Voor de meer milieubelastende Oranje lijst stoffen geldt een zwaardere procedure. De kennisgeving neemt een centrale plaats in op het moment dat er sprake is van een Oranje lijst stof. Hoofdstuk 1 van de EVOA bevat artikelen met betrekking tot de procedure waarbij een voorafgaande schriftelijke kennisgeving en toestemming noodzakelijk is. De eisen waaraan een kennisgeving moet voldoen zijn o.a. genoemd in artikel 5, lid 2 van de EVOA. Deze zijn:
Het kennisgevingsformulier is een door de Europese Commissie vastgesteld document en is bedoeld om de bevoegde autoriteiten in de betrokken landen van informatie te voorzien die nodig is om te toetsen of met de voorgenomen overbrenging kan worden ingestemd. Het vervoersdocument is bedoeld als begeleidend document bij de overbrenging. Tevens dient het vervoersdocument bij ieder transport als formulier voor het doen van diverse meldingen van kennisgever en ontvanger aan de betrokken bevoegde autoriteiten.
Essentiële informatie op het kennisgevingsdocument is natuurlijk allereerst de aard en samenstelling van de afvalstroom, de toepasselijke codes en de van toepassing zijnde handeling. Hierbij wordt aangesloten bij de R- en D-lijsten die zijn opgenomen in de bijlagen I en II uit de Kaderrichtlijn afvalstoffen (zie hoofdstuk 12).
De kennisgeving wordt gedaan bij de bevoegde autoriteit van verzending. Als een partij uit Nederland wordt geëxporteerd is dit de minister van Infrastructuur en Milieu (art. 10.58 Wm). De autoriteit van verzending moet vervolgens de autoriteit van bestemming en eventueel de autoriteit van doorvoer op de hoogte brengen van de voorgenomen overbrenging (binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving). Indien de kennisgeving volgens de autoriteit van verzending niet goed is verricht kan zij binnen drie werkdagen na ontvangst van de kennisgeving, aanvullende informatie of documentatie van de kennisgever verzoeken (art. 8, EVOA).
De autoriteit van bestemming stuurt binnen drie werkdagen een ontvangstbevestiging aan de kennisgever en moet afschriften aan de overige betrokken autoriteiten sturen. Indien de autoriteit van mening is dat de kennisgeving onvolledig is, dan kan om aanvullende informatie of documentatie bij de kennisgever worden gevraagd.
Vervolgens moeten de bevoegde autoriteiten van verzending, bestemming en doorvoer toestemming geven met betrekking tot de aangemelde overbrenging. De autoriteiten moeten binnen dertig dagen na de datum van de ontvangstbevestiging door de bevoegde autoriteit van bestemming een schriftelijk besluit nemen over de aangemelde overbrenging. Op grond van artikel 9, lid 1 van de EVOA zijn er in beginsel vier besluiten mogelijk:
De bezwaargronden zijn in feite de kern van de EVOA en geven de lidstaten de mogelijkheden om te sturen in hun afvalstoffenbeleid. De bezwaargronden zijn vermeld in artikel 12 van de EVOA.