Menu

Zoek op
rubriek
Klimaatweb
0

Met de wind mee: 50 jaar energietransitie

Volgende week verschijnt Met de wind mee: 50 jaar energietransitie. In dit boek schetst Frans A. van der Loo een beeld van 50 jaar energietransitie in Nederland – van het wisselende beleid, de snelle ontwikkeling van technologie maar ook van het vormen van maatschappelijk draagvlak. Hiervoor laat hij een aantal experts aan het woord die de transitie tot nu toe hebben meegemaakt. Wat is er in die 50 jaar tot stand gebracht? Waarom gaat het zo langzaam, en hoe kan het sneller gaan? Hieronder lees je alvast een gedeelte uit het boek.

Redactie Klimaatweb 16 november 2022

Nieuws-persbericht

Nieuws-persbericht

De uitdagingen voor 2050

Er is heel wat gebeurd, maar het transitieglas is nog niet vol. Duurzame energie vormt nog steeds maar 12 procent van het energieverbruik en 33 procent van het elektriciteitsverbruik in Nederland. Het huidige Regeerakkoord wil dat onze CO2-vrije energievoorziening in 2050 een feit is. We zijn 50 jaar bezig, nog 28 jaar te gaan. Er staan ons nog heel wat uitdagingen te wachten.

Centraal of decentraal

Hoe zal onze duurzame-energievoorziening eruitzien in 2050? We komen uit een grootschalig, centraal systeem; het nieuwe systeem zal in ieder geval veel decentraler zijn – wind- en zonne-energie kunnen immers overal opgewekt worden. Maar wind- en zonneparken vragen wel ruimte en het is woekeren om die in voldoende mate te vinden in ons dichtbevolkte land. Daarom wordt de meeste windenergie nu geproduceerd in Flevoland, in Friesland en Groningen en in de Kop van Noord-Holland. En daarom verschijnen er nu zonneparken op bijna alle braakliggende of beschikbare stukken land. En ook daarom is de Noordzee opeens een relevant gebied voor duurzame-energieproductie geworden.

Maar wordt het nieuwe systeem kleinschalig of toch grootschalig? Duurzame energie kan namelijk beide vormen aannemen. Het windpark Fryslân in het IJsselmeer (382 MW) of het zonnepark bij Biddinghuizen (135 MWp) en zeker de windparken op zee (750 MW) zijn eigenlijk even grootschalig te noemen als een conventionele energiecentrale. Maar duurzame energie kan ook een kleinschalige vorm hebben van een solitaire turbine bij een agrariër of een particulier dak met zonnepanelen.

Voor de totale energievoorziening zullen er enerzijds grootschalige vormen nodig zijn. Dat is ook niet erg, niet alles hoeft lokaal en kleinschalig. Windparken op zee, een waterstof-backbone door Nederland: dat zijn vormen die efficiënt grootschalig en van bovenaf georganiseerd zullen moeten worden. En we moeten vast ook internationaal denken: windenergie uit de oceaan, zonne-energie uit de Sahara, import van waterstof. Er staat tenslotte geen hek om Nederland.

Anderzijds zullen er ook kleinschaliger vormen ontstaan, een aantal overwegingen pleiten daarvoor:

› Ten eerste is er het principe ‘duurzame energie is overal’. Waarom transport over grote afstanden als opwekking ook lokaal kan? Ook met het oog op de schaarse ruimte is dat goed, zoek naar multifunctioneel gebruik. Daken voor zonne-energie, agrarisch land gecombineerd met windmolens (niet voor niets in het Engels ‘windfarming’ genoemd).

› Lokale opwekking kan ook bijdragen aan oplossing van het knelpunt van de netcongestie. Als consumenten gebruikmaken van in hun regio opgewekte energie, wordt het landelijke stroomnet minder belast en neemt de netcongestie af. Dat komt de betrouwbaarheid van het totale duurzame-energiesysteem ten goede.

› Ten derde, kijk vooral ook naar de realiteit: er gebeurt al veel lokaal, kleinschaligheid is er al. Veel burgers wekken zelf duurzame energie op, er bestaan al meer dan 600 lokale energiecoöperaties. Als draagvlak zo belangrijk is, omarm dan die lokale dynamiek. Dat is belangrijk genoeg om het in het nieuwe energiesysteem een plaats te geven.

Maar er is meer: veel burgers willen niet alleen duurzame energie opwekken, maar ook dat het ‘hun eigen energie’ is, en ze willen het het liefst samen doen. In het begin was de energietransitie duidelijk een maatschappelijke beweging. Weg van de kernenergie, weg van de grote bedrijven met hun grote energiecentrales, we gaan onze eigen schone energie produceren. ‘Geen kernenergie of kolen, neem ‘n molen’, klonk het, geïnspireerd door het boek Small is beautiful (Schumacher 1973). ‘Solar democracy’ wordt nu mogelijk, stelt ‘solar designer’ Marjan van Aubel. De wens was nadrukkelijk: wij willen (samen) eigenaar zijn. Daarom ontstonden in de jaren tachtig al de lokale windcoöperaties. En dat sentiment is er nog steeds. Rond 2010 was er een revival en ontstonden de vele huidige energiecoöperaties, nu verenigd in de grote brancheorganisatie Energie Samen, en gestimuleerd door de HIER Opgewekt campagne die oprichting en professionalisering van (meer) energiecoöperaties ondersteunt. ‘We moeten terug naar de nuts’, wordt wel bepleit, het vroegere herkenbare lokale of regionale nutsbedrijf. Deltawind, de coöperatie op Goeree Overflakkee, is daar een mooi voorbeeld van: een professioneel duurzaam energiebedrijf, maar coöperatief van opzet en dus door en voor de inwoners. Zelfs participatie bij wind-op-zeeparken is onderwerp van discussie. Zou het niet mooi zijn als een burgerconsortium (mede) een windpark op zee zou bouwen om ons ‘Onze Noordzeestroom’ te kunnen leveren?

Inmiddels heeft de overheid gelukkig het nut van deze lokale beweging ingezien en in het energiebeleid een duidelijke plek gegeven. En Energie Samen heeft bewerkstelligd dat eigenaarschap een plaats in het Klimaatakkoord gekregen heeft: ieder nieuw duurzame-energieproject (op land) dient in principe voor 50 procent lokaal eigendom te zijn van burgers en bedrijven.

De strijd uit het begin van de energietransitie tussen de ‘grootschaligen’ en de ‘kleinschaligen’ is er dus nog steeds, ook binnen de duurzame-energiearena. Welke mix zal het duurzame-energiesysteem in 2050 kennen? Ook dat is een grote uitdaging – de tijd zal het leren.

Benieuwd?

Het boek is te bestellen in onze bookshop

Artikel delen

Reacties

Laat een reactie achter