Menu

Filter op
content
Klimaatweb
0

Tijdelijk (ver-)huren emissierechten: tijdelijk extern salderen vereist (ook) publiekrechtelijk beperking saldo-gevende activiteit

De Rechtbank Gelderland oordeelt in haar uitspraak van 5 januari 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:25) dat geen aanleiding bestaat om aan tijdelijk extern salderen minder voorwaarden te stellen dan aan regulier extern salderen, zodat het bevoegd gezag ook bij het tijdelijk verhuren (verleasen) van stikstofrechten verplicht is om de publiekrechtelijke toestemming voor de saldo-gevende activiteit voldoende publiekrechtelijk in te perken.

18 januari 2024

Jurisprudentie – Samenvattingen

Aanleiding voor dit oordeel vormde de voorgenomen uitbreiding van een nabij een Natura 2000-gebied gelegen geitenhouderij. Ter verkrijging van de voor de bedrijfsuitbreiding vereiste natuurvergunning (op grond van de Wet natuurbescherming, “Wnb”) huurt de exploitant tijdelijk – tot het moment waarop luchtwassers op de nieuwe stallen zijn gerealiseerd -  een deel van de aan een nabijgelegen geitenhouderij vergunde emissierechten. Daartoe sluiten beide exploitanten een leaseovereenkomst. In beroep staat de vraag centraal of met deze overeenkomst en met het verbinden van voorschriften aan de  natuurvergunning die aan het saldo-ontvangende bedrijf is verleend voldoende is geborgd dat de saldo-gevende en saldo-ontvangende activiteit niet gelijktijdig zullen plaatsvinden. De rechtbank overweegt dat uit de Afdelingsuitspraak van 26 oktober 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3074) volgt dat via de mitigerende maatregel van extern salderen medewerking kan worden verleend aan een gewenste ontwikkeling, waarvan de stikstofdepositie significante gevolgen kan hebben voor relevante locaties in een Natura 2000-gebied (als bedoeld in art. 2.7 Wnb): door het beperken of beëindigen van emissie van (een) andere, reeds bestaande activiteit(en) kan worden bereikt dat de totale depositie als gevolg van de gewenste nieuwe ontwikkeling per saldo niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied.

Volgens de rechtbank moet tegen deze achtergrond de Afdelingsuitspraak van 13 november 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1931) worden begrepen, waarin de Afdeling - verkort weergegeven -  overweegt dat externe saldering slechts mogelijk is als er een directe samenhang bestaat tussen de intrekking van de milieuvergunning en de verlening van een natuurvergunning, waarbij die directe samenhang wordt aangenomen als de milieuvergunning voor het saldo-gevende bedrijf daadwerkelijk is of zal worden ingetrokken ten behoeve van de uitbreiding van het saldo-ontvangende bedrijf én vaststaat dat de bedrijfsvoering van het saldo-gevende bedrijf daadwerkelijk is of wordt beëindigd. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze rechtspraak niet dat een (civielrechtelijke) overeenkomst tussen het saldo-gevende en saldo-ontvangende bedrijf over de overname van het stikstofdepositiesaldo reeds voldoende is om extern te salderen; een overeenkomst kan immers worden opgezegd.

Naar het oordeel van de rechtbank dient ook publiekrechtelijk te zijn geborgd dat de saldo-gevende activiteit wordt beëindigd. Het enkel verbinden van voorschriften aan de natuurvergunning voor het saldo-ontvangende bedrijf is daartoe eveneens onvoldoende is, aangezien deze het saldo-gevende bedrijf niet binden. De rechtbank concludeert dat in lijn met de aangehaalde jurisprudentie de vergunning van saldogever ook publiekrechtelijk moet worden ingeperkt. Die bestuursrechtelijke ingreep kan zien op de natuurvergunning, maar ook bijvoorbeeld op de omgevingsvergunning voor de activiteit milieu. 

Artikel delen