Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Alleen een plan voor recycling maakt opgeslagen blusschuim nog geen grondstof

14 July 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting

Waar ging de zaak over?

Een bestuurder van een afvalverwerkingsbedrijf was strafrechtelijk veroordeeld wegens het feitelijk leidinggeven aan overtredingen van milieuvoorschriften. Op het bedrijfsterrein stonden ongeveer 1.400 IBC-containers met onder meer water en blusschuim. Verschillende containers lekten. In vloeistoffen op het terrein werden PFAS-verbindingen aangetroffen.

De centrale vraag in cassatie was of het water met blusschuim juridisch als afvalstof mocht worden aangemerkt. De bestuurder stelde dat het bedrijf de vloeistof wilde filteren. Het water zou daarna kunnen worden geloosd en het schuim zou mogelijk opnieuw worden gebruikt.

Conclusie van de advocaat-generaal

Volgens advocaat-generaal Paridaens mocht het gerechtshof de vloeistof als afvalstof beschouwen. Bij die beoordeling is vooral van belang of de houder zich van een stof ontdoet, wil ontdoen of moet ontdoen. Het feit dat een stof later mogelijk kan worden gerecycled of hergebruikt, betekent niet dat deze geen afvalstof is.

De vloeistof was langdurig in IBC-containers opgeslagen, terwijl er feitelijk niets mee gebeurde. Het bedrijf had wel gesproken over een filtratielijn en mogelijke toepassingen, maar niet concreet gemaakt dat de verwerking daadwerkelijk plaatsvond. Een voornemen om een afvalstof later nuttig toe te passen is volgens de advocaat-generaal onvoldoende om de afvalstatus te verliezen.

Daarvoor moet een daadwerkelijke behandeling voor recycling of andere nuttige toepassing zijn uitgevoerd. Pas wanneer die behandeling is voltooid en de stof weer eigenschappen heeft die vergelijkbaar zijn met een grondstof of product, kan sprake zijn van het einde van de afvalstatus.

De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad het cassatieberoep op dit onderdeel te verwerpen. Wel was de procedure te traag verlopen. Daarom adviseerde zij de opgelegde taakstraf te verminderen.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Deze conclusie maakt duidelijk dat bedrijven niet kunnen volstaan met een toekomstige recyclingmogelijkheid. Een opslag blijft onder de afvalstoffenregels vallen zolang de nuttige toepassing niet daadwerkelijk en aantoonbaar is uitgevoerd. Een plan, installatie of economische bestemming op papier is daarvoor niet genoeg.

Bedrijven moeten daarom kunnen onderbouwen wat er concreet met opgeslagen reststromen gebeurt, binnen welke termijn zij worden verwerkt en wanneer zij eventueel de afvalstatus verliezen.

Voor wie relevant?

Deze conclusie is relevant voor afvalverwerkers, recyclers, bedrijven die blusschuim of PFAS-houdende stromen verwerken, omgevingsdiensten, provincies, toezichthouders en milieujuristen. Zij biedt houvast bij de beoordeling van afvalstoffen, tijdelijke opslag, nuttige toepassing en de einde-afvalstatus.

Artikel delen