Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:7564

Omgevingsvergunning voor het plaatsen van lichtmasten. Geen strijd met bestemmingsplan. Beroep ongegrond.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 21 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:7564 text/xml public 2026-08-21T09:00:11 2026-08-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-07-29 BRE 25/6128 Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Middelburg Bestuursrecht; Omgevingsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7564 text/html public 2026-08-19T10:39:28 2026-08-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7564 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 29-07-2026 / BRE 25/6128
Omgevingsvergunning voor het plaatsen van lichtmasten. Geen strijd met bestemmingsplan. Beroep ongegrond.
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/6128

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen, het college. Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het besluit van het college om een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van zes lichtmasten op de locatie [adres] in [plaats] . Eiser is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand daarvan beoordeelt de rechtbank de vergunningverlening.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Procesverloop en feiten
2. Voetbalvereniging “Wij Houden Stand” heeft op 21 mei 2025 de omgevingsvergunning aangevraagd. De voetbalvereniging wil nieuwe veldverlichting aan brengen rondom het hoofdveld. Het college heeft met het besluit van 7 juli 2025 een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten:

Bouwactiviteit (technisch)

Omgevingsplanactiviteit bouwwerken
2.1.
Eiser woont naast het hoofdveld van de voetbalvereniging op het adres Bierensstraat 67 en hij heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Met het bestreden besluit van 14 oktober 2025, verzonden op 17 oktober 2025, op het bezwaar van eiser heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard en de verleende omgevingsvergunning in stand gelaten. Het college heeft daarbij het advies van de Commissie van advies voor de bezwaarschriften van de gemeente Tholen overgenomen.
2.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 29 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en [persoon] namens het college.
2.4.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de rechtbank
De verleende omgevingsvergunning

3. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend, omdat het bouwplan van de voetbalvereniging voldoet aan de regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Tholen, gevormd door het bestemmingsplan “Kommen” (hierna: het bestemmingsplan). In artikel 20.2 van de planregels staat dat lichtmasten en overige masten tot een hoogte van 15 meter rechtstreeks zijn toegestaan. Het college overweegt dat de voorziene lichtmasten een hoogte hebben van 14,60 meter en daarmee dus voldoen aan de regels.

Wat voert eiser aan?

4. Eiser heeft in zijn beroepschrift – kort samengevat – aangevoerd dat het college de vergunning voor de lichtmasten niet kon verlenen, omdat dit niet past in het geldende bestemmingsplan. Tijdens de zitting heeft eiser dit standpunt toegelicht in die zin dat de hoogte van 14,60 meter weliswaar is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, maar dat het niet zo kan zijn dat de vergunningverlening wordt gebaseerd op bestemmingsplan dat lang geleden is vastgesteld, nu zich sindsdien ontwikkelingen hebben voorgedaan. Daarnaast voert eiser aan dat het college onder andere zijn zorgen over overlast en de negatieve invloed op vleermuizen, diverse vogelsoorten en muizen had moeten meewegen. Een zorgvuldige afweging had volgens eiser tot een andere uitkomst moeten leiden.

Wat oordeelt de rechtbank?

5. De rechtbank overweegt dat het bestemmingsplan weliswaar ‘plan’ heet, maar eigenlijk een lokaal geldende wet is. Daar moet iedereen vanuit kunnen gaan. Als een bouwplan aan de regels van het bestemmingsplan voldoet, dan mag het college de vergunning niet weigeren. Dat heet het limitatief- imperatief stelsel. Een belangrijke reden daarvoor is dat eenieder op de juiste toepassing van de wettelijke regels moet kunnen vertrouwen. Het rechtszekerheidsbeginsel noopt daartoe.

De rechtbank heeft naar aanleiding van wat eiser heeft aangevoerd geen rechtsgrond kunnen vinden op grond waarvan weigering toch mogelijk is. Dat betekent dat het college de vergunning terecht heeft verleend. De morele zorgvuldigheidsnormen waarop eiser tijdens de zitting heeft gewezen, leiden niet tot een ander oordeel. De rechtbank kan het beroep alleen gegrond verklaren als het college een juridische regels heeft overtreden. Daarvan is in dit geval niet gebleken. Tenslotte heeft eiser nog naar voren gebracht dat mensen niet altijd gebruik hoeven te maken van alle mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Dat is op zichzelf juist, maar of iets wenselijk of netjes is, is geen vraag die de rechtbank juridisch kan beoordelen.
Conclusie en gevolgen
6. Gelet op het bovenstaande is het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
6.1.
Partijen zijn erop gewezen dat zij de mogelijkheid hebben om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wilbrink, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 29 juli 2026.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Artikel delen