Iedereen heeft te maken met afvalstoffen. In bedrijven komen bij vrijwel ieder productieproces (gevaarlijke) afvalstoffen vrij. Bij huishoudens komen afvalstoffen vrij en iedereen is eraan gewend dat deze periodiek worden opgehaald door de gemeente of een particuliere inzamelaar. Iedereen wil zo goedkoop mogelijk van zijn huisvuil af maar is zich ook bewust van het gegeven dat men zich op een zorgvuldige wijze van het afval moet ontdoen (scheiden in fracties, voorkomen van het ontstaan van afval, recycling e.d.). De bewustwording wordt deels gestuurd door het financiële aspect omdat veel gemeenten zijn overgegaan op differentiatie van afvaltarieven (diftar) waarbij per deelstroom of per kilo afval wordt betaald. Ook bij industriële bedrijven en de bouwsector komen afvalstoffen vrij. Vanwege het kostenaspect van verantwoorde verwerking of verwijdering wordt zoveel mogelijk het ontstaan van afvalstoffen voorkomen. Bedrijven die afvalstoffen verzamelen, verwerken of verwijderen moeten verantwoording afleggen over de bestemming van die afvalstoffen. Daarmee wordt voorkomen dat afvalstromen op een ongeoorloofde wijze “verdwijnen”.
Anno 2019 hebben we een degelijk wettelijk stelsel om te voorkomen dat afvalstoffen ongecontroleerd in het milieu terecht komen. Het stelsel is tegelijkertijd complex. Enkele decennia geleden was dat wel anders; er was toen nauwelijks sprake van regulering en sturing. In dit hoofdstuk wordt in hoofdlijnen de historie van het afvalstoffenrecht geschetst. Door meer te weten over de historie en de milieuproblemen in het verleden kan voor een groot deel de architectuur van het huidige stelsel verklaard worden. In dit hoofdstuk wordt ook ingegaan op de invloed uit Europa en de huidige sturingsmechanismen die de wetgever beschikbaar heeft om het afvalstoffenrecht- en beleid vorm te geven.
In dit hoofdstuk wordt de historie geschetst (paragraaf 1.2) en worden de hoofdlijnen van het wettelijk instrumentarium toegelicht (paragraaf 1.3) en ten slotte wat cijfers en trends toegelicht (paragraaf 1.4).