De afgelopen maanden presenteerden Nederland, de Verenigde Staten en de internationale EAT-Lancet-commissie hun vernieuwde voedingsrichtlijnen. De Verenigde Staten lanceerden een tegenstrijdig advies: een sterke focus op rood vlees en dierlijke producten, terwijl tegelijkertijd wordt ingezet op het beperken van verzadigd vet - een voedingsstof die juist voorkomt in deze dierlijke producten. De adviezen van Nederland en EAT-Lancet klinken een stuk gebalanceerder.

Minder rood vlees, meer peulvruchten, veel groenten en fruit. In Nederland worden de nieuwe richtlijnen Goede Voeding concreet gemaakt met adviezen zoals 250 gram peulvruchten per week, en maximaal 200 gram rood vlees per week. Een advies dat naast volksgezondheid voor het eerst ook nadrukkelijk milieuaspecten in overweging neemt. De EAT-Lancet commissie gaat nog een stap verder en plaatst in het vernieuwde Planetary Health Diet voedsel binnen de mondiale planetaire grenzen. Hierin wordt naast gezondheid ook klimaat, biodiversiteit en sociale rechtvaardigheid meegenomen. De commissie stelt dat de aarde niet in staat is toekomstige generaties te blijven voeden zonder een aanzienlijke verschuiving naar plantaardig eten.
De nieuwe richtlijnen Goede Voeding zijn wetenschappelijk stevig onderbouwd. Toch bereiken ze de bevolking nauwelijks. Overheden hebben weinig grip op het voedselaanbod; producenten en retailers sturen het schap. Zolang zij onvoldoende prikkels hebben om minder bewerkte producten centraal te zetten en plantaardige alternatieven te promoten, hebben we nog een lange weg te gaan.
Ondertussen tikt de klok door. EAT-Lancet waarschuwt dat het huidige voedselsysteem meerdere planetaire grenzen overschrijdt en dat de voedselzekerheid van toekomstige generaties op het spel staat als we onze eetpatronen niet drastisch veranderen. Ook de Nederlandse Gezondheidsraad erkent dit impliciet, door de milieu-impact van voedingskeuzes nadrukkelijker mee te wegen dan voorheen. Het is dus niet slechts een kwestie van gezond eten; het is een kwestie van een leefbare toekomst.
Toch blijft het beleid hangen in vrijblijvende adviezen. Richtlijnen zonder systeemverandering zijn lege hulzen. Het is tijd dat we niet alleen beschrijven wat gezonde en duurzame voeding is, maar ook vormgeven wat er nodig is om dat eetpatroon daadwerkelijk bereikbaar te maken. Denk aan prijsbeleid dat Schijf van Vijf producten structureel goedkoper maakt dan ongezondere producten. Of aan duidelijke regels die voedselaanbieders verplichten om het gezonde aanbod toegankelijker (goedkoper, aantrekkelijker, gevarieerder) te maken dan het ongezonde.
Zolang de overheid voedingsrichtlijnen formuleert zonder in te grijpen in het voedselsysteem dat het dagelijkse eetgedrag bepaalt, blijft het bij goede bedoelingen. En dat kunnen we ons, gezien de gezondheids- en klimaatrealiteit, niet meer permitteren. Als we écht een verschuiving naar meer plantaardig eten willen, wat zowel de Nederlandse Gezondheidsraad als de EAT-Lancet commissie adviseren, dan moet dat worden ondersteund door een landbouwsysteem dat peulvruchten, groenten en andere duurzame gewassen aantrekkelijk maakt voor boeren én betaalbaar voor consumenten.
Dat het anders moet staat vast. De vraag is nu of we de (politieke) wil vinden het eten van de toekomst veilig te stellen. Niet alleen op papier, maar vooral in de praktijk.
