Eiser stelt geldleningsovereenkomst te hebben gesloten met gedaagde en vordert betaling van het niet afgeloste bedrag. Gedaagde betwist het bestaan van de geldleningsovereenkomst: hij kent eiser niet en betwist onder andere de echtheid van de handtekening. De kantonrechter oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht. De kantonrechter wijst de vordering af.