De Raad van State oordeelt dat een omgevingsvergunning voor een warmtepomp in Bergen op Zoom terecht is verleend. Het college heeft de geluidsbelasting volgens de juiste methode beoordeeld en mocht gebruikmaken van een uitzonderingsregeling uit het Bouwbesluit.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat een omgevingsvergunning voor een buitenunit van een warmtepomp in Bergen op Zoom terecht is verleend. Centraal in de zaak stond de vraag of het college van burgemeester en wethouders de geluidbelasting van de installatie op de juiste wijze had beoordeeld.
De warmtepomp was geplaatst op het platte dak van een garage die grenst aan het perceel van een buurman. Deze buurman stelde dat hij geluidshinder ondervond van de installatie en verzette zich tegen de vergunning. De rechtbank Zeeland-West-Brabant gaf hem eerder gelijk en vernietigde het besluit van het college, omdat volgens de rechtbank op een verkeerde locatie was gemeten bij de beoordeling van de geluidsnormen.
In hoger beroep kwam de Raad van State tot een ander oordeel. De Afdeling wijst erop dat het Bouwbesluit 2012 voorschrijft dat een buiten opgestelde warmte- of koudeopwekkingsinstallatie op de perceelsgrens maximaal 40 dB geluid mag veroorzaken. Daarbij geldt in beginsel dat wordt gemeten op een hoogte van 1,5 meter boven de onderzijde van de installatie. De Regeling Bouwbesluit 2012 bevat echter een uitzonderingsregeling. Onder bepaalde voorwaarden mag dan worden uitgegaan van een meethoogte van 1,5 meter boven het maaiveld.
Het college had met een akoestisch onderzoek en een rekenmodel onderbouwd dat nergens op het naastgelegen perceel, noch ter hoogte van te openen ramen en deuren van verblijfsruimten, een geluidsniveau van meer dan 40 dB optreedt. De berekeningen lieten een maximale geluidbelasting van 32 dB zien. Daarmee was voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de uitzonderingsregeling.
De Afdeling concludeert dat het college de juiste beoordelingsmethode heeft toegepast en dat de warmtepomp voldoet aan de geluidsnormen uit het Bouwbesluit. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt daarom vernietigd en de omgevingsvergunning blijft in stand.
Deze uitspraak biedt belangrijke duidelijkheid over de beoordeling van geluidhinder door warmtepompen. Voor gemeenten, omgevingsdiensten, adviseurs en installateurs bevestigt de Raad van State dat onder voorwaarden gebruik kan worden gemaakt van de uitzonderingsregeling uit de Regeling Bouwbesluit 2012. De uitspraak onderstreept daarnaast het belang van een zorgvuldig akoestisch onderzoek en een deugdelijke motivering bij vergunningverlening voor warmtepompen. Daarmee biedt zij praktische handvatten voor de beoordeling van vergelijkbare vergunningaanvragen in de gebouwde omgeving.