Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Advies Instellingswet Nationaal Groeifonds

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het voorstel voor de nieuwe Wet Nationaal Groeifonds. Het wetsvoorstel is op 23 november 2021 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Raad van State 23 november 2021

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Achtergrond en inhoud van het voorstel

Met het wetsvoorstel wordt onder andere tegemoetgekomen aan eerdere kritiek van de Algemene Rekenkamer, de Afdeling advisering (opent in nieuw venster) (verwijst naar een andere website) en het parlement over de huidige vormgeving van het Nationaal Groeifonds (hierna: fonds).

Het wetsvoorstel wijzigt de huidige vormgeving van het fonds. De Comptabiliteitswet maakt het mogelijk een begrotingsfonds in te stellen voor het afzonderlijk beheren van ontvangsten en uitgaven van het Rijk die voor een specifiek doel bestemd zijn. Met het voorstel wordt voorzien in een structurele wettelijke regeling van het fonds met de waarborgen die horen bij een afzonderlijk begrotingsfonds. Het ‘oormerken’ van geld uit het groeifonds voor besteding aan specifieke doeleinden wordt hiermee mogelijk gemaakt. Op financiële middelen uit het fonds kan op twee manieren een beroep worden gedaan: via een subsidieaanvraag of via een investeringsvoorstel vanuit een departement.

Parlementaire controle

Het parlement krijgt met het wetsvoorstel een duidelijker aangrijpingspunt om mee te beslissen over de vormgeving en de doelstelling van het fonds. Maar de Afdeling advisering merkt op dat het wetsvoorstel met het begrip ‘duurzaam verdienvermogen’ een zeer ruime doelomschrijving bevat en dat bijbehorende inhoudelijke criteria in het wetsvoorstel ontbreken. Het risico hiervan is dat het voor het parlement onduidelijk is waarmee precies wordt ingestemd en er nauwelijks een maatstaf is om te controleren of het fonds effectief is geweest. De Afdeling adviseert dan ook het budgetrecht van het parlement beter te waarborgen door te verhelderen wat ‘duurzaam verdienvermogen’ betekent en inhoudelijke criteria daarvoor in het wetsvoorstel op te nemen.

Het wetsvoorstel maakt het mogelijk dat ministeries zelf investeringsvoorstellen ontwikkelen en voor de financiering daarvan een beroep op het fonds doen. Financiële middelen uit het fonds worden dan overgeheveld naar de begroting van het betreffende departement, waarna dat departement het investeringsvoorstel zelf zal uitvoeren. Mogelijk raakt via deze route het zicht op de besteding van het geld vanuit het fonds versnipperd doordat het opgaat in grotere begrotingen of departementale begrotingsposten. Hiermee wordt afbreuk gedaan aan de effectiviteit van de controletaak van het parlement. De Afdeling adviseert om er voor te zorgen dat financiële middelen die naar andere begrotingshoofdstukken worden overgeheveld, in beeld blijven en zo het parlement in staat te stellen effectieve controle uit te voeren.

Ministeriële verantwoordelijkheid

Op dit moment is de minister van Economische Zaken en Klimaat verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van het fonds. Op grond van het wetsvoorstel gaan de ministers van Economische Zaken en Klimaat en van Financiën samen het fonds beheren, zodat beide ministers verantwoordelijk worden voor de begroting van het fonds en daarover ook verantwoording afleggen tegenover het parlement. Dit lijkt in tegenstelling met het uitgangspunt van dit wetsvoorstel, namelijk een beleidsneutrale omzetting van de huidige vormgeving van het fonds. De Afdeling adviseert daarom nader te motiveren waarom de gezamenlijke ministeriële verantwoordelijkheid wenselijk is en zo nodig het wetsvoorstel aan te passen.

Spanningsveld voor Caribisch Nederland

Het fonds staat ook open voor voorstellen voor investeringen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Een uitgangspunt bij de selectie van investeringsvoorstellen is echter een minimale omvang van dertig miljoen euro. De kleinschaligheid van de lokale economieën in Caribisch Nederland maakt het niet waarschijnlijk dat investeringsvoorstellen van voldoende volume kunnen worden ingediend. Aansluiting bij projecten in Europees Nederland lijkt ook niet voor de hand te liggen omdat de uitdagingen in Caribisch Nederland significant verschillen van die in Europees Nederland. De Afdeling adviseert in de toelichting bij het wetsvoorstel in te gaan op dit spanningsveld en zo nodig de toetsingscriteria aan te passen.

Bijlagen

Volledige tekst Advies Afdeling advisering van de Raad van State

Gehele tekst ontwerpregeling met toelichting

Zie ook

Kamerbrief nadere toelichting wetsvoorstel Nationaal Groeifonds

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter