Het college van Hilvarenbeek verleent een omgevingsvergunning (BOPA) voor het wijzigen van de functie van een gebouw buiten de bebouwde kom. Omwonenden (eisers) gaan in beroep. Zij stellen dat het college ten onrechte geen (bindend) advies aan de gemeenteraad heeft gevraagd en dat het college ten onrechte is afgeweken van het advies van Gedeputeerde Staten (GS). De uitkomst: de rechtbank constateert een motiveringsgebrek dat via artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt gepasseerd.

Het is belangrijk om het verschil tussen adviseren en instemmen scherp te hebben:
Eisers voerden aan dat de gemeenteraad om advies gevraagd had moeten worden (artikel 16.15a Omgevingswet). De rechtbank toetst dit strak aan het lokale raadsbesluit. De raad heeft inderdaad gevallen aangewezen waarbij zij gebruik wil maken van haar adviesrecht. Echter, het realiseren van één woning buiten de bebouwde kom door middel van een functiewijziging staat niet op die lijst. Het bouwen van één of twee woningen is daar zelfs expliciet van uitgezonderd. Oordeel: Er is geen sprake van een verplicht advies van de gemeenteraad. Het college was bevoegd om de vergunning zonder dit advies te verlenen.
Omdat het hier ging om een provinciaal belang (ruimte-voor-ruimtekavel), moest er wel advies worden gevraagd aan GS. GS ging er in het advies vanuit dat er een voorschrift aan de vergunning gekoppeld zou worden dat het uitbreiden van het gebouw of het bijbouwen van bijgebouwen nadrukkelijk verbood. Het college liet dit voorschrift echter vervallen en week daarmee af van het advies. In het besluit werd enkel summier gesteld dat zo'n voorschrift bij een BOPA niet is toegestaan. De rechtbank oordeelt streng: afwijken mag, maar de motivering in het bestreden besluit schoot tekort. Het simpelweg overnemen van een stelling zonder nadere uitleg levert een motiveringsgebrek op. Het college kon ter zitting echter overtuigend het afwijken van het advies van de GS alsnog nader toelichten.