Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Methodiek voor het vergelijken van veiligheid en duurzaamheid van de verwerking van reststromen

23 March 2021

Samenvatting

Dit rapport van het RIVM beschrijft een beoordelingsmethodiek waarmee beleidsmakers en afvalverwerkers verschillende verwerkingsroutes voor afval- en reststromen kunnen vergelijken. De centrale boodschap is dat recycling niet automatisch de meest duurzame keuze is. Alleen wanneer recycling zowel een positieve bijdrage levert aan de circulaire economie als veilig is voor mens en milieu, kan worden gesproken van duurzame recycling. Het rapport is met name relevant voor beleidsmakers bij het Rijk, provincies en gemeenten, omgevingsdiensten, vergunningverleners, toezichthouders en recyclingbedrijven die keuzes moeten maken over de verwerking van complexe afvalstromen.

Europese beleidscontext

De voorgestelde methodiek is ontwikkeld tegen de achtergrond van de Europese Green Deal, het Circular Economy Action Plan en de Chemicals Strategy for Sustainability. Deze Europese beleidskaders streven naar een circulaire economie waarin grondstoffen zo lang mogelijk behouden blijven, maar waarin tegelijkertijd wordt voorkomen dat gevaarlijke stoffen opnieuw in producten en materialen terechtkomen. Het rapport sluit daarnaast aan bij de Kaderrichtlijn Afvalstoffen, waarin de afvalhiërarchie centraal staat: preventie, hergebruik en recycling hebben de voorkeur boven verbranden of storten. Volgens het RIVM vraagt deze transitie om een integrale afweging waarin duurzaamheid en veiligheid gelijktijdig worden beoordeeld.

Een zesstappenmethode voor besluitvorming

Het RIVM ontwikkelt een beoordelingskader dat bestaat uit zes opeenvolgende stappen. Eerst wordt vastgesteld welke Substances of Concern (SoC) of Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) aanwezig zijn in een afvalstroom. Vervolgens worden de mogelijke verwerkingsroutes in kaart gebracht. Daarna wordt getoetst of de concentraties gevaarlijke stoffen voldoen aan bestaande wettelijke grenswaarden, bijvoorbeeld uit REACH, de POP-verordening, de CLP-verordening of sectorspecifieke regelgeving zoals voor speelgoed, voedselcontactmaterialen of cosmetica.

Wanneer grenswaarden worden overschreden, volgt een risicoanalyse waarin wordt onderzocht of mens en/of milieu tijdens verwerking en/of hergebruik aan deze stoffen kan worden blootgesteld. Pas nadat ook de duurzaamheidswinst – zoals besparing van primaire grondstoffen, CO₂-uitstoot en landgebruik – is bepaald, worden de verschillende verwerkingsopties met elkaar vergeleken. Deze systematische aanpak moet beleidsmakers ondersteunen bij vergunningverlening en beleidskeuzes.

Veiligheid en duurzaamheid wegen even zwaar

Een belangrijke conclusie van het rapport is dat een hoge mate van circulariteit niet voldoende is om recycling te rechtvaardigen. Recycling van materialen die ZZS bevatten kan leiden tot zogenoemde 'regrettable recycling': materialen blijven weliswaar in de kringloop, maar brengen tegelijkertijd gezondheids- of milieurisico's met zich mee.

Volgens het RIVM moet daarom altijd worden beoordeeld of gevaarlijke stoffen kunnen worden verwijderd, veilig zijn ingekapseld of later opnieuw uit de kringloop kunnen worden gehaald. Pas wanneer risico's voldoende worden beheerst én sprake is van aantoonbare milieuwinst, verdient recycling de voorkeur boven verbranding of storten.

Praktijkvoorbeelden

De methodiek wordt geïllustreerd met twee praktijkvoorbeelden. Het eerste voorbeeld betreft geëxpandeerd polystyreen (EPS) met de verboden broomhoudende vlamvertrager HBCDD. Hier concludeert het RIVM dat chemische recycling via het PSLoop-proces de gevaarlijke stof effectief verwijdert, waardoor het gerecyclede polystyreen opnieuw veilig kan worden toegepast. Bovendien blijkt deze route een lagere cumulatieve energiebehoefte te hebben dan verbranding, waardoor zowel veiligheid als duurzaamheid verbeteren.

Het tweede voorbeeld gaat over rubbergranulaat uit afgedankte autobanden dat wordt gebruikt als infill op kunstgrasvelden. Hoewel deze toepassing grondstoffen bespaart en de CO₂-uitstoot verlaagt ten opzichte van het gebruik van nieuw materiaal, laat het rapport zien dat stoffen als zink, kobalt en polycyclische aromatische koolwaterstoffen kunnen uitlogen naar bodem en oppervlaktewater. Uit vervolgonderzoek blijkt dat de risico's voor de menselijke gezondheid gering zijn, maar dat voor het milieu wel degelijk zorgen bestaan. Het RIVM concludeert daarom dat recycling alleen verantwoord is wanneer effectieve beheersmaatregelen beschikbaar zijn.

Aanbevelingen voor beleid en regelgeving

Het rapport sluit af met aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van Europees en nationaal beleid. Volgens het RIVM zijn betere databronnen nodig over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in producten, onder meer via de SCIP-database van ECHA.

Ook pleit het instituut voor intensievere samenwerking tussen producenten, afvalverwerkers en overheden, zodat informatie over stoffen gedurende de hele keten beschikbaar blijft.

Verder adviseert het RIVM om de beoordelingsmethodiek uit te breiden naar andere risico's, zoals pathogenen, medicijnresten en bestrijdingsmiddelen, en om de methode verder te testen in samenwerking met Europese partners.

Voor vergunningverleners, beleidsmakers en toezichthouders biedt het rapport daarmee een waardevol afwegingskader om recyclingprojecten niet alleen op circulariteit, maar ook op juridische, milieukundige en gezondheidskundige aspecten te beoordelen.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.