waarborgen. 5.3. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de vader verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten met ingang van 15 mei 2026 tot 15 november 2026. Uitvoerbaar bij voorraad 5.4. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.5. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, met ingang van 15 mei 2026 tot 15 november 2026; 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Oorschot als griffier, en op schrift gesteld op 25 mei 2026. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.