Veel voorjaarszon en een winderig najaar zorgden in 2025 voor een groei in de productie van hernieuwbare energie. Die nam 7% toe in vergelijking met 2024. Ook groeiden de overschotten van duurzame stroom. Dit blijkt uit de jaarcijfers van Energieopwek.nl.

De groei zorgde voor 27 Petajoule meer energie dan vorig jaar. Dit is vergelijkbaar net twee keer het jaarlijkse energieverbruik van een gemeente als Groningen. Dit had meer kunnen zijn als we in de periodes van overschotten de stroom hadden opgeslagen in plaats van molens en panelen uit te zetten. Er is zo’n 16 PJ aan stroomproductie afgeschakeld, tegenover 12 PJ in 2024.
Ook dit jaar waren zon en wind de belangrijkste bronnen voor de hernieuwbare energie. De zonproductie groeide met 17 PJ, terwijl die van wind licht kromp door een relatief windstil voorjaar. Dat de windproductie desondanks op bijna dezelfde productie uitkwam als vorig jaar kwam vooral door de windparken op zee die nu allemaal in gebruik zijn. Ook de bijdrage van warmtepompen zit in de lift. Het warmtepomp trendrapport ging ervan uit dat er zo’n 170.000 warmtepompen bijkwamen waarmee de teller op 900.000 uitkomt. Hun bijdrage aan de hernieuwbare productie steeg daarmee met ongeveer 7 PJ en komt daarmee uit op zo’n 37 PJ. Dat is ruime 2% van de finale energievraag. Hierbij moet worden aangetekend dat warmtepompen gewoonlijk gebruikt worden in zeer goed geïsoleerde gebouwen, die relatief weinig warmte nodig hebben.
Ook de bijstook van biomassa is iets gegroeid met 2 PJ. Dat komt omdat de kolencentrales die bijstoken vaker werden ingezet.
De bijdrage van duurzame transportbrandstoffen is naar verwachting ook fors gegroeid, maar de hoeveelheid hiervan is nu nog niet bekend. Deze bijdrage zit dan ook nog niet in het groeipercentage van 7%.
Het aantal uren dat we meer duurzaam opwekten dan we gebruikten groeide verder. Dat vertaalt zich in zeer lage of negatieve day-ahead prijzen voor de producenten. Afhankelijk van de contractuele verplichtingen en subsidievoorwaarden zetten producenten hun molens stil of schakelen hun panelen af. Soms konden ze ook hun stroom niet kwijt omdat het stroomnet dan vol was. Het aantal uren met negatieve day-ahead prijzen groeide met ruim 30 procent naar 585 uur. Dat is 7% van de tijd.
Met genoeg opslagcapaciteit hadden de molens en panelen kunnen blijven draaien. Kortdurend hadden batterijen dit kunnen opvangen. Bij langdurige overschotten, zijn elektrolysers de aangewezen technologie om iets met de overschotten te doen.
Om deze ontwikkeling te volgen hanteert Entrance een virtuele elektrolyser. Die kan draaien als de prijs negatief is of ietsje boven de nul zit, bijvoorbeeld 0,01 €ct/kWh. Het aantal uren met negatieve prijzen groeide dit jaar met 30%. Het aantal uren met prijzen iets boven nul daalde. Waarschijnlijk omdat er met export voor duurzame stroom nog wat te verdienen viel.
Desondanks had virtuele elektrolyser dit jaar ruim 1400 uur kunnen draaien. Dat is ruim 16% van het hele jaar. Ten opzichte van vorig jaar is er een kleine afname van het aantal draaiuren.
Het aandeel van de elektriciteitsvraag dat met groene stroom ingevuld is lag afgelopen jaar op 57%, ten opzichte van 54% vorig jaar. De elektriciteitsvraag is licht gedaald met 1%, terwijl de hoeveelheid duurzaam opgewekte stroom groeide met 3 %. Het aandeel had op 60% kunnen uitkomen als de panelen en molens niet waren uitgezet, maar hun stroom hadden kunnen opslaan om later alsnog aan het stroomnet te leveren.
Het Planbureau voor de Leefomgeving gaat ervanuit dat in 2030 60% van de elektriciteit duurzaam wordt opgewekt. Het lijkt dan alsof we er bijna zijn, maar de verwachting is dat de komende jaren de elektriciteitsvraag enorm gaat groeien door toename van het gebruik van o.a. elektrische auto’s, warmtepompen, elektrificering industrie, groei datacenters etc.
Kijken we naar de maanden van 2025, dan zien we dat er in de winter nog altijd meer dan de helft van de stroomvraag opgewekt wordt door conventionele bronnen. Dit komt door een lage beschikbaarheid van duurzame opwek en grotere vraag. Van maart tot en met oktober wordt méér dan de helft van de stroomvraag duurzaam opgewekt. De topmaand was mei, toen zo’n 70% van de Nederlandse elektriciteitsvraag duurzaam werd opgewekt. Januari zag de laagste duurzame opwek, met net meer dan 40%.
Terzijde: het aandeel hernieuwbaar wordt gewoonlijk uitgedrukt ten opzichte van de nationale vraag. Zou worden gekeken naar de nationale stroomproductie, dit wil zeggen: nationale vraag + netto export, dan was 51% van de totale Nederlandse elektriciteitsproductie hernieuwbaar.