Of een materiaal een afvalstof is, hangt niet alleen af van de stof zelf, maar vooral van de vraag of de houder zich ervan ontdoet, wil ontdoen of moet ontdoen. Dat moet altijd per situatie worden beoordeeld. Zijn gebruik, rechtmatigheid en de kwaliteit van het hergebruik voldoende zeker, dan kan sprake zijn van een bijproduct, voortgezet gebruik of een einde-afvalstatus.
Uitgelegd
De Wet milieubeheer definieert een afvalstof als een stof, mengsel of voorwerp waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen. In sommige gevallen is daar geen discussie over. Stoffen zoals asbest of DDT staan op Europese lijsten en moeten verplicht worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
Vaker ontstaat discussie wanneer een materiaal nog een waardevolle toepassing kan krijgen. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hangt de beoordeling af van de omstandigheden van het geval. Daarbij zijn vooral de intentie van de houder en het nut van het materiaal van belang. Is het materiaal voor de houder een last geworden waarvan hij af wil, dan is eerder sprake van een afvalstof.
Toch betekent dit niet automatisch dat het materiaal juridisch als afval moet worden behandeld. Als het toekomstige gebruik zeker is, rechtmatig plaatsvindt en voldoende hoogwaardig is, kan het materiaal onder omstandigheden worden aangemerkt als een bijproduct, voortgezet gebruik of een einde-afvalstof. Welke kwalificatie van toepassing is, hangt af van de feiten en de wijze waarop het materiaal opnieuw wordt gebruikt.
Conclusie
Of een materiaal een afvalstof is, kan niet met één algemene regel worden vastgesteld. De intentie van de houder, het beoogde hergebruik en de kwaliteit van dat gebruik bepalen uiteindelijk welke juridische status het materiaal krijgt.