Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

ACM moet 1% opslag toepassen op kostenvoet eigen vermogen warmteleveranciers

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft vandaag uitspraak gedaan over een besluit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over de uitwerking van de methode van het redelijk rendement voor warmteleveranciers over de periode 2018-2022 en 2023-2025 (Weighted Average Cost of Capital/WACC-besluit). Dit besluit is het uitgangspunt bij de rendementstoets die de ACM uitvoert om vast te stellen of bij een warmteleverancier al dan niet sprake is van overwinsten. Het is de eerste keer dat de ACM een besluit over het redelijk rendement voor warmteleveranciers heeft vastgesteld. De Vereniging Energie-Nederland (VEN) heeft beroep ingesteld tegen het besluit. Volgens VEN heeft de ACM het redelijk rendement te laag vastgesteld, wat het voor warmteleveranciers moeilijk of onmogelijk maakt om de benodigde grote investeringen te doen.

de Rechtspraak 14 April 2026

Jurisprudentie-Samenvatting

Jurisprudentie-Samenvatting

Regie gevoerd: twee geschilpunten overgebleven
Het CBb heeft in deze zaak een zestal (regie)zittingen gehouden, onder meer om te onderzoeken of partijen het eens zouden kunnen worden zonder een rechterlijke uitspraak. Dat is gelukt op meerdere geschilpunten. Uiteindelijk zijn er twee geschilpunten overgebleven waarover het CBb nog een oordeel moest geven, namelijk de kosten voor het aantrekken van eigen vermogen in de methode (kostenvoet eigen vermogen) en hoe rekening moet worden gehouden met innovatieve investeringen. 
 

Kostenvoet eigen vermogen

Partijen hebben gezamenlijk deskundigen aangezocht om een rapport op te stellen. Deze deskundigen adviseerden voor de warmtesector in de huidige fase een opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen. Met deze opslag is de ACM het niet eens, omdat deze afwijkt van de algemeen geaccepteerde methode voor het vaststellen van een redelijk rendement en nadelig zou zijn voor consumenten. Het CBb volgt het advies van de deskundigen. De deskundigen hebben op begrijpelijke wijze uiteengezet dat de warmtesector zeer specifieke en eigen kenmerken en omstandigheden kent. Deze leiden ertoe dat in die sector een andere invulling van het redelijk rendement is aangewezen dan in andere gereguleerde sectoren. Het gaat hier om een markt in transitie met een grote variëteit aan spelers. Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet dat het consumentenperspectief zonder meer voorrang heeft boven het investeringsperspectief.

Innovatieve investeringen

Hoe moet worden omgegaan met innovatieve investeringen heeft de ACM in de (gewijzigde) ‘Beleidsregel rendementstoets warmte’ vastgelegd. Omdat dit is vastgelegd in een beleidsregel mag het CBb hierover geen oordeel geven. De beleidsregel kan wel worden getoetst bij een concreet besluit in het kader van de (individuele) rendementstoets.

Opdracht aan de ACM

Het CBb vernietigt het (gewijzigde) WACC-besluit en geeft de ACM de opdracht binnen vier maanden een nieuw besluit te nemen, waarin de ACM een opslag van 1% op de kostenvoet eigen vermogen moet toepassen.

Artikel delen