ECLI:NL:RBZWB:2026:6483
VOVO n-o griffierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 July 2026
Jurisprudentie – Uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:6483
text/xml
public
2026-07-24T09:00:27
2026-07-16
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2026-07-16
BRE 26/3284
Uitspraak
Voorlopige voorziening
NL
Breda
Bestuursrecht; Belastingrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:6483
text/html
public
2026-07-23T11:17:42
2026-07-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBZWB:2026:6483 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 16-07-2026 / BRE 26/3284
VOVO n-o griffierecht
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 26/3284
uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., gevestigd te [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger.
Procesverloop
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster, ontvangen door de rechtbank op 19 juni 2026.
1.1.
Verzoekster verzoekt in haar verzoekschrift om (i) een uitspraak op bezwaar van de ontvanger te vernietigen, (ii) een dwangbevel met kosten nietig te verklaren, (iii) de executie van een dwangbevel te schorsen, en (iv) de ontvanger te veroordelen in de proceskosten.
1.2.
Voor het verzoek is verzoekster griffierecht verschuldigd van € 397.
1.3.
Op 20 juni 2026 is aan (de gemachtigde van) verzoekster bij aangetekende brief de nota griffierecht verzonden. De brief is verzonden aan het adres van verzoekster dat zij in haar verzoekschrift heeft vermeld. In die brief wordt verzoekster verzocht het griffierecht van € 397 uiterlijk twee weken na de datum van dagtekening van die brief te betalen. De brief vermeldt verder dat niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek kan volgen, als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald. Volgens gegevens van Track & Trace van PostNL is de brief bij verzoekster bezorgd.
Motivering
2. Omdat uit informatie van PostNL blijkt dat de in 1.2 bedoelde brief op 23 juni 2026 aan verzoekster is uitgereikt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekster op de juiste wijze in de gelegenheid is gesteld het griffierecht te voldoen.
2.1.
Uit de administratie van de rechtbank blijkt dat het griffierecht niet is ontvangen. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:82, derde lid, in samenhang met artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
2.2.
Er is tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.A. Burgers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.A.C. Deeleman, griffier.
griffier voorzieningenrechter
De uitspraak is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.