Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Opzegging warmtelevering rechtsgeldig bij oud contract

Het hof oordeelt dat een consument zijn warmteleveringsovereenkomst rechtsgeldig mocht opzeggen. Beperkingen uit de Warmtewet gelden niet voor oudere contracten.

14 April 2026

Jurisprudentie-samenvatting

Jurisprudentie-samenvatting

Achtergrond van de zaak

Een bewoner in Meppel wilde zijn overeenkomst met warmteleverancier MeppelEnergie beëindigen om over te stappen op een eigen warmtepomp. De leverancier weigerde echter mee te werken aan de opzegging en stelde dat beëindiging van de levering niet mogelijk was op grond van artikel 3c van de Warmtewet. De bewoner stapte daarop naar de rechter, die hem in eerste aanleg gelijk gaf. MeppelEnergie ging in hoger beroep.

Kern van het geschil

De centrale vraag was of de leverancier de opzegging mocht weigeren met een beroep op de Warmtewet, en of de consument na opzegging nog verplicht was tot betaling van vastrecht en verbruikskosten.

Oordeel van het hof

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat artikel 3c Warmtewet in dit geval niet van toepassing is. De overeenkomst tussen partijen was namelijk gesloten vóór de inwerkingtreding van deze bepaling op 1 juli 2019. Op grond van het overgangsrecht (artikel 42a Warmtewet) blijft deze bepaling buiten toepassing bij bestaande contracten.

Dat betekent dat moet worden gekeken naar de contractuele voorwaarden. Daarin is bepaald dat de consument de overeenkomst kan opzeggen met een opzegtermijn van 30 dagen. De opzegging door de bewoner is daarom rechtsgeldig.

Ook oordeelt het hof dat de consument na afloop van de opzegtermijn niet langer verplicht is tot betaling van vastrecht. De leverancier had geen juridische grond om de beëindiging te weigeren of aanvullende voorwaarden te stellen. Zo was er geen sprake van een kettingbeding of andere verplichting die de aansluiting op het warmtenet verplicht stelde.

Schade en gevolgen

Doordat MeppelEnergie de opzegging ten onrechte niet accepteerde, is zij schadeplichtig. De schade bestaat uit de na 1 augustus 2022 betaalde verbruikskosten en vastrecht. Andere gevorderde schadeposten, zoals subsidieschade en extra kosten voor een warmtepomp, worden afgewezen omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd.

Juridische duiding

Het hof bevestigt dat het overgangsrecht van artikel 42a Warmtewet strikt moet worden toegepast: nieuwe beperkingen uit artikel 3c gelden niet voor oudere overeenkomsten. Daarnaast benadrukt het hof dat leveranciers consumenten vooraf volledig moeten informeren over contractvoorwaarden, waaronder opzegmogelijkheden (artikel 6:230m BW). Een beroep op aanvullende beperkingen via de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 BW) wordt afgewezen. De weigering om de opzegging te accepteren kwalificeert als een toerekenbare tekortkoming, waardoor de leverancier schadeplichtig is (artikel 6:74 BW).

Relevantie voor de praktijk

Deze uitspraak is relevant voor de warmtetransitie, omdat zij bevestigt dat bewoners met oudere warmteleveringscontracten in beginsel kunnen overstappen op alternatieve warmtevoorzieningen, zoals een warmtepomp. Warmteleveranciers kunnen zich in die gevallen niet beroepen op de beperkingen uit de Warmtewet. Dit heeft directe gevolgen voor de contractpraktijk en de exploitatie van warmtenetten, en is van belang voor zowel gemeenten als energiebedrijven.

Artikel delen