ECLI:NL:RBZWB:2026:4999
1e ZM.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2 July 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:4999
text/xml
public
2026-07-02T15:01:56
2026-06-08
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-05-08
C/02/447571 / FA RK 26-2169
Uitspraak
Rekestprocedure
Beschikking
NL
Middelburg
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:4999
text/html
public
2026-07-02T14:49:15
2026-07-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:4999 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 08-05-2026 / C/02/447571 / FA RK 26-2169
1e ZM.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/447571 / FA RK 26-2169
Datum uitspraak: 8 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat mr. B.I. van Vugt uit Roosendaal.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 24 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van betrokkene;
de heer [persoon 1] , psychiater, behandelaar;
mevrouw [persoon 2] , de mentor van betrokkene;
[persoon 3] , begeleiding;
[persoon 4] , stagiair .
1.3.
Uit artikel 6:1 Wvggz volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen. Voorafgaand aan de zitting bleek dat betrokkene naar buiten was gegaan en dat hij aan het personeel van de instelling heeft aangegeven dat hij het niet eens is met het verzoek. Het personeel van de instelling is vervolgens nog op zoek gegaan naar betrokkene maar hij is niet gevonden op het terrein. Betrokkene heeft eerder aangegeven zich niet te herkennen in de zorgen die worden geschetst. De rechtbank stelt vast dat betrokkene op de hoogte is van de zitting en dat betrokkene niet bereid is om verder in gesprek te gaan met de rechtbank over het voorliggend verzoek. Gelet hierop heeft de rechtbank – met instemming van de advocaat, de behandelaar en de mentor – de zitting verder voortgezet terwijl betrokkene buiten op het terrein van de instelling aanwezig was.
2Het verzoek
2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3De standpunten
3.1.
De advocaat geeft tijdens de zitting aan dat betrokkene geen medicatie wil gebruiken omdat hij vindt dat dit niet nodig is en dat hij daar zelf over wil beslissen. Primair verzoekt de advocaat daarom het verzoek af te wijzen omdat er volgens betrokkene geen sprake is van ernstig nadeel. Subsidiair verzoekt de advocaat de zorgmachtiging met verplichte zorg te beperken tot de opname, beperking van de bewegingsvrijheid, medicatie en medische controles. Voor de overige vormen van verplichte zorg ontbreekt volgens de advocaat een voldoende concrete onderbouwing.
3.2.
De behandelaar merkt tijdens de zitting op dat er sinds het stoppen van de depotmedicatie bij betrokkene sprake is van een geleidelijke psychiatrische achteruitgang met toenemende agitatie, psychotische verschijnselen en agressief gedrag. Betrokkene maakt medepatiënten angstig, houdt zich niet aan afspraken en is door zijn gedrag niet meer plaatsbaar binnen de huidige beschermd wonen-woonvorm van betrokkene. Volgens de behandelaar is een klinische opname noodzakelijk om betrokkene opnieuw in te stellen op medicatie waarna terugkeer naar de huidige woonvorm weer mogelijk wordt. Met medicatie is betrokkene volgens de behandelaar beter begeleidbaar en nemen de psychotische symptomen af.
3.3.
De mentor geeft aan dat er lange tijd is geprobeerd betrokkene zonder dwang zorg te bieden en hem ruimte te geven om vrijwillig medicatie te accepteren. Sinds het stoppen van de medicatie is echter zichtbaar geworden dat hij geleidelijk achteruitgaat in functioneren en gedrag. Volgens de mentor is het huidige toestandsbeeld herkenbaar en maakt dit verplichte zorg noodzakelijk.
4De beoordeling
4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is namelijk sprake van schizofrenie. Ook heeft betrokkene een voorgeschiedenis van polymiddelengebruik. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene een voorgeschiedenis heeft van polymiddelengebruik en dat hij jarenlang vrijwillig depotmedicatie heeft geaccepteerd. Sinds betrokkene in 2026 de medicatie is gaan weigeren, is er sprake van een geleidelijke psychiatrische achteruitgang met toenemende paranoïde en psychotische symptomen waaronder hallucinaties. Daarnaast raakt betrokkene snel geïrriteerd en reageert hij explosief en intimiderend waardoor medepatiënten zich angstig voelen. Bij aandringen door zorgverleners vertoont betrokkene verbaal agressief gedrag, weigert hij somatische controles en screening op middelengebruik en houdt hij zich herhaaldelijk niet aan de afdelingsregels.
4.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
4.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene is niet in staat om relevante informatie over zijn zorg en behandeling te begrijpen en de gevolgen van zijn keuzes in te zien. Daarbij weigert hij medicatie in te nemen c.q. te accepteren. Daarom is verplichte zorg nodig.
4.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- opnemen in een accommodatie.
4.8.
De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de zitting gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.
4.9.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5De beslissing
De rechtbank:
5.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 4.7. staan kunnen worden toegepast;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 november 2026;
5.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2026 door mr. Van Eck, rechter, in aanwezigheid van Van Dijke, griffier en op schrift gesteld op 22 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.