Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Kamerbrief over stand van zaken uitwerking Circulair Materialenplan

27 juni 2022

Kamerstuk: kamerbrief

Kamerstuk: kamerbrief

Staatssecretaris Heijnen (IenW) informeert de Tweede Kamer over de stand van zaken in de ontwikkeling van het 1e Circulair Materialenplan (CMP1). Het CMP1 wordt de opvolger van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3).

Geachte voorzitter,

Op 25 januari 2021 bent u geïnformeerd over de tweede wijziging van het Landelijk Afvalbeheerplan 3 (LAP3) waarbij ook werd aangegeven dat het LAP3 zal worden opgevolgd door een eerste Circulair Materialenplan (CMP1)1 . Hieronder breng ik u op de hoogte van de stand van zaken in de ontwikkeling van het CMP1.

Met het CMP1 beogen we het huidige LAP meer toe te snijden op de transitie naar een circulaire economie. Naast goed afvalbeheer zoals neergelegd in het LAP, willen we in het CMP 1) meer aandacht voor de hogere treden in de afval hiërarchie (preventie, hergebruik en recycling), 2) een stevigere juridische basis voor het CMP en 3) meer ondersteunend zijn voor bedrijven die technieken ontwikkelen voor hoogwaardige verwerking van producten en materialen. Het ministerie is samen met Rijkswaterstaat (RWS) gestart om invulling te geven aan deze ambities. Het LAP is een zeer omvangrijk instrument voor het afvalbeheer in Nederland en het moderniseren van het LAP is dan ook een omvangrijk project. Daarbij is de inbreng van de gebruikers essentieel. Om inzicht te krijgen in het huidige gebruik van het LAP, ervaren belemmeringen en verbeterpunten is een enquête uitgezet en hebben er al diverse sessies met gebruikers plaatsgevonden. Mede gebaseerd op de inbreng van de gebruikers is ervoor gekozen in te zetten op de volgende inhoudelijke onderwerpen.

Een handreiking preventie in het CMP

De focus van het LAP ligt op een goed afvalbeheer. Het CMP1 zal (meer) informatie gaan bevatten over grondstofgebruik en het voorkomen dat een materiaal of product te snel afval wordt en zal meer handvatten bieden voor vergunningverleners om die kaders daadwerkelijk toe te passen bij vergunningverlening. Bevoegde gezagen kunnen bedrijven al stimuleren om zuinig om te gaan met grondstoffen en afval zo veel mogelijk te voorkomen, maar geven aan dat zij hiervoor de praktische handvatten missen. Voor energiebesparing is deze mogelijkheid er al, maar voor grondstoffengebruik en afvalpreventie nog niet. Met het CMP1 willen we verkennen of we hier handvatten kunnen bieden via een handreiking preventie voor vergunningverleners.

Ketenplannen per materiaalstroom

In het huidige LAP3 is beleid voor specifieke afvalstromen (zoals textiel, banden, bodemassen of kwikhoudend afval) uitgewerkt in zogenaamde sectorplannen. Waar de sectorplannen in het LAP alleen gaan over de verwerking van de materiaalstroom en de import/export in de fase waarin de materiaalstroom de afvalstatus heeft, willen we in het CMP in plaats van een sectorplan voor afvalbeheer, per stroom een ketenplan presenteren. De belangrijkste aanpassing is dat het ketenplan de hele keten van een materiaalstroom gaat bestrijken en bijvoorbeeld over informatie over de voorkant van de keten gaat bevatten zodat de inhoudelijke reikwijdte van het plan wordt uitgebreid. Denk hierbij onder andere aan een bredere beschrijving van de materiaalstroom, van de ontwerp- tot en met de afvalfase, waarbij al het relevante beleid en wet- en regelgeving voor de betreffende materiaalstroom in het ketenplan is opgenomen.

Zoals gezegd is het LAP omvangrijk. Er zijn op dit moment 80 sectorplannen. In het CMP1 zal er dan ook nog niet voor elke materiaalstroom een ketenplan kunnen zijn. We starten met materiaalstromen waar maatschappelijke en politieke aandacht voor is, stromen met een zekere omvang/ volume, of waarbij we kunnen aansluiten bij reeds ingezette beleidsontwikkelingen. Dit heeft geleid tot de selectie van de materiaalstromen beton, hout, kunstgras, papier en karton, textiel en zonnepanelen. Het streven is om bij de inwerkingtreding van het CMP1 in ieder geval voor deze stromen een uitgewerkt ketenplan gereed te hebben. In de verdere uitwerking van het CMP1 zullen we bepalen welke verdere stromen zich lenen voor een uitgewerkt ketenplan en een planning opstellen voor het uitwerken van materiaalstromen voor het CMP. We streven ernaar om zoveel mogelijk uitgewerkte materiaalstromen in het CMP1 mee te nemen.

Verbeteren van de minimumstandaard

In het LAP wordt in de hierboven genoemde sectorplannen per stroom aangegeven wat het minimum is voor de verwerking van de stroom. Dit wordt ook wel de minimumstandaard genoemd. De minimumstandaard is daarmee een ondergrens voor verwerking en heeft primair tot doel om mens en milieu te beschermen; lager dan de minimumstandaard is in principe niet toegestaan. Voor veel stromen is op dit moment recycling de minimumstandaard, zonder verder onderscheid in de vorm van recycling. Verhoging van de minimumstandaard, van verbranden of storten naar recycling, vindt nu, kort gezegd, alleen plaats als de betreffende afvalstroom ook daadwerkelijk hoogwaardiger kan worden gerecycled, dit niet meer kost dan €205,- per ton, er een afzetmarkt is voor residustromen en de nieuwe verwerkingsmethode voldoende capaciteit heeft en naar behoren functioneert.

De huidige werking van de minimumstandaard wordt in de praktijk eerder als een stok ervaren dan als een wortel, die bedrijven niet aanspreekt om te komen tot een hoogwaardigere verwerking van materialen. Dat willen we graag veranderen met de komst van het CMP1. Onze ambitie is om de minimumstandaard versneld op te hogen als er een kansrijke nieuwe verwerkingsmethode is, zodat er van die techniek ook gebruik moet worden gemaakt. Uit de praktijk blijkt dat deze nieuwe technieken om diverse redenen niet altijd kunnen rekenen op een constante aanvoer van de te verwerken materialen. We verkennen binnen de mogelijkheden van het CMP1 hoe de minimumstandaard hiervoor ondersteunend kan zijn. Tevens willen we in het CMP1 het onderscheid gaan maken tussen hoogwaardige en laagwaardige vormen van recycling. Dat laatste biedt vervolgens de mogelijkheid om een specifieke vorm van recycling van een afvalstroom aan te merken als voorkeursrecycling. Daarnaast zal het CMP, net zoals dat bij het LAP gebruikelijk was, steeds worden aangepast aan de meest recente beleidsontwikkelingen en de praktische uitwerking daarvan voor de gebruikers van het LAP, zoals bedrijven en vergunningsverleners.

Juridische basis

Het huidige LAP en straks het CMP zijn geen op zichzelf staande instrumenten, maar zijn verankerd en werken door in andere wet- en regelgeving en besluiten. De verankering in de Wet Milieubeheer (Wm) en doorwerking in die andere weten regelgeving zullen we voor het CMP blijven borgen. Ook leggen we in de Wm vast, net als nu voor het LAP het geval is, dat gebruikers rekening moeten houden met het CMP. Dit betekent dat Omgevingsdiensten kunnen afwijken van het LAP en straks het CMP vanuit het oogpunt van flexibiliteit in de uitvoering van het afvalstoffenbeheer. Denk aan het toestaan van nieuwe hoogwaardige verwerkingstechnieken. We streven naar duidelijkheid voor elke gebruiker wat de juridische rollen en verantwoordelijkheden zijn en wat de consequenties zijn van het niet voldoen aan deze verantwoordelijkheden. Daarom leggen we in de Wm vast wanneer en hoe er van het CMP kan worden afgeweken. De huidige bevoegdheidsverdeling zal daarbij niet veranderen.

Proces en planning

De bescherming van mens en milieu is en blijft een harde voorwaarde voor de beleidsvorming op het terrein van afvalstoffenbeheer in een circulaire economie. Mede in dat licht wordt voor het CMP1 een m.e.r-procedure doorlopen, waarmee expliciet duidelijk wordt hoe het milieubelang volwaardig in de ontwikkeling van het CMP wordt betrokken. De voorbereidingen voor een m.e.r-procedure zijn inmiddels gestart.

Het huidige LAP3 loopt eind 2023 af. Wij streven naar een ambitieus CMP dat in samenwerking met gebruikers op zorgvuldige wijze wordt ontwikkeld. Gelet op deze aanpak is het niet mogelijk om met de huidige looptijd het CMP1 meteen aansluitend aan het LAP3 in werking te laten treden. Daarom zal de looptijd van het LAP3 verlengd worden, waarbij het streven is om het CMP1 1 januari 2025 in werking te laten treden.

Ten slotte kan ik u melden dat de uitwerking van het CMP voortvarend ter hand wordt genomen en dat ik u voor het eind van dit jaar opnieuw zal informeren over de stand van zaken.

Hoogachtend,

DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,

drs. V.L.W .A. Heijnen

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter