De kans is groot dat de energietransitie gaat bepalen hoe Nederland er de komende decennia uit gaat zien. Dat is onvermijdelijk én onwenselijk. Het recente essay over energieplanologie pelt dit dilemma af. Deskundigen uit de wereld van energie, water en ruimte roepen andere professionals op om mee te denken: hoe kunnen we beter samenwerken? Lees hier de kern van het essay of download het gehele bestand.

Tot 2040 investeren netbeheerders naar verwachting zo’n 220 miljard euro in de uitbreiding en versterking van de energie-infrastructuur1. Deze investeringen leggen zowel bovengronds (bijvoorbeeld hoogspanningsmasten, aanlandingspunten voor wind en transformatorhuisjes in de wijk) als ondergronds een aanzienlijke claim op de ruimte. Ook de komst van grootschalige zonnevelden, windmolens, zonnepanelen op daken en oplaadpunten voor elektrische auto’s maakt de ruimtelijke impact van de energietransitie steeds duidelijker.
Hoewel deze fysieke impact al aanzienlijk is, ligt de werkelijke invloed van energie-infrastructuur in haar structurerende werking. De keuzes die vandaag worden gemaakt, impliciet of expliciet, bepalen in hoge mate hoe Nederland er in de 22e eeuw uit zal zien. Door de beperkte netcapaciteit wordt de locatie van nieuwe energie-infrastructuur al snel een katalysator voor ruimtelijk-economische ontwikkelingen. Denk aan de vestiging van industriële grootverbruikers, woningbouwprojecten of aanvullende bedrijvigheid. Bijvoorbeeld: een bedrijf wil uitbreiden in een kwetsbaar natuurgebied. Als de netbeheerder daar kabels en stations naartoe legt, kan dat extra beschikbaar elektrisch vermogen leiden tot groei van woningbouw en bedrijvigheid op die locatie. Energie is daarmee niet langer alleen een inpassingsvraagstuk, maar een bepalende factor in de ruimtelijke ordening.
Waar water en bodem al langer als sturende principes gelden in de ruimtelijke planning, voegt energie zich nu in dat rijtje. Dit vraagt om een nieuwe benadering: energieplanologie. Een aanpak waarbij ruimtelijke ontwikkelingen worden geprogrammeerd in nauwe samenhang met de vormgeving van een robuust en toekomstbestendig energiesysteem.
In een land waar ruimte schaars is en ruimtelijke belangen steeds vaker botsen – denk aan woningbouw, stikstofreductie, drinkwatervoorziening en klimaatadaptatie – is het maken van keuzes onvermijdelijk. Niet alles kan overal, ruimtelijke regie is nodig: een plek waar alle deelbelangen per sector samenkomen.
Essay
Volgens de schrijvers van het essay ‘Energieplanologie: energie als structurerende factor’ zijn drie bouwstenen essentieel binnen het systeem om keuzes te maken voor een toekomstbestendig Nederland. Het systeem hierbij is het geheel van overheden, netbeheerders, energieproducenten (inclusief energiecoöperaties) en gebruikers (burgers en bedrijven). Ieder heeft hierin zijn eigen taak en functie. De drie bouwstenen zijn:
Het essay is geschreven en ondertekend door Anne-Marie Spierings (Industriecluster Rotterdam-Moerdijk), Mario Jacobs (Waterschap Aa en Maas), Hilde Blank (BVR Adviseurs Ruimtelijke Ontwikkeling), Corné Strootman (College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs), Wouter Veldhuis (MUST stedebouw en voorheen College van Rijksbouwmeesters en Rijksadviseurs), Huibert Baud en Dennis Straat (Liander), Alexander Woestenburg (Alliander) en Maarten van Poelgeest (Andersson Elffers Felix).

