Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Welke juridische afspraken zijn nodig om een energiehub op te richten?

9 July 2026

ANTWOORD

Een energiehub is meer dan een technische oplossing voor netcongestie. Bedrijven delen transportcapaciteit, wisselen gegevens uit en maken gezamenlijke investeringen. Een goede juridische basis is daarbij erg belangrijk. Hoe omvangrijk die is, hangt af van de gekozen organisatievorm en de activiteiten van de hub. We hebben de juridische afspraken gebundeld in zes punten:

1. Samenwerkingsovereenkomst (SOK)

In de SOK leggen deelnemers vast wat het doel van de energiehub is, hoe besluiten worden genomen (governance) en hoe kosten en investeringen worden verdeeld. Maar er staat bijvoorbeeld ook in wie waarvoor aansprakelijk is en hoe nieuwe deelnemers kunnen toe- of uittreden.

2. Oprichtingsakte (juridische entiteit)

Veel energiehubs kiezen voor een eigen juridische entiteit, meestal een coöperatie of BV. Bij een coöperatie worden de afspraken vastgelegd in een oprichtingsakte.

Kiest de groep voor een BV, dan zijn onder meer een aandeelhoudersovereenkomst, afspraken over stemrechten en de verdeling van aandelen nodig. Welke rechtsvorm het meest geschikt is, verschilt per situatie en kan fiscale en juridische gevolgen hebben.

3. Ledenovereenkomst of aandeelhoudersovereenkomst

Een ledenovereenkomst (bij coöperatie) of aandeelhoudersovereenkomst (bij BV) leggen de praktische samenwerking vast. Denk aan afspraken over de verdeling van transportcapaciteit en flexibiliteit, financiële afspraken en sancties wanneer deelnemers zich niet aan de afspraken houden.

4. GTO of andere contractvormen

Daarnaast zijn ook contracten met derden nodig, zoals die met de netbeheerder. Welke contractvorm wordt gekozen, is afhankelijk van de technische situatie, de omvang van de hub en de deelnemers.

De bekendste is de Groepstransportovereenkomst (GTO): meerdere bedrijven delen samen één transportrecht. Onderlinge afspraken bepalen wie wanneer hoeveel gebruikt. De groep is gezamenlijk verantwoordelijk voor het voorkomen van overschrijdingen.

Er zijn ook andere contractvormen waar we hieronder kort op ingaan:

  • Bij groepsgebaseerde contracten voor capaciteitsbeperking (G-CBC) of capaciteitssturing (G-CSS) worden deelnemers betaald voor tijdelijke beperking of aanpassing van verbruik of productie door bijvoorbeeld batterijen. Omdat dit netcongestie tegengaat, kan een netbeheerder mogelijk vermogen toekennen aan een of meerdere deelnemers. Deelnemers mogen het vermogen onderling niet delen.

  • Bij Cable pooling delen meerdere producenten één aansluiting of hebben een directe verbinding met de afnemer.

  • Een gesloten distributiesysteem (GDS) is een privaat netwerk binnen een bedrijventerrein of regio. Het is een zware oplossing die ontheffing van de ACM vereist en niet vaak wordt gekozen.

  • Redispatch levert de groep ruimte op, maar kan flexibiliteit vermarkten. De hub kan productie of verbruik aanpassen op verzoek van de netbeheerder om congestie te vermineren.

5. Privacy, cybersecurity en medediging

Omdat deelnemers meetgegevens delen en soms elkaars concurrent zijn, moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over gegevensverwerking, informatiebeveiliging en de uitwisseling van bedrijfsgevoelige informatie.

6. Omgevingswet en ruimtelijke ordening

Veel fysieke delen van de hub vallen onder het omgevingsrecht. Overleg met de gemeente in een vroeg stadium is daarom belangrijk.

Aspecten waar de gemeente over beslist zijn bijvoorbeeld: Past het binnen het omgevingsplan? Zijn er vergunningen nodig voor bouw of infrastructuur? Is er onderzoek naar ecologie, stikstof, water of architectuur nodig? Zijn er specifieke eisen wat betreft veiligheid van batterijen, geluid bij windenergie of landschappelijke aanpassingen?

Succes!