De Raad van State heeft een vergunning voor een uitbreiding van een laadvoorziening vernietigd omdat een deel van het project was gepland op grond die al door een andere exploitant werd gebruikt. De uitspraak draait om ruimtegebruik, concessies en vergunningverlening langs rijksinfrastructuur.

De Raad van State heeft een vergunning vernietigd voor een shop- en wachtruimte van Fastned bij verzorgingsplaats De Brink langs de A50 bij Apeldoorn. De uitspraak laat zien dat de energietransitie steeds vaker botst met bestaande ruimteclaims in de fysieke leefomgeving. Zelfs relatief kleine energievoorzieningen, zoals laadstations en wachtruimtes, concurreren inmiddels met bestaande functies zoals tankstations, horeca en parkeerplaatsen.
Fastned had een vergunning gekregen van de minister van Infrastructuur en Waterstaat voor een aanvullende voorziening bij een bestaand snellaadstation. Het plan bestond uit een gebouw met toiletten, zitplaatsen, horeca en vijf parkeerplaatsen. De voorziening moest worden gerealiseerd naast het bestaande laadplein van Fastned op de verzorgingsplaats langs de snelweg.
Tegen de vergunning werd bezwaar gemaakt door EG Retail, exploitant van het tankstation op dezelfde verzorgingsplaats. Volgens EG Retail kon Fastned het plan niet uitvoeren omdat een deel van de aangevraagde voorziening lag op grond die al in gebruik was door een andere exploitant van het wegrestaurant. Daardoor zou Fastned feitelijk niet over de benodigde ruimte beschikken.
De Raad van State geeft EG Retail uiteindelijk gelijk. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak had de minister de aanvraag niet als geldige vergunningaanvraag mogen behandelen. Fastned kon namelijk niet aantonen dat de voorziening op de aangevraagde locatie daadwerkelijk gerealiseerd kon worden. Omdat een deel van de grond al in gebruik was bij een andere partij, was het project in deze vorm niet uitvoerbaar.
De uitspraak maakt duidelijk dat de energietransitie niet alleen draait om techniek en duurzaamheid, maar ook steeds vaker om ruimtegebruik. De groei van elektrische mobiliteit vraagt om extra laadvoorzieningen, wachtruimtes en ondersteunende functies langs snelwegen. Tegelijkertijd zijn verzorgingsplaatsen al intensief gebruikt door traditionele functies zoals benzinestations, horeca en parkeerterreinen.
Juist daardoor ontstaan nieuwe juridische discussies over grondgebruik, concessies en de verdeling van schaarse ruimte. De uitspraak laat zien dat duurzame energievoorzieningen juridisch niet automatisch voorrang krijgen boven bestaande commerciële functies.
Daarnaast is de uitspraak interessant omdat de Raad van State uitgebreid ingaat op de overgang naar de Omgevingswet. Nieuwe aanvragen voor energievoorzieningen langs rijksinfrastructuur vallen inmiddels onder andere vergunningregels en procedures.
Voor gemeenten, Rijkswaterstaat, laadexploitanten en beleidsmakers onderstreept deze uitspraak hoe belangrijk ruimtelijke afstemming en grondposities zijn bij de verdere uitrol van laadinfrastructuur in Nederland.