Bij ruimtelijke procedures speelt steeds meer de vraag of netcongestie de uitvoerbaarheid van projecten beïnvloedt als blijkt dat het elektriciteitsnet onder druk staat of zelfs netcongestie is afgekondigd. De uitdagingen op het stroomnet bereiken inmiddels ook de rechtszaal, maar tot nu toe lijkt dat niet te leiden tot grote problemen.

Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een wijziging van het omgevingsplan moet het bevoegd gezag beoordelen of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal). Daarbij hoort ook een onderbouwing van de uitvoerbaarheid van het project. Zo’n uitvoerbaarheidstoets ziet op de juridische, financieel-economische en feitelijke uitvoerbaarheid.
Uit vaste rechtspraak volgt dat een besluit alleen kan worden vernietigd wanneer het bevoegd gezag op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het project niet uitvoerbaar is. De rechter toetst dit met terughoudendheid.
In meerdere uitspraken speelt overleg met de netbeheerder een doorslaggevende rol. Zo oordeelde de Afdeling in een uitspraak van 29 mei 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2225) dat een hotelproject uitvoerbaar was ondanks de waarschuwing voor verwachte, structurele netcongestie. Van belang was dat het perceel al beschikte over een zware aansluiting die al in de capaciteitsberekeningen van de netbeheerder was meegenomen.
Vergelijkbare overwegingen zijn terug te vinden in de Afdelingsuitspraken van 16 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1708) over een woningbouwontwikkeling van 150 woningen en in de uitspraak van 15 oktober 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:4954) over een Integraal Kind Centrum. In beide zaken had overleg plaatsgevonden met de netbeheerder en waren geen concrete knelpunten voor aansluiting voorzien. Volgens de Afdeling was daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat de projecten uitvoerbaar waren.
Ook rechtbanken sluiten aan bij deze redenering. In een recente uitspraak van Rechtbank Rotterdam van 3 april 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:4563) overweegt de rechtbank dat netbeheerder Stedin betrokken was bij de totstandkoming van de Regionale Energiestrategie en heeft bevestigd dat het net voldoende ruimte biedt aan het zonnepark.
De huidige rechtspraak laat daarmee zien dat netcongestie weliswaar relevant is binnen de uitvoerbaarheidstoets in het ruimtelijke spoor, maar vooralsnog geen doorslaggevende belemmering vormt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit is wat ons betreft ook terecht. De conclusie dat een plan niet uitvoerbaar zou zijn, kent een hoge drempel en is altijd een momentopname ten tijde van het nemen van het besluit. Terecht, het speelveld bij netcongestie en de energietransitie verandert namelijk snel. Dat de zaak snel kan veranderen, verhoudt zich niet tot een statische of strenge uitvoerbaarheidstoets door de rechter.
Maar het is wel ontzettend interessant. In de gesignaleerde uitspraken gaf de netbeheerder namelijk telkens groen licht voor de benodigde aansluiting. Projecten waren daarom niet op voorhand onuitvoerbaar. Maar wat nu als geen akkoord door de netbeheerder kan worden gegeven? Ook dat zou wat ons betreft niet direct moeten leiden tot het niet kunnen verlenen van de vergunning of het wijzigen van het omgevingsplan. Toekomstige rechtspraak zal moeten uitwijzen of een ander oordeel moet volgen voor projecten die liggen in een gebied waar een aansluitstop geldt.