ECLI:NL:RBZWB:2026:5455text/xmlpublic2026-07-08T15:01:472026-06-21Raad voor de RechtspraaknlRechtbank Zeeland-West-Brabant2026-05-21C/02/444905 / JE RK 26-230UitspraakRekestprocedureBeschikkingNLBredaCiviel recht; Personen- en familierechtRechtspraak.nlhttp://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5455text/htmlpublic2026-07-08T10:56:022026-07-08Raad voor de RechtspraaknlECLI:NL:RBZWB:2026:5455 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 21-05-2026 / C/02/444905 / JE RK 26-230 Wijziging contactregeling. Artikel 1:265g BW.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/444905 / JE RK 26-230
Datum uitspraak: 21 mei 2026 Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken in de zaak van de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen de GI, over
[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedag 1] 2010 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedag 2] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader]
,
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. R.A.M. Jorna uit Den Haag. Op grond van artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de Raad voor de Kinderbescherming, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna: de Raad, de kinderrechter over het verzoek geadviseerd. 1Het verloop van de procedure1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 februari 2026; de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 31 maart 2021; 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben geen mening gegeven. 1.4. Deze procedure hangt nauw samen met het verzoek van de GI met betrekking tot de verlenging van de ondertoezichtstelling met het kenmerk C/02/447531 / JE RK 26-716. Daarom heeft de kinderrechter de zaken tegelijk mondeling behandeld. De beslissing in de andere zaak staat in een aparte beschikking. 2De feiten2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.2.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 23 mei 2026. 2.4. De rechtbank Midden-Nederland heeft bij beschikking van 31 maart 2021 de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld: de kinderen verblijven om de week van vrijdag 18.30 uur tot zondag 18.30 uur bij hun vader waarbij de moeder de kinderen op vrijdag om 18.30 uur bij de woning van de vader brengt en de vader de kinderen op zondag om 18.30 uur bij de woning van de moeder brengt; vakantieregeling Voorjaarsvakantie: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader,
Meivakantie (2 weken): even jaren eerste week bij de vader, tweede week bij de moeder, oneven jaren andersom,
Meivakantie (1 week): even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder,
Zomervakantie: eerste drie weken bij de vader en laatste drie weken bij de moeder,
Herfstvakantie: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader,
Kerstvakantie: even jaren eerste week bij de vader, tweede week bij de moeder, oneven jaren andersom,
Pasen: even jaren bij de vader, oneven jaren bij de moeder, behalve als Pasen in een vakantie valt,
Pinksteren: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader, behalve als Pinksteren
in een vakantie valt,
Kerstdagen: bij de ouder waar de kinderen dan vanwege de kerstvakantie
verblijven,
Oud en Nieuw: bij de ouders waar de kinderen dan vanwege de kerstvakantie
verblijven,
hierbij geldt dat de schoolvakanties beginnen op vrijdagavond om 18.30 uur en eindigen de vrijdag daarom om 18.30 uur waarna de reguliere omgangsregeling wordt voortgezet en hierbij geldt dat het wisselmoment in de meerwekelijkse vakanties op vrijdagavond om 18.30 uur is, en indien de kinderen met Pasen en/of Pinksteren bij vader zijn, vader de kinderen, indien het niet in een omgangsweekend valt, zaterdagavond 18.30 uur bij moeder ophaalt en maandag om 18.30 uur bij moeder terugbrengt. 3Het verzoek3.1. De GI verzoekt de door de kinderrechter op 31 maart 2021 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken te wijzigen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt de volgende zorgregeling vast te stellen:
weekendregeling de kinderen verblijven om de week van vrijdag 18.30 uur tot zondag 19.30 uur bij hun vader waarbij de moeder de kinderen op vrijdag om 18.30 uur bij de woning van de vader brengt en de vader de kinderen op zondag om 19.30 uur bij de woning van de moeder brengt; de vader mag jaarlijks drie extra weekenden kiezen buiten de vakanties en feestdagen. Hij geeft deze weekenden uiterlijk op 1 januari door aan de moeder, die hier binnen twee weken op reageert. Als een weekend niet uitkomt, kan de vader één vervangend voorstel doen. Reageert de moeder niet binnen de gestelde termijn, dan geldt het voorstel automatisch als akkoord. vakanties en feestdagen: Pasen: Even jaren bij de vader en oneven jaren bij de moeder, de kinderen gaan op vrijdag om 18.30 uur tot en met maandag 19.30 uur. Dit is overstijgend aan de weekendregeling. Aanvulling: Indien de kinderen vanwege het Paasweekend en/of het Pinksterweekend drie weekenden op een rij bij de moeder zouden verblijven, wordt er afgeweken van de afspraken over het Paasweekend en/of het Pinksterweekend en verblijven de kinderen in het Paasweekend en/of Pinsterweekend van zaterdag 18.30 uur tot maandag 19.30 bij de vader. Hemelvaartsdag: Even jaren bij de vader en oneven jaren bij de moeder. Ophalen op woensdag om 18.30 uur en wegbrengen op donderdag om 19.30 uur. Bevrijdingsdag: Volgens de zorgregeling. Pinksteren: Even jaren bij de moeder en oneven jaren bij de vader, de kinderen gaan op vrijdag om 18.30 uur tot en met maandag 19.30 uur. Dit is overstijgend aan de weekendregeling. Aanvulling: Indien de kinderen vanwege het Paasweekend en/of het Pinksterweekend drie weekenden op een rij bij de moeder zouden verblijven, wordt er afgeweken van de afspraken over het Paasweekend en/of het Pinksterweekend en verblijven de kinderen in het Paasweekend en/of Pinsterweekend van zaterdag 18.30 uur tot maandag 19.30 bij de vader. Vaderdag en Moederdag: Als de dag valt in het weekend van de andere ouder, worden de kinderen in de gelegenheid gesteld om te bellen met de andere ouder. Sinterklaas: Volgens de zorgregeling. Verjaardagen van de ouders: de moeder is jarig op [datum 1] en de vader op [datum 2] . De ouders stellen de kinderen in de gelegenheid om telefonisch contact te hebben met de jarige ouder. Verjaardagen van de kinderen: [minderjarige 1] is jarig op [geboortedag 1] en [minderjarige 2] op [geboortedag 2] . De kinderen vieren hun verjaardag bij de ouder volgens de zorgregeling. Verjaardagen van familieleden: Iedere ouder draagt hier zelf zorg voor wanneer de kinderen bij die ouder zijn. Kerstvakantie (inclusief kerstdagen en oud & nieuw): In even jaren zijn de kinderen de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In oneven jaren zijn ze de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. Kerst en oud & nieuw vallen in deze weken en daar zijn geen aparte afspraken voor. Herfstvakantie: Even jaren bij de moeder en oneven jaren bij de vader. Zomervakantie: Ten aanzien van de zomervakantie refereert de GI zich aan het oordeel van de rechtbank. Carnavalsvakantie: Oneven jaren bij de moeder en even jaren bij de vader. Meivakantie (2 weken): In even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. Meivakantie (1 week): In even jaren bij de vader en in oneven jaren bij de moeder. Vakanties en weekenden starten altijd op vrijdag om 18.30 uur. De weekendregeling loopt door, behalve gedurende de zomervakantie. In het kader van de weekendregeling brengt de moeder de kinderen op vrijdag naar de vader om 18.30 uur. Op zondag (of vrijdag in de vakanties) brengt de vader de kinderen om 19.30 uur terug naar de moeder. 4De standpunten4.1. De GI heeft ter toelichting op het verzoek naar voren gebracht dat in het kader van de ondertoezichtstelling is gewerkt met de focus op de samenwerking en communicatie tussen de ouders en het maken van duidelijke, werkbare afspraken over de zorg- en opvoedingstaken. Er zijn stappen gezet, maar de situatie is nog altijd kwetsbaar. Het is niet gelukt een door beide ouders gedragen ouderschapsplan op te stellen, ondanks langdurige begeleiding via [psychologenpraktijk] en het opstellen van een concept-ouderschapsplan. De ouders hebben het concept niet willen ondertekenen, omdat zij geen overeenstemming konden bereiken over de zomervakantieregeling en de haal- en brengtijden in het kader van de weekendregeling. De GI acht het van belang dat de gehele zorgregeling in één beschikking wordt opgenomen zodat er duidelijkheid is over deze regeling en daarover geen discussie kan ontstaan. De GI is voornemens om na de vaststelling van een duidelijke zorgregeling te gaan werken naar een beëindiging van de ondertoezichtstelling. Hiervoor is het noodzakelijk dat er een duidelijke zorgregeling wordt vastgesteld. De GI had verwacht dat met het indienen van het verzoek met betrekking tot de zorgregeling meer rust zou ontstaan, maar vervolgens ontstaat er weer onrust en willen de ouders weer procedures opstarten bij de rechtbank. De GI vreest dat dit de realiteit is waarin [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moeten opgroeien en dat deze situatie niet zal veranderen. Er zijn momenten dat het goed gaat, maar deze perioden worden afgewisseld met spanningen, gebrekkige afstemming door de ouders en onvoldoende eigenaarschap van de ouders. De GI hoopt dat dit met een duidelijke zorgregeling minder wordt. De GI wil de komende maanden monitoren of de contactregeling wordt nagekomen. 4.2. Door en namens de moeder is aangevoerd dat de GI geen wijziging van omstandigheden heeft aangevoerd en derhalve niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het verzoek. Voorts heeft de moeder aangegeven dat door de GI niet doorgepakt is op de onderlinge communicatie en verhoudingen tussen de ouders, maar dat vooral is gestuurd op randzaken. Zo is aan de GI in het kader van de ondertoezichtstelling niet de opdracht gegeven om naar de vakantieregeling te kijken. Als de communicatie een probleem is, is dit geen reden om wijziging in de zorgregeling aan te brengen. De moeder heeft hiertegen bovendien bezwaar, omdat dit verzoek ook voorligt in de aangehouden procedure waarin ook de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken onderwerp is. Deze zaak wordt binnenkort ook door de rechtbank behandeld. De moeder verzet zich tegen de door de vader gewenste verdeling van de zomervakantie. De partner van de moeder heeft al jaren een vaste plek op een camping in Spanje. De kinderen hebben daar vakantievrienden. Als de vakanties worden verdeeld op een andere wijze dan kan de vakantie op deze wijze geen doorgang meer vinden en dit is volgens de moeder ook niet in het belang van de kinderen. Ten aanzien van het verlaten van het tijdstip van terugbrengen van de kinderen tijdens de weekendregeling heeft de moeder aangevoerd dat de vader zich nooit aan de tijden houdt en dat zij er ook geen vertrouwen in heeft dat hij dit na een wijziging wel zal doen. Als de tijd wordt gewijzigd in 19.30 uur vreest de moeder dat de kinderen nog later thuis komen en dat zij te weinig tijd hebben om te schakelen in de avond. 4.3. De vader heeft aangevoerd dat het praktisch niet mogelijk is om de kinderen op zondag om 18.30 uur terug te brengen naar de moeder. Een wijziging van het tijdstip zal dan ook meer rust geven. De vader heeft aangegeven dat hij zich aan dit tijdstip kan houden. Hij stelt dat het ook een wisselwerking is met de moeder. Zij brengt de kinderen ook niet altijd op tijd. Gezien de leeftijd van de kinderen vindt de vader ook het tijdstip van 18.30 uur niet meer passend. De vader heeft verder naar voren gebracht dat hij al lange tijd aangeeft dat hij ook de verjaardag van [minderjarige 2] met hem wil vieren. Om die reden wil hij ook een andere regeling tijdens de zomervakantie zodat hij ook om het jaar de verjaardag van [minderjarige 2] met de kinderen kan vieren. 4.4. De vertegenwoordigster van de Raad heeft geadviseerd het tijdstip van het terugbrengen tijdens de weekendregeling te wijzigen naar 19.30 uur. Daarnaast heeft zij ook geadviseerd de regeling tijdens de zomervakantie te wijzigen in die zin dat de kinderen het ene jaar de eerste drie weken bij de vader zijn en de laatste drie weken bij de moeder verblijven en het andere jaar de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader. De Raad betreurt het ten zeerste dat de ondertoezichtstelling geen verbetering in de onderlinge verhoudingen tussen de ouders heeft opgeleverd voor de kinderen. De ouders gunnen elkaar nog steeds niets en zij zijn niet bereid om elkaar enigszins tegemoet te komen. Zij zijn vooral bezig met wat zijzelf belangrijk vinden. Daarmee stellen zij hun eigen belangen boven de belangen van de kinderen en zo zou het niet moeten zijn. 5De beoordeling5.1. De kinderrechter overweegt dat artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW), voor zover hier van belang, bepaalt dat de kinderrechter voor de duur van de ondertoezichtstelling op verzoek van de gecertificeerde instelling een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. In lid 3 van dit artikel is voorts bepaald dat zodra de ondertoezichtstelling is geëindigd, geldt de op grond van het eerste lid vastgestelde regeling als een regeling als bedoeld in artikel 1:253a lid 2 BW. 5.2. De kinderrechter overweegt eerst of er sprake is van een wijziging van omstandigheden ten opzichte van de beschikking van 31 maart 2021. De kinderrechter overweegt dat de huidige zorgregeling tot stand is gekomen toen de kinderen nog jong waren. De kinderen zijn inmiddels ouder, in de pubertijd, en hebben ook andere behoeften. Bovendien heeft de ondertoezichtstelling niet tot een verbetering van de onderlinge communicatie tussen de ouders geleid. De kinderrechter is van oordeel dat daarmee voldoende wijziging van omstandigheden aanwezig is zodat de GI kan worden ontvangen in haar verzoek. 5.3. Uit de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht blijkt dat er ondanks de inzet van hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling het de ouders niet is gelukt om tot een gezamenlijk gedragen ouderschapsplan te komen. Hoewel beide ouders de GI verwijten dat er te weinig is gebeurd in het kader van de ondertoezichtstelling hebben ook beide ouders hun verantwoordelijkheid als ouders niet voldoende genomen. Zij blijven verzanden in discussies, onderling wantrouwen en op te starten procedures bij de rechtbank. Zij zijn daarbij met name gericht op hun eigen belangen en behoeften en gaan voorbij aan de belangen van de kinderen. De kinderrechter betreurt het, net als de GI en de Raad, dat de ouders hierin geen verandering willen of kunnen aanbrengen. In dat licht acht de kinderrechter het dan ook noodzakelijk in het belang van de [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om de gehele zorgregeling gedetailleerd in deze beschikking vast te leggen zodat hierover zo min mogelijk discussie blijft bestaan tussen de ouders. 5.4. Ten aanzien van de terugbrengtijd is de kinderrechter van oordeel dat het gezien de leeftijd van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] passend is dat dit tijdstip wordt gewijzigd in 19.30 uur. De kinderrechter gaat er daarbij vanuit dat beide ouders zich aan de tijdstippen van de regeling zullen houden, omdat zij vooralsnog niet in staat zijn om zich hierin flexibel op te stellen zonder daarna in verwijtende sfeer met elkaar om te gaan. 5.5. Ten aanzien van de zomervakantie is de kinderrechter van oordeel dat het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is dat zij het ene jaar de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder doorbrengen en het andere jaar de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij hun vader. Het is voor de band van de vader met hen ook van belang dat [minderjarige 2] zijn verjaardag met hem kan vieren. Bovendien hebben beide kinderen aangegeven dat zij geen bezwaar hebben tegen een wijziging van de verdeling van de zomervakantie. [minderjarige 2] vindt het ook fijn om zijn verjaardag door te brengen met zijn vader. De kinderrechter acht de stem van de kinderen in deze zaak, ook gelet op hun leeftijd, van doorslaggevende betekenis. Het belang van de moeder bij het behoud van de gereserveerde plaats op de camping in Spanje is hieraan ondergeschikt. 5.6. Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de beschikking van 31 maart 2021 wijzigen en de volledige contactregeling vaststellen in deze beschikking. De kinderrechter verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.7. De kinderrechter overweegt nog ten overvloede dat zij hoopt dat de ouders gaan inzien dat het steeds opstarten van gerechtelijke procedures niet in het belang is van de kinderen. Zij betreurt het dat het de ouders niet lukt om in het belang van de kinderen de strijdbijl te begraven en te gaan handelen in het belang van de kinderen. De voortdurende onderlinge strijd en de wijze waarop zij met elkaar omgaan is niet goed voor de kinderen. 6De beslissing De kinderrechter: 6.1. wijzigt de beschikking van 31 maart 2021 als volgt en bepaalt dat de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken recht hebben op contact met elkaar op de volgende wijze:
weekendregeling de kinderen verblijven om de week van vrijdag 18.30 uur tot zondag 19.30 uur bij hun vader waarbij de moeder de kinderen op vrijdag om 18.30 uur bij de woning van de vader brengt en de vader de kinderen op zondag om 19.30 uur bij de woning van de moeder brengt; de vader mag jaarlijks drie extra weekenden kiezen buiten de vakanties en feestdagen. Hij geeft deze weekenden uiterlijk op 1 januari door aan de moeder, die hier binnen twee weken op reageert. Als een weekend niet uitkomt, kan de vader één vervangend voorstel doen. Reageert de moeder niet binnen de gestelde termijn, dan geldt het voorstel automatisch als akkoord. vakanties en feestdagen: Pasen: Even jaren bij de vader en oneven jaren bij de moeder, de kinderen gaan op vrijdag om 18.30 uur tot en met maandag 19.30 uur. Dit is overstijgend aan de weekendregeling. Aanvulling: Indien de kinderen vanwege het Paasweekend en/of het Pinksterweekend drie weekenden op een rij bij de moeder zouden verblijven, wordt er afgeweken van de afspraken over het Paasweekend en/of het Pinksterweekend en verblijven de kinderen in het Paasweekend en/of Pinsterweekend van zaterdag 18.30 uur tot maandag 19.30 bij de vader. Hemelvaartsdag: Even jaren bij de vader en oneven jaren bij de moeder. Ophalen op woensdag om 18.30 uur en wegbrengen op donderdag om 19.30 uur. Bevrijdingsdag: Volgens de zorgregeling. Pinksteren: Even jaren bij de moeder en oneven jaren bij de vader, de kinderen gaan op vrijdag om 18.30 uur tot en met maandag 19.30 uur. Dit is overstijgend aan de weekendregeling. Aanvulling: Indien de kinderen vanwege het Paasweekend en/of het Pinksterweekend drie weekenden op een rij bij de moeder zouden verblijven, wordt er afgeweken van de afspraken over het Paasweekend en/of het Pinksterweekend en verblijven de kinderen in het Paasweekend en/of Pinsterweekend van zaterdag 18.30 uur tot maandag 19.30 bij de vader. Vaderdag en Moederdag: Als de dag valt in het weekend van de andere ouder, worden de kinderen in de gelegenheid gesteld om te bellen met de andere ouder. Sinterklaas: Volgens de zorgregeling. Verjaardagen van de ouders: de moeder is jarig op [datum 1] en de vader op [datum 2] . De ouders stellen de kinderen in de gelegenheid om telefonisch contact te hebben met de jarige ouder. Verjaardagen van de kinderen: [minderjarige 1] is jarig op [geboortedag 1] en [minderjarige 2] op [geboortedag 2] . De kinderen vieren hun verjaardag bij de ouder volgens de zorgregeling. Verjaardagen van familieleden: Iedere ouder draagt hier zelf zorg voor wanneer de kinderen bij die ouder zijn. Kerstvakantie (inclusief kerstdagen en oud & nieuw): In even jaren zijn de kinderen de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In oneven jaren zijn ze de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. Kerst en oud & nieuw vallen in deze weken en daar zijn geen aparte afspraken voor. Herfstvakantie: Even jaren bij de moeder en oneven jaren bij de vader. Zomervakantie: De eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder en vanaf 2027 in de oneven jaren de kinderen de eerste drie weken van de zomervakantie bij moeder en de laatste drie weken bij vader. In de even jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder. Carnavalsvakantie: Oneven jaren bij de moeder en even jaren bij de vader. Meivakantie (2 weken): In even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder. In oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. Meivakantie (1 week): In even jaren bij de vader en in oneven jaren bij de moeder. Vakanties en weekenden starten altijd op vrijdag om 18.30 uur. De weekendregeling loopt door, behalve gedurende de zomervakantie. In het kader van de weekendregeling brengt de moeder de kinderen op vrijdag naar de vader om 18.30 uur. Op zondag (of vrijdag in de vakanties) brengt de vader de kinderen om 19.30 uur terug naar de moeder. 6.2. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 6.3. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Maandag, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2026 in aanwezigheid van Boink als griffier. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.