Voor de bezonning van woningen bestaan geen wettelijke normen. Dat neemt niet weg dat de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan het belang van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moet betrekken.

In deze zaak leidt een nieuw wooncomplex tot een verslechtering van de bezonningssituatie van omliggende woningen. De Afdeling oordeelt dat de raad deze verslechtering aanvaardbaar heeft mogen vinden. Daarbij mocht de raad betrekken dat in de bestaande situatie al sprake was van een ongunstige bezonningssituatie waarin niet werd voldaan aan de lichte TNO-norm, dat het plan voorziet in de behoefte aan extra woningen en dat in een stedelijke omgeving andere eisen mogen worden gesteld aan bezonning dan in een minder bebouwde omgeving.
Ook de verminderde opbrengst van bestaande zonnepanelen moet bij de belangenafweging worden betrokken. De raad is niet verplicht een stedelijke omgeving zo in te richten dat bestaande zonnepanelen optimaal kunnen worden gebruikt, maar moet wel rekening houden met het belang van eigenaren bij het kunnen opwekken van duurzame energie. In dit geval had de raad dit belang voldoende betrokken. Uit de bezonningsstudie volgde dat sprake was van een minimale belemmering en appellant had niet geconcretiseerd waarom dat niet juist was. Zie voor de details AbRvS 16 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5484.