Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

In de vorige paragrafen is ingegaan op de mogelijkheden die de wetgever heeft op de hoeveelheid afvalstoffen te beperken en om, als deze ontstaan, de meest gewenste verwerkingswijze te laten ondergaan. Heeft dit gewerkt de afgelopen decennia?

De Werkgroep Afvalregistratie rapporteert jaarlijks over de afvalverwerking in Nederland. Het meest recente rapport is op het moment van schrijven een rapportage uit 2022 en deze is te downloaden op de site Afvalcirculair van Rijkswaterstaat in de rubriek Afvalcijfers.

In dit rapport is de volgende figuur aanwezig die een overzicht geeft van de verwerkte hoeveelheden afvalstoffen per verwerkingsmethode (1992-2022).

Figuur 1.1 - verwerkte hoeveelheden afvalstoffen per verwerkingsmethode (bron: Afvalcirculair.nl).

Bijlage 4 (F.4) van LAP3 (www.lap3.nl) bevat feiten en cijfers. De volgende grafiek is daaruit afkomstig en laat zien dat er tussen 1985 en 2014 binnen het afvalbeheer een duidelijke verschuiving heeft plaatsgevonden van verwijdering naar nuttige toepassing, wat geresulteerd heeft in een stijging van het aandeel nuttige toepassing van 51% naar 93% in 2014. Deze ontwikkeling kan tot en met 2005 grotendeels verklaard worden door de afname van het aandeel storten (1985: 35%, 2014: 2%). De toename van het aandeel nuttige toepassing rond 2010 wordt grotendeels verklaard door de toekenning van de R1-status aan meerdere afvalverbrandingsinstallaties. Het totale afvalaanbod ligt sinds 2000 rond de 60 Mton per jaar.

Figuur 1.2 – afvalbeheer van Nederlands afval in de periode 1985-2014 (bron: LAP3).

Op de website van het Compendium voor de Leefomgeving (www.clo.nl) zijn meer relevante gegevens beschikbaar.

Belangrijke trends die naar verwachting nog zullen aanhouden zijn:

  • afname in storten;
  • toename/stabilisatie verbranden;
  • toename hergebruik.

Einddoel van het afvalstoffenbeleid is dat er feitelijk geen afvalstoffen meer bestaan maar uitsluitend kan worden gesproken van grondstoffen. In het derde Landelijke afvalbeheerplan (LAP3) wordt gesproken over de circulaire economie waarbij alle grondstoffen worden gerecycled. In LAP3 zijn de volgende kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen opgenomen (zie beleidskader paragraaf A.3.2):

*Stimuleren van preventie van afvalstoffen, zodanig dat de in de periode 1985-2014 bereikte ontkoppeling tussen de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) en de ontwikkeling van het totale afvalaanbod wordt versterkt. Dit houdt in dat het totaal afvalaanbod in 2023 niet groter mag zijn dan 61 Mton en in 2029 niet groter mag zijn dan 63 Mton.

*Verhogen van het aandeel voorbereiding voor hergebruik en recycling van het totaal aan afvalstoffen van 77% in 2014 naar minimaal 85% in 2023.

*Verhogen van het aandeel voorbereiding voor hergebruik en recycling van bouw- en sloopafval van 92% in 2014 naar minimaal 95% in 2023.

*Verhogen van het aandeel voorbereiding voor hergebruik en recycling van industrieel afval van 81% in 2014 naar minimaal 85% in 2023.