Een kunststofsorteerder en recyclingbedrijf op hetzelfde terrein hoeven planologisch niet als één bedrijf te worden gezien. De Raad van State zet uiteen welke omstandigheden daarvoor relevant zijn. Alleen fysieke nabijheid en financiële of organisatorische banden zijn onvoldoende om handhaving op te baseren.

De gemeente Westerkwartier wilde handhaven tegen Hummel Sorts, dat met een geavanceerde installatie kunststofafval sorteert. Op hetzelfde terrein zit Hummel Recycling, dat gesorteerd afval verder voorbereidt voor recycling en onder meer afval verwerkt tot brandstof voor energiecentrales en cementovens. Volgens de gemeente waren de bedrijven juridisch, financieel of organisatorisch zo met elkaar verbonden dat Hummel Sorts als uitbreiding van Hummel Recycling moest worden gezien.
De Afdeling gaat daar niet in mee. Hummel Sorts deed een eigen melding, verricht andere werkzaamheden, heeft andere bestuurders en Hummel Recycling bezit niet meer dan de helft van de aandelen. Het zijn daarom voor de betreffende bestemmingsplanregel afzonderlijke bedrijven. De gemeente mocht op deze grond niet handhaven.
Voor gemeenten en omgevingsdiensten geeft de uitspraak concrete aanknopingspunten voor de beoordeling van naast elkaar gevestigde afval- en recyclingactiviteiten. Alleen fysieke nabijheid, een gedeelde aandeelhouder of een economische relatie is niet genoeg om twee ondernemingen als één bedrijf of als uitbreiding van elkaar te behandelen voor deze planregel. De feitelijke werkzaamheden, meldingen, leiding en eigendomsverhoudingen tellen mee.
Een gemeente die tegen een circulair of afvalverwerkend bedrijf wil handhaven, moet nauwkeurig onderbouwen welke onderneming welke activiteit uitvoert en waarom activiteiten planologisch aan elkaar moeten worden toegerekend. Een algemene verwijzing naar organisatorische of financiële verwevenheid is onvoldoende. Ook deze zaak valt overigens vanwege het overgangsrecht nog onder de Wabo en het oude bestemmingsplanrecht.