Op basis van artikel 10.5, onder b, moet de minister er rekening mee houden dat het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen vereist dat dit beheer op een effectieve en efficiënte wijze geschiedt en dat daarop effectief toezicht dan wel douanecontrole mogelijk is. Deze onderdelen van doelmatigheid krijgen in het LAP verder inhoud via de minimumstandaarden waarin de minimale hoogwaardigheid van verwerken is vastgelegd. Effectief toezicht kan plaatsvinden doordat afvalstoffen uitsluitend verwerkt mogen worden in bedrijven die daarvoor een omgevingsvergunning hebben en de afgifte van afvalstoffen uitsluitend mag plaatsvinden aan personen die daartoe bevoegd zijn (zie onder andere artikel 10.37 Wm). In hoofdstuk 1 van dit handboek is stilgestaan bij het oorspronkelijke begrip doelmatigheid dat ook de elementen “waarborg van de continuïteit” en “afstemming tussen capaciteit voorzieningen en aanbod” kende. Deze twee elementen vinden we nu niet meer expliciet terug in de Wet milieubeheer.
De bepaling in artikel 10.5 is mede relevant in verband met artikel 10.14, lid 2, van de Wet milieubeheer. In dat artikel staat dat als het afvalbeheerplan niet in een onderwerp voorziet het bevoegd gezag zelf een beoordeling moet uitvoeren, onder andere aan de hand van de uitgangspunten uit de afvalhiërarchie.