Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ECLI:NL:RBZWB:2026:7930

Eiser stelt geldleningsovereenkomst te hebben gesloten met gedaagde en vordert betaling van het niet afgeloste bedrag. Gedaagde betwist het bestaan van de geldleningsovereenkomst: hij kent eiser niet en betwist onder andere de echtheid van de handtekening. De kantonrechter oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht. De kantonrechter wijst de vordering af.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 8 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:7930 text/xml public 2026-09-08T08:57:20 2026-08-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Zeeland-West-Brabant 2026-08-19 11694256 CV EXPL 25-1641 Uitspraak Bodemzaak NL Breda Civiel recht; Verbintenissenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2026:7930 text/html public 2026-09-07T12:04:40 2026-09-08 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBZWB:2026:7930 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 19-08-2026 / 11694256 CV EXPL 25-1641
Eiser stelt geldleningsovereenkomst te hebben gesloten met gedaagde en vordert betaling van het niet afgeloste bedrag. Gedaagde betwist het bestaan van de geldleningsovereenkomst: hij kent eiser niet en betwist onder andere de echtheid van de handtekening. De kantonrechter oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht. De kantonrechter wijst de vordering af.

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Breda

Zaaknummer: 11694256 CV EXPL 25-1641

Vonnis van 19 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats 1] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: [gemachtigde] (Van Loon Incasso Advocaten),

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

De zaak in het kort

Deze zaak gaat over een geldleningsovereenkomst. [eiser] stelt dat hij een geldleningsovereenkomst heeft gesloten met [gedaagde] . De overeenkomst ziet op € 2.000,00. [eiser] stelt dat [gedaagde] een bedrag van € 1.040,00 niet heeft afgelost. Hij vordert daarom betaling van dat bedrag, vermeerderd met kosten en rente. [gedaagde] betwist dat hij een overeenkomst gesloten heeft met [eiser] . [gedaagde] stelt dat hij [eiser] niet kent, heeft nooit een geldleningsovereenkomst met hem gesloten en heeft nooit geld van hem ontvangen. [gedaagde] betwist de echtheid van de handtekening onder de overeenkomst. Verder zijn het gebruikte e-mailadres, woonadres en bankrekeningnummer niet van hem. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] niet aan de motiveringsplicht heeft voldaan. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiser] daarom af. Dat betekent dat [gedaagde] niets aan [eiser] hoeft te betalen.
<nr>1</nr>De procedure 1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 juni 2025;

- de mondelinge behandeling van 16 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De kantonrechter heeft bij tussenvonnis een mondelinge behandeling bevolen. Zowel [eiser] als [gedaagde] hebben vervolgens een aanhoudingsverzoek gedaan. De kantonrechter heeft deze verzoeken gehonoreerd. Bij brief is medegedeeld dat mondelinge behandeling is bepaald op 16 juli 2026. [eiser] is, hoewel op de juiste manier opgeroepen, niet verschenen tijdens de zitting. [gedaagde] is op zijn verzoek verschenen door middel van een videoverbinding, na toestemming van de kantonrechter.
1.3.
Daarna is een datum bepaald waarop dit vonnis wordt uitgesproken.
<nr>2</nr>Het geschil 2.1.
[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.591,68, vermeerderd met rente.
2.2.
[eiser] stelt dat hij met [gedaagde] een geldleningsovereenkomst heeft gesloten voor een bedrag van € 2.000,00. Ter onderbouwing legt hij een geldleningsovereenkomst gedateerd op 8 augustus 2022 over. Daarnaast overlegt hij onder andere mailcontact uit oktober 2022, diverse brieven aan [gedaagde] en een kopie van het paspoort van [gedaagde] . Op 24 januari 2025 en 3 februari 2025 heeft [eiser] [gedaagde] aangeschreven en gesommeerd tot betaling. [gedaagde] heeft geen bedrag betaald aan [eiser] . [eiser] vordert betaling van het niet afgeloste bedrag, vermeerderd met kosten en rente.
2.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] betwist dat hij een geldleningsovereenkomst met [eiser] heeft gesloten. [gedaagde] betwist de echtheid van de handtekening op de overgelegde geldleningsovereenkomst. [gedaagde] voert aan dat hij jarenlang voor werk in Spanje heeft gewoond. Hij kent [eiser] niet, is nooit een geldleningsovereenkomst met hem aangegaan en heeft nooit geld ontvangen van hem. Het gebruikte e-mailadres, woonadres en bankrekeningnummer zijn niet van hem. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vordering van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
<nr>3</nr>De beoordeling
[eiser] heeft niet voldaan aan de motiveringsplicht
3.1.
Voordat de kantonrechter toe kan komen aan de inhoudelijke beoordeling van de vraag of [eiser] en [gedaagde] een geldleningsovereenkomst met elkaar hebben gesloten, moet hij beoordelen of [eiser] aan de stel- en motiveringsplicht heeft voldaan. De stelplicht rust op [eiser] , op grond van de hoofdregel uit artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). [eiser] beroept zich namelijk op het rechtsgevolg van de door hem gestelde feiten: betaling van een niet afgelost bedrag en kosten en rente. [eiser] moet zijn vordering ook onderbouwen (motiveren).
3.2.
Tijdens de rolzitting heeft [gedaagde] mondeling verweer gevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de stellingen van [eiser] voldoende gemotiveerd heeft betwist. [gedaagde] heeft de overeenkomst als zodanig betwist. Daarnaast heeft hij ook de echtheid van de handtekening op de overeenkomst, het gebruikte e-mailadres, woonadres en bankrekeningnummer betwist. [gedaagde] heeft toegelicht dat hij tot april 2024 een periode in het buitenland heeft gewoond. Sindsdien woont [gedaagde] op zijn huidige woonadres, [adres] te [plaats 2] . De uitgebreide betwisting van [gedaagde] vraagt om een reactie van [eiser] en een (nadere) motivering van de door hem gestelde feiten.
3.3.
De mondelinge behandeling bood zowel [eiser] als [gedaagde] de gelegenheid eigen standpunten nader toe te lichten en op elkaars standpunten te reageren. [eiser] is, zonder (geldige) reden, niet verschenen tijdens de mondelinge behandeling. [gedaagde] is wel verschenen en heeft volhard in zijn eerder geuite betwisting. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] als stellende partij tegenover de gemotiveerde betwisting van [gedaagde] , zowel geuit tijdens de rolzitting als tijdens de mondelinge behandeling, de door hem gestelde feiten onvoldoende heeft gemotiveerd. Daarmee is de door [eiser] gestelde geldlening niet vast komen te staan. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] daarom af. Dit betekent ook dat de kantonrechter niet (meer) aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak toekomt.

[eiser] moet de proceskosten betalen
3.4.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en wordt daarom veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil, omdat hij zonder professionele gemachtigde procedeert en niet gesteld of gebleken is dat hij kosten heeft gemaakt.
<nr>4</nr>De beslissing
De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
4.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot dit vonnis vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Paijmans en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2026.

Artikel delen