Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Welke belangen mag minister meewegen in kader van besluit tot wijzigen Natura 2000-gebied?

In de uitspraak van 19 maart 2024 (ECLI:NL:RBZWB:2024:1852) oordeelt de Rechtbank Zeeland-West-Brabant dat de minister uitsluitend ecologische belangen mag betrekken bij zijn besluit tot aanwijzen van een Habitatrichtlijngebied; enkel bij het vaststellen van het ambitieniveau van de instandhoudingsdoelstellingen voor een aangewezen gebied heeft de minister (wel) beoordelingsruimte en mag hij ook rekening houden met andere dan ecologische belangen.

10 april 2024

Samenvatting

Samenvatting

Aanleiding voor dit oordeel was een omvangrijke beroepszaak over het besluit van de minister voor Natuur en Stikstof om eerder genomen besluiten tot aanwijzing van Habitatrichtlijngebieden – de zogeheten Natura 2000-gebieden - te wijzigen. Diverse eisers stellen in dit verband onder meer dat de minister bij het nemen van het wijzigingsbesluit ten onrechte geen rekening heeft gehouden met en/of onderzoek heeft gedaan naar de economische, sociale en culturele gevolgen daarvan voor hun bedrijfsvoering.

Zij vinden dat de minister een belangenafweging had moeten maken tussen enerzijds het toevoegen van habitattypen en soorten en anderzijds het eigendomsrecht en de vrijheid om een economische activiteit uit te oefenen. De rechtbank overweegt dat uit jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie (vgl. het arrest van 7 november 2000, ECLI:EU:C:2000:600) en de Afdeling (vgl. onder meer de uitspraken van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2297 en 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2895) volgt dat uit art. 4, eerste lid, Habitatrichtlijn (“Hrl”) kan worden afgeleid dat bij de aanwijzing van een gebied als Natura 2000-gebied (en dus ook bij het wijzigen van een aanwijzingsbesluit) uitsluitend overwegingen van ecologische aard betrokken mogen worden.

Hierbij mag geen rekening worden gehouden met vereisten op economisch, sociaal of cultureel gebied en met regionale en lokale bijzonderheden zoals vermeld in art. 2, derde lid, Hrl. Naar het oordeel van de rechtbank hoefde de minister daarom geen onderzoek te doen naar de gevolgen van de toevoeging van habitattypen en soorten voor de door eisers genoemde belangen en heeft de minister die belangen ook terecht niet meegewogen in zijn beslissing om habitattypen en soorten toe te voegen.

Bij de vaststelling van het ambitieniveau van de instandhoudingsdoelstellingen (behoud, verbetering of uitbreiding) mag de minister daarentegen wel rekening houden met andere dan ecologische belangen. Dat heeft de minister volgens de rechtbank ook voldoende gedaan door voor sommige Natura 2000-gebied te kiezen voor het laagste ambitieniveau (‘behoud’).

Voor zover de minister instandhoudingsdoelstellingen heeft vastgesteld met een hoger ambitieniveau, ziet de rechtbank evenmin aanleiding om te oordelen dat de minister daarbij onvoldoende rekening heeft gehouden met de door eisers genoemde bedrijfsbelangen: eisers hebben volgens de rechtbank namelijk op geen enkele wijze op bedrijfsniveau concreet inzichtelijk gemaakt dat hun bedrijfsbelangen als gevolg van het wijzigingsbesluit onevenredig worden aangetast.

Artikel delen