Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

De Kaderrichtlijn afvalstoffen 2008/98/EG, en daarvoor de Kaderrichtlijn uit 1975, bepaalt dat de Europese lidstaten een plan hebben waarin het beleid ten aanzien van afvalstoffen is omschreven. In Nederland is sinds 2003 het beleid voor afvalbeheer in een Landelijk afvalbeheerplan (LAP) opgenomen. Inmiddels is sinds 28 december 2017 het derde LAP (LAP3) in werking. De verantwoordelijke minister (minister van Infrastructuur en Milieu) stelt het afvalbeheerplan vast. In titel 10.2 van de Wet milieubeheer zijn een aantal inhoudseisen ten aanzien van het afvalbeheerplan opgenomen. Deze bepalingen richten zich tot de minister die het plan vaststelt.

Het afvalbeheerplan is in de Wet milieubeheer verankerd in de artikelen 10.3 tot en met 10.14 (Titel 10.2). Enkele kenmerken/eisen die aan het afvalbeheerplan worden gesteld zijn:

  • geldig voor een periode van zes jaar (art. 10.3). De geldingsduur van het afvalbeheerplan kan eenmaal met ten hoogste twee jaar worden verlengd (art. 10.12, lid 2);
  • rekening houden met de afvalhiërarchie in (art. 10.4;
  • rekening houden met doelmatig beheer van afvalstoffen (art. 10.5);
  • het LAP bevat bindende Europese besluiten (art. 10.7, lid 1);
  • het LAP bevat de afvalpreventieprogramma's met inbegrip van de doelstellingen en maatregelen (art. 10.7, lid 2);
  • inhoudsvereisten van het afvalbeheerplan zijn (art. 10.7, lid 3):

. de hoofdlijnen van het beleid voor de komende zes jaar met een doorkijk van zes jaar;

. de uitwerking van de hoofdlijnen in sectorplannen voor categorieën van afvalstoffen;

. de capaciteitsplannen voor de komende zes jaar en de daaropvolgende zes jaar;

. een beschrijving van het beleid ter uitvoering van de EVOA.

In de artikelen 10.8 tot en met 10.12 is de procedure van totstandkoming van het afvalbeheerplan beschreven. Artikel 10.8 heeft betrekking op noodzakelijk overleg met instanties, organisaties en belanghebbenden dat plaats moet vinden voor de vaststelling. Met betrekking tot de voorbereiding is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing verklaard (art. 10.9). In artikel 10.13 is bepaald hoe gehandeld moet worden in geval van wijzigingen. Bij wijzigingen geldt ook de overlegverplichting en de toepasselijkheid van afdeling 3.4 van de Awb. Het LAP wordt regelmatig gewijzigd, bijvoorbeeld naar aanleiding van jurisprudentie. De laatste wijziging dateert van 2 maart 2021 en bestond uit twee tranches. Een eerste deel is bij die datum inwerking en een tweede deel met ingang van 1 januari 2024 met de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Inmiddels treft het ministerie van IenW voorbereidingen voor de opvolger van het LAP3, het Circulair Materialenplan (CMP). Het CMP zou eind 2025 inwerking moeten treden.

Hoewel de bepalingen in titel 10.2 zich ogenschijnlijk uitsluitend richten tot de minister, zijn er drie bepalingen die relevant zijn voor de uitvoeringspraktijk. Dit zijn de artikelen 10.4 (volgen van de afvalhiërarchie), 10.5 (afwijken van de afvalhiërarchie) en 10.14 (rekening houden met het LAP). In de volgende paragrafen wordt hierop ingegaan.