Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Verkrijging WKO-installatie vrijgesteld van overdrachtsbelasting

Bij het verkrijgen van een onroerende zaak of een recht op een onroerende zaak moet in beginsel overdrachtsbelasting worden betaald. De verkrijging van een netwerk is echter vrijgesteld van die heffing. Uit een recent arrest van de Hoge Raad blijkt dat het verkrijgen van een warmte-koude-opslaginstallatie (‘WKO’) ook onder die vrijstelling valt. Dat werkt kostenverlagend voor de verkrijger van een WKO en is dus van belang, mede in het kader van de bevordering van de energietransitie.

13 december 2021

Samenvatting

Samenvatting

Feiten

Een zorgaanbieder verkrijgt drie onroerende zaken en daarnaast de rechten op drie WKO’s die gekoppeld zijn aan de drie onroerende zaken, voor de opslag van duurzame energie. Het gaat om een herstelhotel met 122 hotelkamers voor tijdelijk verblijf van zorgbehoeftigen, een gebouw met 71 zorgappartementen voor personen met een psychogeriatrische en/of somatische aandoening en een gebouw met 71 zorgappartementen.

De zorgaanbieder doet een beroep op de vrijstelling van overdrachtsbelasting bij de verkrijging van de WKO’s. Zij meent dat de zogenaamde netwerkvrijstelling van de Wet Belastingen van rechtsverkeer toepasselijk is. Niet in geschil is dat de WKO’s onroerende zaken zijn. De Rechtbank Gelderland heeft in eerste aanleg geoordeeld dat de WKO’s geen netwerken zijn die onder de betreffende vrijstelling vallen omdat de WKO’s niet bestemd zijn voor het transporteren van warmte naar enig punt buiten het gebouw waaraan de WKO gekoppeld is. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt echter dat de werking en functie van de WKO’s met zich meebrengen dat de netwerkvrijstelling wel van toepassing is omdat de WKO’s zorgen voor transport van warmte van buiten het gebouw naar binnen het gebouw en andersom. De Staatssecretaris van Financiën is ten slotte in cassatie gegaan.

Reikwijdte netwerkvrijstelling overdrachtsbelasting

De netwerkvrijstelling van overdrachtsbelasting (zie art. 15(1)(y) Wet Belastingen van Rechtsverkeer) houdt in dat is vrijgesteld:

de verkrijging van een net gelegen in, op of boven de grond, bestaande uit een of meer kabels of leidingen, bestemd voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie, of van informatie.

Die vrijstelling is door de wetgever ingevoerd omdat uit eerdere jurisprudentie bleek dat netten onroerend waren. De wetgever achtte belastingheffing ter zake van die netten onwenselijk, maar hij lichtte niet toe waarom dat het geval was.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever bij deze vrijstelling in de eerste plaats dacht aan de grote nationale distributienetten zoals elektriciteitsnetten, gasnetten, rioleringsnetten, waterleidingnetten en elektronische communicatienetwerken. Daarnaast kunnen netten bestaan uit buisleidingen, waardoor brandstoffen en gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Per net verschilt volgens de wetgever wat er nu daadwerkelijk tot het netwerk behoort, met andere woorden, hoe het net is begrensd.

De Staatssecretaris voert in cassatie aan dat de netwerkvrijstelling zich niet zou uitstrekken tot een ‘eigen energievoorziening’ zoals die hier aan de orde is. Hij betoogt verder dat de WKO’s en dus ook hun bronnetten geen warmtenet zijn in de zin van de Warmtewet omdat zij zijn gelegen in (onder en om) het gebouw van de verbruiker.

De Hoge Raad stelt voorop dat de wettelijke definitie niet uitsluit dat de netwerkvrijstelling wordt toegepast op warmtenetten, waarmee immers energie in de vorm van warmte wordt getransporteerd. De Hoge Raad oordeelt dat gelet op de wetsgeschiedenis bij beantwoording van de vraag of de netwerkvrijstelling kan worden toegepast op de verkrijging van bronnetten zoals die van belanghebbende, onderzocht moet worden of een dergelijk bronnet valt binnen de grenzen van het begrip “warmtenet”, zoals gedefinieerd in de Warmtewet.

WKO een warmtenet als bedoeld in de Warmtewet

Uit de Warmtewet blijkt dat een warmtenet het geheel is van tot elkaar behorende, met elkaar verbonden leidingen, bijbehorende installaties en overige hulpmiddelen dienstbaar aan het transport van warmte, behalve voor zover deze leidingen, installaties en hulpmiddelen zijn gelegen in een gebouw of werk van een verbruiker of van een producent en strekken tot toe- of afvoer van warmte ten behoeve van dat gebouw of werk. De Hoge Raad schaart zich achter het oordeel van Hof Arnhem-Leeuwarden dat de netwerkvrijstelling van toepassing is op de WKO’s van de zorginstelling. Het Hof heeft vastgesteld dat die WKO’s met behulp van meerdere (polyethyleen) leidingen via water warmte naar het overdrachtspunt in de gebouwen transporteren. De warmte wordt onttrokken aan de omgeving diep in de grond, waar deze vervolgens via warmtepompsystemen en binneninstallaties binnen de gebouwen wordt gebracht. Daarmee valt dit naar het oordeel van de Hoge Raad onder de wettelijke definitie van een warmtenet. Het feit dat de WKO’s zijn gelegen in de tuin en de omringende grond van het gebouw waarvoor het warmte levert, maakt dat volgens de Hoge Raad niet anders. De netwerkvrijstelling kent dus een behoorlijk ruim toepassingsbereik.

Het verkrijgen van een WKO kan dus onder de netwerkvrijstelling uit vallen, waardoor geen overdrachtsbelasting is verschuldigd.

Slotsom

Bij de verkrijging van een onroerende zaak vormt overdrachtsbelasting een kostenverhogend element. Het is dus van belang bij die verkrijging te onderzoeken of er een vrijstelling kan worden toegepast. Op grond van het in dit blog besproken arrest is de verkrijging van een WKO-installatie in beginsel vrijgesteld van de heffing van overdrachtsbelasting. Er zijn echter ook tal van andere wettelijke vrijstellingen die onder omstandigheden kunnen worden toegepast. Het verdient aanbeveling voorafgaand aan het verkrijgen van een onroerende zaak de fiscale consequenties van die verkrijging te (laten) onderzoeken.