Menu

Filter op
content
PONT Klimaat

0

Circulaire economie heeft ruimte nodig

Hoeveel ruimte is er eigenlijk nodig voor een circulaire economie? Het PBL bracht dat met de studie ‘Ruimte voor circulaire economie’ uit 2023 voor het eerst onder de aandacht. Het was een agenderend rapport, dat inmiddels is geland bij het beleid. En het begrip circulaire economie is ook in de Ontwerp-Nota Ruimte en in de ruimtelijk economische verkenning terechtgekomen. Reden om in gesprek te gaan met één van de opstellers van het PBL-rapport: Trudy Rood.

10 March 2026

Het onderstaande artikel is een voorpublicatie uit de maarteditie van PONT, Vakblad Energie en Duurzaamheid. Schrijf je hier gratis in voor het vakblad.

Heb je dankzij de studie een concreet beeld gekregen van de ruimtebehoefte van de circulaire economie?

Rood: “Zeker. In vervolg hierop hebben de ministeries van IenW en EZ opdracht gegeven aan de STEC-groep en CE Delft om de ruimtebehoefte voor circulaire economie kwantitatief in kaart te brengen. Dat onderzoek is eind 2025 gepubliceerd en daar kwam uit dat voor een aantal ketens in 2030 het aanbod van ruimte op bedrijventerreinen op is. Dit terwijl de vraag naar ruimte alleen maar toeneemt. Het Rijk heeft ook met de regio’s een convenant afgesproken waarin ruimte voor circulaire economie een van de vijf thema’s is die ze gezamenlijk oppakken. Op landelijk, regionaal en lokaal niveau wordt het thema verder uitgewerkt en concreet gemaakt. Een mooi voorbeeld daarvan vormt het bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht. Daar ging de gemeente uit van circulaire economie als fundament in het beleid, en ze verwerkten dat in zes deelgebieden met verschillende typen van circulaire economie.”

Hoe valt circulaire economie in de scenariostudies van het PBL

“De toekomst van circulaire economie is onzeker. In de PBL-studie gebruiken we daarom vier scenario’s (zie kader, red.). Juist door die scenario’s op circulaire economie toe te passen, konden we toch een aantal robuuste maatregelen onderscheiden, maatregelen die je sowieso moet nemen. We kwamen op vijf typen strategische locaties die cruciaal zijn voor het laten slagen van de transitie naar een circulaire economie: de grote haven- en industriegebieden, gebieden met kades, bedrijventerreinen in stadsranden, kleinschalige plekken in woonwijken en ov-locaties. Die vijf strategische locaties gelden op elk niveau.”

Hoe kijk je nu terug op de studie?

“We zien dat de PBL-scenarioaanpak om de ruimtevraag van circulaire economie en de beleidsuitdagingen daarbij te verkennen, nog steeds valide is. Het heeft ons inzichten in robuuste beleidsmaatregelen opgeleverd. De toekomst is onzeker, maar we weten nu dat een aantal maatregelen hoe dan ook nodig is om de transitie naar de circulaire economie die het Rijk voor ogen heeft, niet te belemmeren. De studie laat zien dat het altijd verstandig is om bij ruimtelijke keuzes aandacht te hebben voor de vijf typen strategische locaties. Er is duidelijk een groeiende behoefte aan bedrijventerreinen voor recycling, (bio)grondstofverwerking, opslag en distributie evenals binnenstedelijke locaties voor reparatie en deeleconomie.”

De studie heeft ook bijgedragen om de urgentie van de transitie naar een circulaire economie voor het voetlicht te brengen, gekoppeld aan de ruimtevraag. Dat is belangrijk omdat ruimteclaims van woningen, defensie en energie steeds heel duidelijk en voelbaar zijn. In dat gedrang moet de ruimte voor circulaire economie dan ook een plek zien te vinden.

Het PBL heeft op 22 januari 2026 een reflectie uitgebracht op de Ontwerp-Nota Ruimte. Daarin hebben we aangegeven dat in de nota nog te weinig flexibele maatregelen zijn opgenomen om ruimte te creëren, waarmee je meer veerkracht hebt om te anticiperen op ontwikkelingen zoals de circulaire economie. Dat wordt overigens wel lastiger met alle huidige bezuinigingen.”

Heb je vanuit de circulaire economie specifieke aanbevelingen gedaan voor de integratie in de Ontwerp-Nota Ruimte?

“We hebben drie aanbevelingen gedaan. Allereerst om flexibel en veerkrachtig beleid voor een circulaire economie op te stellen. Op die manier kun je gereserveerde ruimten later nog aanpassen. Het is dan wel belangrijk dat je als overheid eigenaar van die ruimte bent. De tweede aanbeveling is om circulariteit ook mee te nemen als ambitie. Dat zit echter nog niet in de Ontwerp-Nota Ruimte, maar juist via ruimtelijk beleid kan het Rijk de transitie naar een circulaire economie wel ondersteunen. Ten derde moet circulariteit ook worden meegenomen in de andere thema’s uit de Ontwerp-Nota Ruimte zoals wonen, defensie en infrastructuur. Nu worden al veel activiteiten in gang gezet en daar gaan veel materialen in om, maar zonder de bijbehorende ruimtelijke keuzes voor circulariteit uit te werken (bijvoorbeeld voor circulaire bouwketens of ander ontwerp van woningen, gebouwen en infrastructuur).”

Wat kunnen we bij het aanjagen van de circulaire transitie leren van de energietransitie?

“Beleidsmakers voor circulaire economie kunnen wat betreft benodigde ruimte en infrastructuur, zeker leren van de energietransitie. Een belangrijke les hierbij is het vroegtijdig meenemen van de infrastructuur bij de ruimtevraag voor bedrijven. Het sleutelwoord is hier integraliteit. Dus ruimte agenderen voor pijpleidingen, kabels en aansluitingen op elektriciteitsnetwerk en spoor-, water en autowegen. Zo wordt de circulaire transitie niet belemmerd door een gebrek aan infrastructuur, zoals nu de energietransitie wordt belemmerd door gebrek aan elektriciteitsnetwerk.”

Jullie werken met de vier PBL-scenario’s. Is één daarvan goed voor specifiek circulariteit?

“In alle scenario’s zit de ruimtevraag van de transitie naar een circulaire economie. Elk scenario heeft zo zijn eigen uitdagingen, afhankelijk van maatschappelijke ontwikkelingen en de normen en waarden in de samenleving. In het scenario ‘Mondiaal Ondernemend’ zijn recycling en de grote bedrijven belangrijk. In het ‘Regionaal Geworteld’ scenario daarentegen, gaat het meer om lokaal en de strategische economie. Mensen zijn er saamhorig. In ‘Groen Land’ zijn de groene doelen belangrijker, als ook een sturende overheid. En bij ‘Snelle wereld’ komt de digitalisering om de hoek kijken. In elk scenario zitten de uitdagingen dus steeds net ergens anders”.

Hoe werkt de digitalisering op de circulaire economie door?

“Digitalisering helpt bijvoorbeeld bij de digitale materiaalpaspoorten. Zo’n materiaalpaspoort van een gebouw of product maakt inzichtelijk welke materialen zijn gebruikt, waardoor reparatie, hergebruik en recycling eenvoudiger worden. Ook ondersteunt digitalisering processen zoals inzameling en het organiseren van retour- en vervoersstromen.”

Om circulariteit te realiseren, kun je ook meer eisen stellen aan de samenstelling van het eindproduct. Zit dat ook in de scenario’s verwerkt?

“Het meer eisen stellen door de overheid zit nadrukkelijk verwerkt in scenario ‘Groen land’. Bij ‘Mondiaal ondernemen’ speelt het ook een rol, maar voornamelijk als vraag vanuit het bedrijfsleven – die hebben de eisen nodig om de producten te vermarkten.”

In NRC van 17 januari 2026 stond een interview met afzwaaiend directeur Sabine Biesheuvel van BlueCity. Daarin stelt zij dat de circulaire economie ten onrechte niet van de grond komt. Hoe kijken jullie naar die uitspraak?

“Er zijn veel circulaire activiteiten en initiatieven, maar als je gaat kijken naar het grotere plaatje, dan telt dat niet op. Kijk naar het grondstoffengebruik in Nederland, dat is de laatste jaren alleen maar verder toegenomen. De belemmeringen voor de transitie naar een circulaire economie zijn hardnekkig. Voor veel circulaire producten is er geen markt. Daar heb je echt een concreet en ambitieus beleid voor nodig, zowel nationaal als Europees. Neem je het aantal circulaire activiteiten in het totaal van activiteiten, dan blijft dat hangen op zo’n zes procent. Als je kijkt naar werkgelegenheid en toegevoegde waarde, dan hangt het op circa vier procent en ook daarin verandert nog niet veel.

In zijn algemeenheid is de lage prijs van nieuwe grondstoffen een grote belemmering voor circulaire economie. Doordat milieuschade niet of onvoldoende beprijsd wordt en de wet- en regelgeving veelal nog is toegesneden op de lineaire economie, is er een ongelijk speelveld voor circulaire bedrijven. Zo staat de Nederlandse kunststofrecycling sterk onder druk door de lage prijzen van plastics uit fossiele grondstoffen uit met name China en de VS.

Om de omslag naar een circulaire economie te ondersteunen, kan de overheid de plannen uit het vorig jaar verschenen Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) uitwerken. Ze kan bijvoorbeeld UPV’s slimmer inzetten, en inzetten op ambitieus, Europees circulair economiebeleid. Ook valt te denken aan subsidies voor het compenseren van de onrendabele top, normeren en beprijzen. De overheid zou via haar eigen inkoop ook de marktvraag kunnen stimuleren. In de grond, weg- en waterbouw gaat heel veel materiaal rond. Daarin zijn overheden heel grote eigenaren: zo’n 80 procent van de wegen zit bij de gemeenten. Daar gebeurt al wat, maar nog steeds mondjesmaat.”

Wat doen jullie daarmee?

“We zijn dit jaar een onderzoek gestart naar de belemmeringen bij circulair aanbesteden van de grond-, weg- en waterbouw.

Wat vond je het meest verrassend bij jullie onderzoek over de circulaire economie?

“Het onderzoek in 2017 varieerde van de vertrouwde fietsenmaker tot grootschalige innovatieve recyclingtechnologieën. Toen viel ons vooral de grote hoeveelheid van aspecten en vormen ervan op. In de studie van 2023 was verrassend dat al die verschillende vormen van circulaire economie leidden tot weer heel verschillende ruimtevragen in 2050. We wisten niet hoeveel, er bleek een grote bandbreedte tussen de scenario’s van haast niets extra tot 40 procent meer. Evengoed konden we op basis daarvan wel een aantal robuuste beleidsmaatregelen formuleren, gekoppeld aan de genoemde vijf verschillende strategische locaties die van belang zijn voor de circulaire economie. Daarnaast volgden uit de studie ook een aantal uitgangspunten voor ruimtelijk circulaire-economiebeleid: vermijd onomkeerbare keuzes, assembleer tijdig de benodigde infrastructuur, neem de regie. Er zijn nu zes departementen betrokken bij de circulaire economie. En de regionale en lokale overheden zijn eigenlijk als eerste aan zet voor de ruimtelijke plannen. In die regionale en lokale maatregelen moeten vervolgens de nationale belangen ook weer terugkomen.”

Kunnen we daarmee zeggen dat de circulaire transitie een eind gevorderd is?

“Er is nog een hele weg te gaan voor deze transitie, het gaat om systeemveranderingen en ook een hele lange adem. Het blijft een fascinerend onderwerp.”

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter

U moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.