Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Historische metingen zijn nu goud waard

Metingen over langere tijd zijn onontbeerlijk om vast te stellen of het klimaat verandert. Maar meten met instrumenten doen we nog maar betrekkelijk kort. Met alle weergegevens waarover we tegenwoordig beschikken, is het nauwelijks voor te stellen dat vertrouwde instrumenten zoals thermometer en barometer 500 jaar geleden nog niet bestonden. Nadat halverwege de zeventiende eeuw de eerste weermetingen plaatsvonden drong al snel het besef door dat je dat volgens bepaalde richtlijnen moet doen.

KNMI 18 maart 2022

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

Fahrenheit uitvinder kwikthermometer

Van groot belang is de nauwkeurigheid van de metingen en een handige schaal. Gabriel Fahrenheit (1686-1736) maakte begin achttiende eeuw in Amsterdam de eerste kwikthermometers. Hij zette 0 graden in een mengsel van ijs, water en salmiak, 32 bij het vriespunt en 96 was de lichaamstemperatuur van een gezond mens. De kwikthermometer maakte nauwkeurige temperatuurmetingen mogelijk (figuur 1).

Nederland was dankzij waterbouwkundige Nicolaus Cruquius (1678-1754) waarschijnlijk het eerste land waar dagelijks temperatuur en neerslag werden opgetekend. Cruquius was overtuigd van het nut van zijn waarnemingen ter bescherming tegen het dreigende geweld van zee, storm en regen. Hij vroeg de regering om financiƫle steun maar dat werd niet gehonoreerd.

Ontstaan van lange meetreeksen

De waarnemingen waarmee Cruquius was begonnen werden voortgezet op Huize Swanenburgh in het Noord-Hollandse Halfweg, waar opzieners van de waterstaat het weer bijna anderhalve eeuw rapporteerden.

Ondertussen was Nederland weer een meteorologische pionier rijker: Buys Ballot (1817-1890). Ruim een eeuw na Cruquius had hij wel succes met zijn aanvraag voor financiƫle steun. Dat leidde in 1854 tot de oprichting van het KNMI bij sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht. Op initiatief van Buys Ballot werden meetreeksen opgestart die van groot belang zijn voor klimaatonderzoek.

Historische metingen tonen klimaatverandering

Om uit historische metingen conclusies te kunnen trekken over mogelijke klimaatverandering, is het nodig eerst de meetreeksen te onderzoeken op inhomogeniteiten. Dit zijn variaties in de gemeten waardes die niet ontstaan zijn door variaties in het klimaat maar bijvoorbeeld door verplaatsing of vervanging van het meetinstrument. Inmiddels zijn veel historische reeksen als datasets beschikbaar waarin zo goed mogelijk gecorrigeerd is voor inhomogeniteiten. Zodoende is nu over ruim drie eeuwen het verloop van de temperatuur te volgen (figuur 2).

Klimaatvariaties uit alternatieve waarneemreeksen

Naast de instrumentele waarnemingen bestaan er tal van waarneemreeksen waaruit veranderingen van het klimaat kunnen worden afgeleid, zoals van wijnoogsten. De kwaliteit van de druiven en ook de hoeveelheid en de oogstdatum hangen samen met het weer. Een goede oogst is het gevolg van gunstig weer. Informatie over het karakter van vroegere winters kan worden afgeleid uit meetreeksen van ijsdiktes en de lengte van de periodes waarop de trekvaart tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden door ijsgang niet kon varen.

Satellietmetingen brengen klimaatverandering in kaart

De laatste decennia komen met name dankzij satellieten nieuwe meetreeksen beschikbaar met metingen van onder meer de samenstelling van de atmosfeer, zeewatertemperaturen, zeeijs en de zeespiegelstijging. Ze zijn nog relatief kort maar geven een vollediger beeld van de klimaatverandering in het recente verleden. De meetreeksen die onze voorouders 300 jaar geleden in gang hebben gezet, komen tegenwoordig goed van pas om de veranderingen van het klimaat in het verdere verleden in kaart te brengen.

KNMI-klimaatbericht door Harry Geurts

De informatie uit dit klimaatbericht is afkomstig uit het boek Weerspiegeld. Het weer nader verklaard dat vandaag verschijnt.

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter