Wie naar de foto’s kijkt, kan in eerste instantie het vermoeden hebben dat deze gemaakt zijn met AI. Maar dat is allerminst het geval. In China is voor het eerst op megawattschaal een vliegende windturbine uitgetest die direct stroom leverde aan het elektriciteitsnet. En daarmee reikt men letterlijk en figuurlijk naar steeds grotere hoogtes.

Hoge bomen vangen veel wind. Dat is al langer bekend, zeker onder bouwers van windturbines. Moderne windturbines groeien daarom naar steeds grotere, soms duizelingwekkende hoogtes. Maar China spant, zoals wel vaker in de huidige energietransitie, de kroon.
Om echt goed de hoogte in te kunnen gaan, werkt het Chinese bedrijf Linyi Yunchuan Energy aan een nieuw type windenergiesysteem, SAWES genaamd. Dit staat voor Stratospheric Aerial Wind Energy System. Die naam tekent gelijk ook aardig de ambities: de stratosfeer strekt zich uit van circa 10 tot 50 kilometer hoogte.
Op die hoogte zit men voorlopig nog niet, maar de weg ernaartoe is wel ingeslagen. Op 5 januari 2026 steeg in de Chinese stad Yibin het nieuwste prototype S2000 de lucht in tot wel twee kilometer hoogte. In een 30 minuten durende vlucht wekte het systeem 385 kilowattuur op, genoeg om bijvoorbeeld vijf à tien elektrische auto’s op te laden.

Wat is precies de gedachte achter SAWES? Op grotere hoogte is de wind krachtiger én stabieler. Niet voor niets reiken moderne windturbines tot steeds grotere hoogtes. Maar om straalstromen en nog stabielere windlagen te kunnen benutten is iets anders nodig. Een compleet ander soort ontwerp.
Compleet anders, dat is SAWES zeker. Het is een soort moderne zeppelin, gevuld met helium en voorzien van meerdere geïntegreerde rotoren. Zonder ankerpunt zou het geheel als een echt luchtschip wegvliegen, maar dankzij een lange kabel blijft het ‘schip’ hoog in de lucht stabiel op zijn plek.
De opvallende vorm van de vliegende windturbine is niet toevallig gekozen. De ronding en de vleugels zorgen ervoor dat de wind lokaal wordt versneld en geconcentreerd. Hierdoor kan de windturbine met een relatief kleine omvang toch een relatief hoog vermogen leveren.
Het eerste SAWES-prototype, de S500, had een geraamd vermogen van 50 kilowatt en vloog in oktober 2024 tot 500 meter hoogte. Diens opvolger, de S1000, vloog in januari 2025 met een geraamd vermogen van 100 kilowatt tot 1000 meter hoogte.
De hoogtestijging is hierna lineair doorgezet, maar het vermogen is ondertussen versneld opgevoerd. In september 2025 werd de S1500 getest met een geraamd vermogen van ruim één megawatt en inmiddels heeft de S2000 van januari 2026 een geraamd vermogen van zo’n drie megawatt.
Met een dergelijk vermogen komt de S2000 al in de buurt van moderne windturbines op land. Een groot voordeel ten opzichte van die windturbines, is dat het dit vermogen constant en dus voorspelbaar zou kunnen leveren. Bovendien is er een stuk minder materiaal voor nodig, want op het land sta je liefst zo stevig mogelijk en in de lucht ben je het liefst zo licht mogelijk.
Een ander voordeel is dat de vliegende windturbine snel in werking te stellen is. Het volledig opblazen van de S2000 kostte ongeveer acht uur. Met optimalisatie van de heliumtoevoer kan dit nog verkort worden naar vier à vijf uur. Dit maakt de technologie bijvoorbeeld interessant voor stroomvoorziening in afgelegen gebieden.
Tegelijkertijd kan de technologie ook van pas komen in stedelijke gebieden, waar de ruimte voor windturbines op de grond beperkt of afwezig is. Aan de andere kant kan de toepassing daar lastiger zijn in verband met bijvoorbeeld ander (druk) vliegverkeer.
Dit laatste punt verdient zeker nog verder onderzoek. Evenals de vraag wat de opbrengst en de robuustheid van het systeem zal zijn als het langer en hoger in de lucht hangt. Ongetwijfeld zullen de opvolgers van de S2000 daar antwoord op gaan geven. The sky is the limit.
