Dit rapport is een achtergrondrapport bij het syntheserapport Monitoring en Evaluatie van het programma Stikstofreductie en Natuurverbetering 2026. We analyseren de doeltreffendheid en doelmatigheid van vier beëindigingsregelingen in de landbouw en twee subsidieregelingen voor de aanschaf van schonere technologieën.
Dit PBL- en WUR-rapport onderzoekt hoe effectief en doelmatig een aantal belangrijke stikstofmaatregelen van het Programma Stikstofreductie en Natuurverbetering zijn. Daarbij ligt de nadruk op vrijwillige beëindigingsregelingen voor veehouders (Lbv, Lbv-plus, Lbv kleinere sectoren en de saneringsregeling voor varkenshouderijen) en subsidieregelingen voor emissiearme technieken in de veehouderij en binnenvaart.
De onderzoekers concluderen dat de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en de Lbv-plus aantoonbaar leiden tot extra vermindering van ammoniakemissies. Zonder deze regelingen zouden deze emissiereducties niet zijn gerealiseerd. Daarmee zijn beide regelingen volgens de onderzoekers "ten minste in enige mate doeltreffend". Voor de regeling voor kleinere sectoren kon dit nog niet worden vastgesteld, omdat daarvoor onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Ook voor de saneringsregeling voor varkenshouderijen kon geen harde uitspraak worden gedaan over de extra effecten.
Uit interviews blijkt dat oudere ondernemers en bedrijven zonder opvolger relatief vaak kiezen voor beëindiging. Financiële zekerheid speelt daarbij een belangrijke rol, maar ook onzekerheid over toekomstig beleid, vergunningverlening en investeringsmogelijkheden. Tegelijkertijd haken ondernemers af door het doorstartverbod, onduidelijkheid over herbestemming van hun locatie en wisselende toepassing van de Omgevingswet door gemeenten en provincies. Ook gunstige marktprijzen voor landbouwproducten maken doorgaan of verkoop van het bedrijf soms aantrekkelijker dan stoppen.
Het rapport laat zien dat subsidieregelingen voor emissiearme technieken minder succesvol zijn dan verwacht. Zo bleef de investeringsregeling voor verduurzaming van piekbelastende veehouderijen ver achter bij het beoogde aantal deelnemers. Slechts een klein deel van het beschikbare budget werd benut. Belangrijke oorzaken zijn onzekerheid over vergunningverlening, toekomstige regelgeving en het verbod om het bedrijf later uit te breiden. Ook de uitvoering verloopt moeizaam doordat ondernemers eerst de benodigde vergunningen moeten verkrijgen.
Volgens de onderzoekers is het lastig om de kosteneffectiviteit van de verschillende regelingen goed met elkaar te vergelijken, omdat doelen, kosten en beschikbare gegevens sterk verschillen. Wel zien zij duidelijke verbeterpunten voor de uitvoering. Ondernemers hebben behoefte aan meer duidelijkheid, langere openstelling van regelingen en betere afstemming tussen beëindigings-, verplaatsings- en verduurzamingsregelingen. Dat kan de deelname vergroten en de uitvoering van toekomstig stikstofbeleid effectiever maken.
