Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

“Neem ook gezondheid als uitgangspunt bij ruimtelijke inrichting”

Met het oog op klimaatverandering moeten we onze leefomgeving groener inrichten. “Maar als je het echt gezonder wil maken voor mens en natuur, moeten we gezondheidspreventie van de diverse groepen bewoners op nummer één zetten”, zegt Anno Drenth, consultant duurzame leefomgeving bij TAUW. Dit jaar is hij één van de programmacoördinatoren (loodsen) op Springtij Forum, en zal hij ingaan op het thema ‘gezonde leefomgeving’. In gesprek met PONT kraakt hij alvast wat harde noten.

14 July 2026

Interview

Interview

Door: Babette Weller, redactie PONT | Klimaat

Mensen die gezond zijn, doen langer mee op de arbeidsmarkt, hebben minder zorg nodig en ervaren een hogere kwaliteit van leven. De laatste jaren zijn zogenaamde welvaartsziekten en ouderdomsziekten in Nederland echter toegenomen door onder meer de dubbele vergrijzing, minder fysiek bewegen, meer individualisering in de samenleving en daardoor komt er steeds meer druk op de zorg te liggen.

Op een zeker moment wordt die druk te groot en kunnen we deze door stijgende kosten en personeelstekorten niet meer aan. We moeten die druk zien te verminderen, en dat kan; als we maar de behoeften van de diverse groepen inwoners goed kennen en die als leidraad nemen voor de inrichting van de wijk of stad. Alleen dan kan men langdurig zelfstandig en veilig thuis blijven wonen.

Fietsongeluk

Niet voor niets zet de Omgevingswet een gezonde en veilige leefomgeving centraal. Het nieuwe, in 2024 ingevoerde juridische stelsel moet uitnodigen tot gezond gedrag zoals bewegen en tegelijkertijd beschermen tegen negatieve invloeden zoals luchtvervuiling en hittestress. Gemeenten moeten dat zien te realiseren. Maar zo mooi als het in de wet  staat beschreven, zo lastig blijkt het uitvoeren in de praktijk.

Drenth werd onlangs zelf met zijn neus op de feiten gedrukt. Na een fietsongeluk moest hij zich twee maanden lang met krukken door Amsterdam manoeuvreren en maakte veel gebruik van openbaar vervoer, roltrappen en liften. Een stad die hij altijd als toegankelijk ervaarde, zat plots vol hindernissen.

“Wat de één als een prettige leefomgeving ervaart, werkt voor een ander juist niet”, vertelt Drenth aan PONT. “Een klein hoogteverschil in de stoep of een lift die buiten gebruik is, daar sta je normaal gesproken niet lang bij stil. Die acht weken met krukken veranderden mijn blik op de inrichting van de openbare ruimte.”

Volgens Drenth bestaat er dan ook geen blauwdruk die van elke wijk in Nederland een gezonde en veilige omgeving maakt. Maar er is wel kennis die elke gemeente kan gebruiken om het voor de eigen inwoners gezonder en veiliger te maken.

Framen vanuit gezondheid

Een gezonde leefomgeving wordt vaak geassocieerd met meer bomen of minder uitstoot. Denk aan de 3-30-300 vuistregel om steden en dorpen groener te maken. Die moeten we zeker toepassen, vindt Drenth, maar er zijn meer nuttige inzichten. “We kunnen er met de ruimtelijke inrichting voor zorgen dat bewoners uit zichzelf meer gaan wandelen en fietsen naar de plaatselijke winkels. Dat doet wat voor de fysieke gezondheid, en ook mentaal heeft het veel baat: het brengt bewoners in contact met elkaar. Dat hoeft geen uitgebreid gesprek te zijn; een kort praatje of een glimlach doen al iets met je gemoed en tegen eenzaamheid.”

Dat sociale aspect wordt onderschat. Een autoluwe wijk nodigt mensen uit om vaker buiten te zijn, elkaar tegen te komen en onderdeel te zijn van elkaars buurt. Volgens Drenth moeten er andere inrichtingskeuzes worden gemaakt: framen vanuit gezondheid. Hij noemt als voorbeeld de Merwedekanaalzone in Utrecht, een nieuwe wijk die autovrij wordt ingericht: “Parkeren kan aan de randen van de wijk of ondergronds, zodat er in het binnengebied ruimte overblijft voor veel groen: de gezonde ontmoetingsplek.” Het weinige autoverkeer maakt zo ruimte voor een groene, ontspannen wijk, met hoge leefkwaliteit in de openbare ruimte.

Diversiteit

Door zijn eigen ervaring kwam Drenth in gesprek met verschillende groepen inwoners; minder validen, senioren, ouders met kinderen en kinderwagens en mensen van diverse culturele achtergrond. Allen uit dezelfde wijk, maar met een compleet andere beleving.

Zo hebben kinderen, ouderen en mensen uit lagere sociaaleconomische klassen het meeste baat bij veel groen in de buurt. Jonge gezinnen die graag in de stad blijven wonen, zien graag de mogelijkheid tot laagdrempelige ontmoetingen met andere gezinnen, omdat dat hun pedagogische basis versterkt. En voor ouderen blijft het belangrijk om veilig te kunnen wandelen over straat om vitaal te blijven.

Door hun behoeften te leren kennen en die mee te nemen in de ruimtelijke inrichting, maken we de omgeving een stuk inclusiever. En daarmee ook gezonder.

Overgewicht en ontmoeting

Volgens Drenth beschikken gemeenten al wel over informatie om de fysieke leefomgeving gezond in te richten, hoewel één belangrijk instrument nog onvoldoende wordt benut: de kennis van zorginstellingen.

GGD’s, zorgverzekeraars en andere zorgorganisaties beschikken over veel informatie van de behoeften van de bewoners in de wijk. Zij weten waar eenzaamheid voorkomt, waar bewoners kampen met overgewicht en waar men verlangt naar ontmoetingen of beweging. “Die informatie verschilt per wijk, omdat elke regio natuurlijk een andere samenstelling aan bewoners heeft.”

Drenth legt uit dat zorgverzekeraars betaald worden voor het leveren van zorg en dat zij niet (onbeperkt) kunnen investeren in preventie via de inrichting van de leefomgeving. Dat is eigenlijk vreemd, omdat ze er uiteindelijk wel baat bij hebben als mensen minder zorg nodig hebben.

GGD’s doen al jaren onderzoek naar de invloed van de leefomgeving op de gezondheid en komen met waardevolle inzichten voor gemeenten en gebiedsontwikkeling. Maar in 2024 oordeelde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat GGD’s nog altijd niet de volledige ruimte nemen noch krijgen om die kennis over gezondheidsrisico’s in de leefomgeving in te zetten. Zorginstellingen moeten eerder aanschuiven in het gebiedsontwikkelingsproces, zodat ze hun kennis over inwoners en (zorg)behoeften kunnen delen. Een gemiste kans die nog steeds niet is gepakt.

Coalitieakkoord

In het coalitieakkoord van begin 2026 krijgt preventie veel aandacht, maar Drenth vindt de preventieparagraaf verre van volledig. “Het akkoord legt de nadruk vooral op advies voor jongeren, zoals niet roken en gezonde voeding stimuleren. Maar preventie voor volwassenen met diverse behoeften komt er nauwelijks in voor.”

Volgens Drenth moeten gemeenten, ontwerpers, GGD’s en andere zorgorganisaties al vóór de start van gebiedsontwikkelingsprojecten samen om tafel. Een gezonde wijk voorkomt bijvoorbeeld hittestress en motiveert dan jong en oud om meer te bewegen. Drenth: “Met het oog op het verminderen van welvaartsziekten zou het preventiebeleid moeten zijn ingericht op basis van de behoeften van specifieke doelgroepen.”

Anno Drenth op Springtij

Tijdens Springtij Forum 2026 is Anno Drenth één van de loodsen en verzorgt een sessie over de gezonde leefomgeving. Daarin staat niet een specifieke wijk centraal, maar de vraag hoe ontwerpers, overheden en zorgorganisaties gezamenlijk kunnen komen tot een leefomgeving die past bij de mensen die er wonen.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.