In de EVOA zijn de procedures en controleregelingen voor grensoverschrijdend transport van afvalstoffen vastgelegd voor meerdere situaties. De verordening is van toepassing op de overbrenging van afvalstoffen:
De procedure is afhankelijk van de herkomst en de bestemming van de afvalstoffen, de route van de overbrenging, de over te brengen afvalstoffen en de wijze van verwerking van de afvalstoffen.
Net als de Kaderrichtlijn afvalstoffen is de EVOA niet van toepassing op een aantal afvalstoffen en in een aantal bijzondere situaties (art. 2, lid 2). Enkele relevante situaties zijn:
De EVOA geldt verder in principe voor alle afvalstoffen die landsgrenzen overschrijden. De EVOA is niet van toepassing op overbrenging van afvalstoffen binnen een lidstaat. In de EVOA is hiervoor wel een specifieke bepaling opgenomen (art. 33) waarin is bepaald dat lidstaten een passend stelsel invoeren voor toezicht en controle binnen de lidstaat zelf. In Nederland is dat gedaan met onder andere het Besluit inzamelen afvalstoffen, de Regeling inzameling afvalstoffen en het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen (zie hoofdstuk 7).
In artikel 2, lid 35, van de EVOA is gedefinieerd wat onder een “illegale overbrenging” wordt verstaan. Dit is onder andere een overbrenging die feitelijk niet met de kennisgeving of de vervoersdocumenten overeenstemt. Behalve de herkomst, exacte samenstelling en hoeveelheden van de afvalstoffen moet hier ook – door de afvalverwerker waar de afvalstoffen zijn gearriveerd – worden ingevuld of de nuttige toepassing van de afvalstoffen is voltooid.