ECLI:NL:RBZWB:2026:5948
RM
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 August 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:5948
text/xml
public
2026-08-10T14:55:37
2026-07-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-06-02
C/02/448447 / FA RK 26-2632
Uitspraak
Rekestprocedure
NL
Breda
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:5948
text/html
public
2026-08-10T14:54:43
2026-08-10
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:5948 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 02-06-2026 / C/02/448447 / FA RK 26-2632
RM
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448447 / FA RK 26-2632
Datum uitspraak: 2 juni 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1939 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. A.W.M. van de Wouw uit Galder.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 mei 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026 bij betrokkene thuis. Daarbij zijn gehoord:
betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
[persoon 1] , casemanager dementie;
[persoon 2] , verpleegkundige bij [zorgaanbieder] ;
[persoon 3] , mentor.
1.3.
Tevens tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:
- [persoon 4] .
2Wat vaststaat
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.
3Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
4De standpunten
4.1.
Betrokkene brengt naar voren dat het goed met hem gaat. De bestaande problemen kunnen volgens hem worden opgelost met extra zorg, zodat hij thuis kan blijven wonen. Daarnaast geeft hij aan nog zelfstandig boodschappen te doen en zijn maaltijden zelf op te warmen.
4.2.
De casemanager verklaart dat betrokkene een aantal keer ’s nachts al dwalend op blote voeten op straat is aangetroffen door omstanders. Dit is een risicovolle situatie, zowel vanwege de kou als vanwege de mogelijkheid dat betrokkene in onveilige situaties terechtkomt. Daarnaast is er voor betrokkene een plek beschikbaar bij [accommodatie] , waar de 24-uurszorg en begeleiding kan worden geboden die hij nodig heeft.
4.3.
De verpleegkundige brengt naar voren dat betrokkene onlangs het gas heeft laten aanstaan en niet in staat is adequaat te handelen indien zich een incident voordoet. Daarnaast is betrokkene recent gevallen waarna hij niet meer zelfstandig overeind gekomen. De zorg heeft hem toen op de grond in de woning aangetroffen. Tevens ontvangt betrokkene drie tot vier keer per dag zorg, hetgeen het maximum aan ambulante inzet betreft. De verpleegkundige acht een rechterlijke machtiging noodzakelijk om de veiligheid van betrokkene te waarborgen.
4.4.
De mentor onderschrijft het standpunt van de casemanager en verpleegkundige.
4.5.
De advocaat voert aan dat de diagnose dementie al geruime tijd bekend is. Daarnaast zijn er zorgen rondom betrokkene, die niet via minder ingrijpende alternatieven kunnen worden opgelost. Namens betrokkene verzoekt de advocaat om afwijzing van het verzoek.
5De beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk dementie in combinatie met premorbide verminderd intellect.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Betrokkene is onvoldoende in staat voor zichzelf te zorgen. Hij heeft gedurende de dag ondersteuning en begeleiding nodig bij alle dagelijkse handelingen en activiteiten, omdat betrokkene daar uit zichzelf niet toe komt. Daarnaast is betrokkene in korte tijd meermaals gaan dwalen in de nacht en wordt dan teruggebracht door de politie of het personeel van de ambulance. Hij weet de weg naar zijn appartement dan niet en weet ook niet meer wat er is gebeurd. Ook zijn er zorgen op het somatische vlak; zo is betrokkene diabetespatiënt. De thuiszorg treft hem regelmatig met een te lage bloedsuikerspiegel aan, terwijl betrokkene dit zelf niet door heeft. Twee keer per dag is er zicht op dat betrokkene iets eet, maar andere momenten moet hij het zelf doen. Het vergeten van de eetmomenten levert risico op vanwege zijn insulinegebruik. Onlangs heeft betrokkene een pan op het gas gezet, maar vervolgens vergeten dat hij aan het koken was. Dit brengt brandgevaar met zich mee voor betrokkene en ook voor de andere bewoners in het gebouw. Tot slot is betrokkene recent gevallen en heeft de thuiszorg hem op de grond aangetroffen.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft duidelijk aan niet te willen verhuizen, hij zegt dan weg te lopen. Daarnaast heeft betrokkene geen ziektebesef en ziekte-inzicht en een zeer slecht geheugen waardoor hij niet kan onthouden wat er is misgegaan of waarom hij buiten op straat is beland. Hij ziet dan ook geen noodzaak om te verhuizen.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een machtiging tot opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurszorg en begeleiding nodig heeft in een veilige woonomgeving. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene niet meer thuis kan wonen. De inzet van thuiszorg is niet voldoende gebleken om de gezondheid en veiligheid voor betrokkene te waarborgen.
5.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van twaalf maanden.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1939 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 december 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 17 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.