Het tegengaan van klimaatverandering is een juridische plicht en als lidstaten zich hier niet aan houden, kunnen ze bij de rechter ter verantwoording worden geroepen. Dat is de uitkomst van de stemming van een resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 mei 2026. 141 landen stemden voor, waaronder alle EU-landen, en acht stemden tegen, waaronder de Verenigde Staten. Een flinke meerderheid. Maar wat is de juridische status van deze resolutie?

Met de resolutie onderschrijven de landen het advies over klimaatverandering dat het Internationaal Gerechtshof (ICJ) vorig jaar gaf. Met de resolutie spreken de landen uit dat ze zich zullen inzetten om te voldoen aan de afspraken van het Klimaatakkoord van Parijs en (daarmee) het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen.
Het ICJ stelde in het advies van 2025 dat landen het klimaat moeten beschermen om burgers zo een schone, gezonde en duurzame leefomgeving te garanderen. Als een lidstaat niet of gebrekkig optreedt tegen broeikasgassen, is dit mogelijk een onrechtmatige daad. Onvoldoende optreden kan bijvoorbeeld leiden tot het moeten compenseren van schade aan andere landen die te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering.
Het advies is niet juridisch bindend, maar wel gezaghebbend. De juridische redenering in het advies weerspiegelt de opvattingen van het ICJ. Deze opvattingen spelen ook mee in rechtszaken die het ICJ behandelt. De resolutie kan verder worden gebruikt om een regel van gewoonterecht vast te leggen aangezien de resolutie met overgrote meerderheid van stemmen is aangenomen.
Andersom verwijst het ICJ geregeld naar resoluties van de Algemene Vergadering. Met de trend van een toenemend aantal klimaatrechtszaken, zal het Hof waarschijnlijk ook verwijzen naar deze resolutie.
De resolutie voert de druk verder op om klimaatverandering tegen te gaan – ook voor gemeenten. Het nationale klimaatbeleid kan namelijk ook invloed hebben op klimaatverplichtingen die rusten op gemeenten en bijvoorbeeld het aantal of type vergunningen dat kan worden afgegeven. Verder is de resolutie een aansporing voor gemeenten om klimaatdoelstellingen en toekomstbestendig klimaatbeleid te ontwikkelen. In een eventuele nationale gerechtelijke procedure kunnen gemeenten bijvoorbeeld worden aangesproken op haar positieve verplichtingen op grond van artikel 2 en 8 van het EVRM, zoals volgt uit de KlimaSeniorinnen-zaak.
De VN-resolutie en het ICJ-advies zijn niet bindend, maar wel gezaghebbend. Dit maakt juridische borging en een adaptieve aanpak bij de uitvoering van klimaatbeleid door gemeenten de juiste koers. Het aannemen van deze resolutie past binnen de ontwikkeling dat juridische sturing op het halen van klimaatdoelstellingen toeneemt.
