ECLI:NL:RBZWB:2026:6255
Herstelbeschikking
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 August 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:6255
text/xml
public
2026-08-17T12:01:34
2026-07-11
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-06-10
C/02/446058 / JE RK 26-439
Uitspraak
Rekestprocedure
Beschikking
NL
Breda
Civiel recht; Personen- en familierecht
Herstelde uitspraak: ECLI:NL:RBZWB:2026:3934
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6255
text/html
public
2026-07-30T14:51:20
2026-08-17
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:6255 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-06-2026 / C/02/446058 / JE RK 26-439
Herstelbeschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/02/446058 / JE RK 26-439
C/02/446579 / JE RK 26-539
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Verbetering van een beschikking
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats],
advocaat: mr. N.A.H. Limbourg uit Breda.
1Het verzoek
1.1.
Op 9 juni 2026 heeft de rechtbank van mr. Limbourg een bericht ontvangen waarin is verzocht om een herstel van de op 10 april 2026 in deze zaak gegeven beschikking, in die zin dat de termijn van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] onjuist is opgenomen in deze beschikking. Mr. Limbourg was in de veronderstelling dat de machtiging was verleend tot 25 juni 2026 in plaats van tot 15 juni 2026, net zoals de machtiging tot uithuisplaatsing van de halfzus van [minderjarige].
2De beoordeling
2.1.
Op grond van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan de rechter op verzoek van een partij of ambtshalve een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout in een beschikking verbeteren, mits die fout zich voor eenvoudig herstel leent. Het criterium hierbij is of voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is.
2.2.
De kinderrechter heeft geconstateerd dat in de beschikking van 10 april 2026, tussen de partijen gewezen, sprake is van een kennelijke vergissing die zich leent voor eenvoudig herstel. In rechtsoverweging 7.11 staat: “De kinderrechter zal de machtiging tot uithuisplaatsing verlenen maar zal deze in duur beperken tot 25 juni 2026.” In het dictum is deze machtiging tot uithuisplaatsing evenwel niet opgenomen tot 25 juni 2026, maar tot 15 juni 2026.
3De beslissing
De kinderrechter:
3.1.
verbetert de beschikking van 10 april 2026, in dier voege dat rechtsoverweging 8.2 van het dictum als volgt komt te luiden:
‘verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie met ingang van 15 april 2026 tot 25 juni 2026’.
3.2.
handhaaft de beschikking van 10 april 2026 voor het overige.
Deze herstelbeschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier.