Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:7418

Intrekking verzoek verlenging ondertoezichtstelling

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 18 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:7418 text/xml public 2026-09-18T09:01:57 2026-08-09 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-07-09 C/02/440336 / JE RK 25-1753 Uitspraak Rekestprocedure Beschikking NL Breda Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7418 text/html public 2026-09-18T09:01:25 2026-09-18 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7418 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 09-07-2026 / C/02/440336 / JE RK 25-1753
Intrekking verzoek verlenging ondertoezichtstelling
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/440336 / JE RK 25-1753

Datum uitspraak: 9 juli 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,

hierna te noemen: de GI,

locatie Helmond,

over

[minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [woonplaats] ,

advocaat mr. N.A.H. Limbourg uit Breda.
<nr>1</nr>Het verdere verloop van de procedure 1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

de in deze zaak gegeven beschikking van 12 juni 2026 en alle daarin genoemde stukken;

de brief van de GI van 22 juni 2026, ingekomen op 23 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:

de vader, bijgestaan door zijn advocaat;

een vertegenwoordiger van de GI.

De moeder is niet verschenen. De GI geeft ter zitting aan dat zij die ochtend per WhatsApp contact heeft gehad met de moeder. Gebleken is dat de moeder van de zitting af weet. De GI heeft de moeder ook medegedeeld dat zij, zoals de kinderrechter in zijn beschikking van 12 juni 2026 voorstelde, de zitting ook via MS Teams zou kunnen bijwonen. De GI heeft gezien dat de moeder dat bericht heeft gelezen, maar heeft daar verder niet op gereageerd.
<nr>2</nr>De feiten 2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij zijn moeder. [minderjarige] en de moeder stonden tot voor kort in het BRP ingeschreven in [plaats] . Sinds medio augustus 2025 is de feitelijke woon- of verblijfplaats van de moeder en [minderjarige] onbekend.
2.3.
Bij voormelde beschikking van 12 juni 2026 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 16 juni 2026 tot 16 juli 2026 en heeft hij het resterende deel van het verzoek aangehouden tot deze zitting van 9 juli 2026.
<nr>3</nr>Het nog openstaande verzoek 3.1.
Het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen tot 16 december 2026 en die beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
<nr>4</nr>De beoordeling 4.1.
De GI geeft ter zitting aan dat de moeder met [minderjarige] , voor zover bekend, momenteel in Frankrijk verblijft, waardoor nog steeds niet aan de binnen de ondertoezichtstelling gestelde doelen kan worden gewerkt. De GI weet dat de moeder op zichzelf goed voor [minderjarige] kan zorgen. Nu de GI bovendien ter zitting van de vader hoort dat hij zich er bij neerlegt dat [minderjarige] , op welke plek dan ook, verder alleen door de moeder zal worden opgevoed, trekt de GI het resterende deel van het verzoek in. Met een verdere ondertoezichtstelling kunnen de gestelde doelen niet worden bereikt.
4.2.
Ter zitting is gebleken dat de vader instemt met intrekking van het resterende gedeelte van het verzoek.

Uit de op 23 juni 2026 ingebrachte brief van de GI maakt de kinderrechter op dat de moeder tegen intrekking van het resterende deel van het verzoek eveneens geen bezwaar heeft.
4.3.
Het voorgaande brengt met zich dat het verzoek van de GI voor het overige zal worden afgewezen.
<nr>5</nr>De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
wijst het verzoek voor het overige af.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 20 juli 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Artikel delen