ECLI:NL:RBZWB:2026:6269
ZM op ZM artikel 6:1 Wvggz
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 17 August 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:6269
text/xml
public
2026-08-17T11:57:04
2026-07-11
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-06-10
C/02/448359 / FA RK 26-2588
Uitspraak
Rekestprocedure
Beschikking
NL
Breda
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6269
text/html
public
2026-08-17T11:56:27
2026-08-17
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:6269 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 10-06-2026 / C/02/448359 / FA RK 26-2588
ZM op ZM artikel 6:1 Wvggz
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448359 / FA RK 26-2588
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen.
1Het verloop van de procedure
1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 mei 2026.
1.2.
De rechtbank heeft partijen opgeroepen voor de zitting van het verzoek op 8 juni 2026 bij betrokkene thuis. Hierbij waren aanwezig:
mr. A.Ch. Osté, advocaat van betrokkene;
[persoon 1] , case-manager FACT-team.
1.3.
Bij aanvang van de zitting constateert de rechtbank dat betrokkene niet is verschenen. Uit artikel 6:1 Wvggz volgt dat de rechter betrokkene hoort na ontvangst van het verzoekschrift voor het verlenen van een zorgmachtiging, tenzij de rechter vaststelt dat betrokkene niet in staat is of niet bereid is zich te doen horen.
1.4.
De advocaat van betrokkene heeft aangegeven dat hij betrokkene voorafgaand aan de zitting niet heeft kunnen spreken. Daarnaast heeft de casemanager geprobeerd om betrokkene telefonisch te bereiken, maar betrokkene nam niet op.
1.5.
Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank het verzoek op 8 juni 2026 niet inhoudelijk behandeld en de zaak aangehouden tot de zitting op 10 juni 2026 op het woonadres van betrokkene. Hierbij waren aanwezig:
mr. A.Ch. Osté, advocaat van betrokkene;
[persoon 2] , zorgmedewerker FACT-team.
1.6.
Bij aanvang van voormelde zitting heeft de zorgmedewerker in aanwezigheid van de rechter en de griffier en de advocaat aangebeld bij de woning van betrokkene. Eerst deed betrokkene de deur niet open. Nadat de zorgmedewerker betrokkene gebeld heeft en kort met haar gesproken te hebben deed betrokkene de deur open. De rechter heeft aangegeven met betrokkene te willen spreken. Hierop antwoordde betrokkene dat ze er genoeg van had. Zij heeft vervolgens de deur weer dicht gedaan.
1.7.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat betrokkene correct is opgeroepen voor de zitting, maar dat zij niet bereid is om zich te doen horen over het verzoek. De rechtbank heeft de zitting daarom buiten aanwezigheid van betrokkene voortgezet. De advocaat heeft hiermee ingestemd.
2Wat vaststaat
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 2 juli 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 2 juli 2026.
3Het verzoek
3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4De standpunten
4.1.
De zorgmedewerker brengt naar voren dat betrokkene eenmaal per maand depotmedicatie ontvangt. Sinds februari 2026 is het echter niet meer gelukt om contact met betrokkene te krijgen en weigert zij de medicatie. Daarnaast zijn er klachten ontvangen over overlast gevend gedrag, waarbij betrokkene e-mails verstuurde en daarbij ongeveer honderd personen in de cc plaatste. Het doel van de behandeling is om betrokkene gedwongen op te nemen en haar opnieuw in te stellen op medicatie.
4.2.
De advocaat verzoekt primair om afwijzing van het verzoek. Subsidiair refereert hij zich aan het oordeel van de rechtbank.
5De beoordeling
5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel, gelet op de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Voorafgaand aan het opstellen van de medische verklaring heeft de betreffende psychiater niet met betrokkene gesproken omdat het niet lukte om met haar in contact te komen. Daartoe zijn drie afzonderlijke pogingen gedaan om een huisbezoek af te leggen en er is ook op andere wijze geprobeerd met betrokkene contact te leggen. Er is een medische verklaring opgesteld aan de hand van informatie van de casemanager, andere bronnen en het zorgplan. Met de officier van justitie is de rechtbank van mening dat de onafhankelijk psychiater heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kon worden om et vereiste onderzoek te doen plaatsvinden.
Betrokkene heeft schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en/of neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen).
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat het ernstig nadeel zich zal openbaren wanneer betrokkene haar medicatie staakt, met als gevolg dat zij psychotisch decompenseert. Tijdens een psychotische ontregeling lijdt betrokkene aan hallucinaties ten gevolge waarvan zij in conflict met derden komt. Zij kan daarbij ook agressief naar anderen reageren, zo is in het verleden gebleken dat betrokkene is veroordeeld voor een mishandeling van haar vader. Daarnaast heeft betrokkene een betalingsachterstand bij de woningbouwvereniging, waardoor zij het risico loopt uit haar woning te worden gezet. Daarnaast is er meerdere keren door de casemanager en psychiater aangebeld bij betrokkene om een beoordeling te doen. Betrokkene laat dan weten niet te zullen meewerken aan een beoordeling en dreigt met suïcide als zij opnieuw door de zorgverleners zou worden lastiggevallen.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene weigert sinds februari 2026 haar depotmedicatie en is volledig uit contact met het FACT-team. Daarnaast weigert zij de deur te openen en verschijnt ze niet op de gemaakte afspraken. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
5.9.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz.
6De beslissing
De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 juni 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 18 juni 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.