Inpassing van kerncentrales in het hoogspanningsnet Nederland en de energietransitie vragen om een elektriciteitssysteem dat 24/7 levert. Het systeem dat ons land ‘aan’ houdt, moet stabiel, betrouwbaar en schoner zijn en daarnaast uitvoerbaar te bouwen en te opereren.

De politieke ambitie om het energiesysteem te verduurzamen, leidt tot een forse groei van elektriciteitsproductie uit wind op zee en een hernieuwde inzet op kernenergie. Voor een robuust energiesysteem is niet alleen de beschikbaarheid van productiecapaciteit relevant, maar ook de vraag hoe deze productie fysiek en operationeel kan worden ingepast in het hoogspanningsnet.
Vanuit onze rol als beheerder van het landelijke hoogspanningsnet nemen we bij TenneT geen besluiten over specifieke energiebronnen. Die keuze is aan politiek en samenleving. Wij adviseren wél over de uitvoerbaarheid en inpasbaarheid van beleidsambities in het elektriciteitssysteem. Vanuit systeemverantwoordelijkheid kijken we naar leveringszekerheid, transportschaarste, stabiliteit van het systeem en de randvoorwaarden waaronder nieuwe productiecapaciteit veilig, betrouwbaar en doelmatig kan worden aangesloten.
Bij TenneT onderzochten we op verzoek van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat onder in hoeverre twee grote kerncentrales inpasbaar zijn in het Nederlandse hoogspanningsnet, in combinatie met mogelijkheden voor verdere groei van wind op zee. Daarbij is onderzocht onder welke omstandigheden zij technisch en operationeel inpasbaar zijn in het hoogspanningsnet, welke knelpunten optreden en welke maatregelen nodig zijn om deze te beheersen.
We bekeken of twee nieuwe kerncentrales met een gezamenlijk vermogen van 3,2 GW inpasbaar zijn in vier mogelijke zoekgebieden: Sloegebied, Terneuzen, Eemshaven en Maasvlakte. Belangrijk uitgangspunt is dat het vermogen in de analyse per locatie afzonderlijk is beschouwd: telkens twee centrales van elk 1,6 GW op één locatie en een aanvullende variant van twee centrales van elk 1,1 GW in Zeeland. Daarnaast keken we naar de samenloop met aanvullende aanlanding van wind op zee, omdat beide ambities gebruik maken van dezelfde netinfrastructuur en elkaar wederzijds beïnvloeden.
Inpassing van twee kerncentrales in Nederland lijkt mogelijk op drie plaatsen, maar is zeer locatie-afhankelijk en onder stringente voorwaarden. De mate van inpasbaarheid op het hoogspanningsnet wordt primair bepaald door de ontwikkeling van elektriciteitsvraag in de betreffende regio, de samenloop met de ontwikkeling van wind op zee en de bereidheid om aanvullende, ingrijpende en zeer kostbare maatregelen te treffen.
