Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:5329

WZD - RM

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 7 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:5329 text/xml public 2026-07-07T12:03:33 2026-06-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-05-18 C/02/447752 / FA RK 26-2262 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Middelburg Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5329 text/html public 2026-07-07T09:30:08 2026-07-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:5329 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 18-05-2026 / C/02/447752 / FA RK 26-2262
WZD - RM
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/447752 / FA RK 26-2262

Datum uitspraak: 18 mei 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats] ,

advocaat mr. J.E.S. de Rechter uit Hulst.
<nr>1</nr>Het verloop van de procedure 1.1.
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 30 april 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

mevrouw [persoon 1] , casemanager;

de heer [persoon 2] , huisarts.

Ook aanwezig, maar niet gehoord is:

- de heer [persoon 3] , partner van betrokkene.
<nr>2</nr>Het verzoek 2.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
<nr>3</nr>De standpunten 3.1.
Betrokkene stelt dat ze niet wil worden opgenomen. Ze kan makkelijk alleen thuis zijn.
3.2.
De advocaat stelt dat betrokkene wil dat het verzoek wordt afgewezen. Echter hoort de advocaat ook de zorgen en om die reden refereert ze zich aan het oordeel van de rechtbank.
3.3.
De casemanager voert aan dat het thuis onhoudbaar wordt, met name voor de partner van betrokkene. Hij werkt fulltime, maar draagt ook de volledige zorg voor betrokkene. Op het moment dat de partner niet thuis is, zijn er zo veel als mogelijk zorgmomenten gepland. Echter weigert betrokkene deze zorg in toenemende mate; ze doet de deur niet open of ze wordt erg boos. Betrokkene kan echter niet alleen zijn. Ze gaat erg hard achteruit, is onder meer slecht ter been, is incontinent en kan niet alleen naar het toilet, ze gaat zonder jas naar buiten en dwaalt dagelijks over straat waarna ze haar woning niet meer terug kan vinden. Er is van alles geprobeerd, zoals de inzet van een psycholoog, dagopvang en medicatie, maar dit is niet voldoende om de situatie te verbeteren.
3.4.
De huisarts stelt dat zowel Haldol als Risperidon is ingezet. Hier reageerde betrokkene niet goed op. Ook weigert ze haar medewerking te verlenen, is ze enorm achterdochtig en reageert ze boos.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk Young-onset Alzheimer.
4.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
Gebleken is dat betrokkene in toenemende mate aan het dwalen is. Betrokkene heeft geen inzicht meer in verkeersregels, waardoor het dwalen ook gevaarlijk is. Hierbij kan ze bevuilt of deels ontbloot rondlopen, weet ze de weg naar huis niet meer te vinden of herkent haar huis niet meer. Ook heeft betrokkene zich de afgelopen periode meerdere malen buitengesloten. Hiernaast is er sprake van een verhoogd risico op valincidenten, mede door knieklachten en doordat betrokkene te groot schoeisel aandoet en hierin niet te corrigeren is. Ook is betrokkene incontinent van urine en ontlasting en kan ze zichzelf niet adequaat verschonen. Ze eet en drinkt zelfstandig niets; ze moet hierin gestuurd worden door haar partner. Inmiddels wordt betrokkene volledig door haar partner verzorgd, omdat ze dit niet meer zelf kan. De partner is nog fulltime werkzaam en heeft al veel verzuimd door mantelzorgtaken. De thuiszorg is inmiddels gestopt; dit leidde tot meer onrust en agitatie bij betrokkene. Ze kan namelijk met agitatie en agressie reageren op zorgverleners, bezorgers, maar ook op haar partner. De thuissituatie is voor zowel betrokkene als haar partner onhoudbaar geworden.
4.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Ondanks uitgebreide inzet van formele en informele zorgverleners is thuis wonen met vergevorderde dementie niet langer haalbaar. Het dwaalgedrag, decorumverlies, onvermogen tot alarmeren, agitatie, onveilig handelen en weigeren van zorg maakt dat een opname noodzakelijk is geworden. Betrokkene heeft behoefte aan 24 uur per dag passende zorg, structurering en begeleiding binnen een veilige woonomgeving met zorg in nabijheid. Deze zorg kan een in een Wzd-accommodatie geboden worden. Betrokkene reageert vanuit onbegrip en angst met geagiteerd gedrag en verzet. Het geagiteerde gedrag is dagelijks en meerdere malen per dag aanwezig, vooral in situaties die betrokkene door haar dementie niet begrijpt, maar soms ook zonder duidelijke aanleiding, waardoor betrokkene onvoorspelbaar is.
4.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Deze zijn al geprobeerd (door de inzet van medicatie, dagbehandeling en thuiszorg) zonder of met averechts effect. Er sprake is van een vergevorderde dementie, waardoor ambulante zorg niet meer goed te bieden is en ook niet uit te breiden is.
<nr>5</nr>De beslissing
De rechtbank:
5.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ;
5.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 1 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen